‘Wij hebben onze maatschappelijke bijdrage geleverd’

Spitsuur Tandarts Edwin Wiersema (62) en zijn vrouw Trudy (60) leven langzaam naar hun pensioen toe. Maar stilzitten doen ze niet. „Bij onze kinderen is het: werken en iets opbouwen. Wij denken nu: waar heb ik écht plezier in?”

Trudy: „Edwin heeft vaak hele gezinnen in de behandelkamer. Dan behandelt hij het kind en kletst-ie met pa en ma.” Edwin: „Sommige mensen heb ik al dertig jaar in de praktijk, van kinds af aan.” Foto’s David Galjaard

Edwin: „Wij zijn allebei in Rotterdam opgegroeid en hebben elkaar leren kennen op de middelbare school. Trudy ging economie studeren en ik tandheelkunde.”

Trudy: „Na het afstuderen zocht Edwin een praktijk. Het werd Westerbork. Er was al een tandarts, hij zei: ‘kom maar bij mij.’”

Edwin: „Dertig jaar lang heb ik de helft van zijn praktijk gehuurd.”

Trudy: „Totdat er uitgebreid moest worden.”

Edwin: „Zes jaar geleden wilde de neef van mijn compagnon de praktijk overnemen. Hij was net afgestudeerd, maar ik had dertig jaar gespaard. Ik wilde graag een milieuvriendelijke praktijk neerzetten, dus toen ging ik het zelf doen.”

Trudy: „Jij wist supergoed wat je wel en niet wilde.”

Edwin: „We hebben nu twee praktijken in het dorp. Als we het samen hadden gedaan, was er nu één grote praktijk. Mensen wonen toch op een dorp vanwege dorpse omstandigheden – die kleinschaligheid.”

Trudy: „Edwin heeft vaak hele gezinnen in de behandelkamer. Dan behandelt hij het kind en kletst-ie met pa en ma.”

Edwin: „Sommige mensen heb ik al dertig jaar in de praktijk, van kinds af aan.”

Trudy: „Als jij vandaag een patiënt hebt die zegt: ‘mijn vader is ziek en moet een zware operatie ondergaan’, dan probeer jij dat te onthouden.”

Edwin: „Dat schrijf ik op. Dan vraag ik daar een half jaar later naar. Dat is ook om de spanning te breken.”

Trudy: „Jij bent echt een dorpstandarts.”

Edwin: „Toen we hier net woonden, kwam Trudy bij de slager.”

Trudy: „Ik dacht dat ik anoniem was.”

Edwin: „Zei de slager: ‘Dag mevrouw Wiersema, zegt u het maar.’ Ze hadden ons samen zien lopen. Dan zeggen ze, dat is de vrouw van de nieuwe tandarts.”

Op de millimeter

Edwin: „Mensen kiezen vaak hetzelfde beroep als één van de ouders. Bij ons is er alleen één probleem. Als je tandheelkunde hebt gestudeerd, kun je maar een kunstje, namelijk: tandarts zijn. Als dat niet bevalt, heb je zes jaar voor niets gestudeerd. Dus onze kinderen moesten allebei zomers in de praktijk werken.”

Trudy: „Er was eens een patiënt, die sloeg bij Edwin de tandenstokers uit de hand.”

Edwin: „Sommige mensen worden uit angst agressief. Dat moesten ze eens meemaken. Voor onze zoon was het niets, maar onze dochter Sharon vond het fantastisch. Het is een heel mooi vak.”

Trudy: „En je moet ook een beetje knutselaar zijn. Friemelen, lekker op de millimeter bezig zijn.”

Edwin: „Sharon is extreem handig. Tijdens de middelbare school moest ze met een tandartsboor afdruklepels graveren – van die metalen dingen om in te happen, voor beugels. Sharon pakt die boor en schreef er ‘Wiersema’ in. Die eerste lepel. Keu-rig!”

Trudy: „En ze is communicatief heel goed.”

Edwin: „Ik werk tegenwoordig drie dagen. Ik zeg nu: ‘ik werk bij Sharon.’ De samenwerking vind ik fijn. Wat je ook zegt, je neemt het elkaar niet kwalijk, want we begrijpen altijd elkaars goede intenties.”

Klimaatneutraal

Edwin: „Toen we net in Westerbork woonden ben ik lid geworden van de milieuwerkgroep. We ruimden het zwerfaval op, koelkasten laten ophalen – dat soort dingen.”

Trudy: „Ik weet nog, onze eerste verre reis, we vlogen naar Indonesië en Singapore. Jouw vader maakte een opmerking, of wij beseften hoe vervuilend vliegen is. Dat is dertig jaar geleden en toen zei hij dat al.”

Edwin: „Het besef komt geleidelijk. We proberen een modus te vinden. We proberen alles op de fiets te doen – we steken elkaar ook aan.”

Trudy: „We eten nu vaak vegetarisch. Dat komt door onze zoon, die begon ermee. Niet dogmatisch hoor. Als we een keer uit eten gaan, eet ik nog wel eens vlees.”

Edwin: „Ik probeer het ook in mijn werk te verwerken. De praktijk is klimaatneutraal, energiedicht, op het dak liggen zonnepanelen en er is een warmtepomp. De aannemer komt uit het dorp, niet een goedkope Duitse aannemer die ontzettend veel kilometers moet maken. Ik wil de samenleving toch vooruit helpen.”

Trudy: „Afgelopen juni ging het slecht met mijn moeder, ik reed veel op en neer. Op mijn werk werd een afdeling gesloten. Ik had er geen zin meer in en heb mijn baan opgezegd. Echt met pensioen ben ik niet, want als ik nog iets tegenkom dat een of twee dagen in beslag neemt, ga ik dat misschien wel doen.”

Edwin: „Mijn jongere broer werkt niet meer en mijn oudere broer werkt ook niet meer, van hun twee vrouwen werkt er nog eentje.”

Trudy: „Je groeit ergens naartoe.”

Edwin: „Ik ben langzaam aan het afbouwen. Ik wil stoppen op mijn vijfenzestigste of zevenenzestigste. Voor ons gevoel hebben wij onze maatschappelijke bijdrage geleverd.”

Trudy: „Vrienden van ons hebben een appartement in Frankrijk. Als ze daar zaten, dacht ik: ‘wat doe ik verkeerd?’ Dat heeft wel invloed.”

Edwin: „Uiteindelijk wil iedereen normaal zijn, je wil niet uit de toon vallen.”

Trudy: „De structuur was voor mij snel terug. Op maandag is Edwin thuis, dan proberen we vaak iets leuks te doen.”

Edwin: „Naar een museum, of wandelen.”

Trudy: „Ik ga sporten, we werken in de tuin of mesten de kast eens uit.”

Edwin: „Soms heb je koorrepetitie of pianoles.”

Trudy: „Veel vriendinnen zijn ook gestopt met werken.”

Edwin: „Het is een levensfase.”

Trudy: „Bij onze kinderen is het: werken en iets opbouwen – daar gaat het om. Wij denken nu: waar heb ik écht plezier in?”

    • Fabian de Bont