Waarom een digital detox niet de oplossing is

Analyse smartphoneloos leven De problemen die smartphones met zich meebrengen raken iedereen. Een digitale detox van enkelen lost dan ook weinig op.

Illustratie Roland Blokhuizen

Digitale detox. Smartphoneloos door het leven gaan, net als vroeger, toen mensen nog spontaan in goede gesprekken uitbarstten in de trein. Klinkt heerlijk, maar er is één bezwaar: het helpt niet. De digitale detox veronderstelt dat een waaier aan collectieve problemen individueel kan worden opgelost. Maar massasurveillance, internetmonopolies en grootschalige digitale manipulatie verdwijnen niet spontaan als een klein groepje mensen even hun smartphone in een la legt.

Dat er ondanks alle positieve ontwikkelingen (we hebben nu de rekenkracht van de Apollo-maanraketten in onze broekzak!) problemen met smartphones zijn, is wel duidelijk. Kijk alleen maar naar de lange rij van ex-medewerkers van Facebook en Google die de laatste maanden alarm sloegen over de richting die het opgaat met de smartphonesamenleving. Sean Parker, nota bene een van de grondleggers van Facebook, waarschuwt dat die app vanaf het begin bedoeld is „om een zwakte in de menselijke psychologie te exploiteren. God mag weten wat het met kinderhersenen doet”. Tristan Harris (ex-Google) vergelijkt smartphone-apps met ongekende „supercomputers die een spelletje schaak spelen met je brein” om je zo verslaafd mogelijk te maken. Dit zijn geen technologiehaters maar klokkenluiders.

Lees ook het interview met Tristan Harris, deel van het drieluik van NRC over de macht van de big tech: ‘Google wil je brein zo lang mogelijk vasthouden

De smartphone is ontaard in een manipulatiemachine die met apps als perfect op maat gemaakte snoepjes mensen steeds fijnzinniger en preciezer weten te verleiden om aandacht, tijd en data af te staan.

Check-reflex

In het NRC-experiment, viel op dat sommige deelnemers die overstapten op een ‘domme’ Nokia beschreven dat ze tijdens de eerste weken telkens die dumbphone uit hun zak bleven halen. „Je kunt er niks mee en er is niks op te checken, maar toch druk ik steeds even op een knopje om te kijken of er al iets te zien is”, aldus deelnemer Kim van Beem na een week. Op zoek naar appjes, prikkels, likes, íets. Zo diep ingebakken zit inmiddels de check-reflex.

Dit soort collectieve problemen snakt ook naar collectieve oplossingen. Die beginnen, mondjesmaat, te komen. Frankrijk verbood dit jaar smartphones op scholen vanwege het overweldigende bewijs dat de apparaten de concentratie van leerlingen sterk verminderen tijdens de les. Er is brede consensus dat append rijden in het verkeer een strenge straf verdient.

Maar ingewikkelder problemen die voortvloeien uit ons massale smartphonegedrag kunnen niet zomaar door een digital detox worden opgelost. De smartphone-economie creëert monopolies: is dat wenselijk omdat deze bedrijven super-innovatief zijn of moeten techreuzen als Google en Facebook verplicht worden opgebroken, zoals vroeger met telecombedrijven en oliemaatschappijen wel is gebeurd?

Lees ook: Internet blijkt een monopoliemachine

Hij hóeft niet op het nachtkastje te liggen of aan te zijn tijdens een vergadering

In het maatschappelijk middenveld begint ook eindelijk beweging te komen. Interessant is bijvoorbeeld het Nederlandse initiatief voor een Europese datavakbond, een idee om alle individuen die hun data afdragen aan de techgiganten zich beter te laten verenigen. De organisatie staat in de kinderschoenen, de term vakbond klinkt wellicht eerder negentiende-eeuws dan 21e-eeuws, en of hun ideeën over bijvoorbeeld ‘data-stakingen’ levensvatbaar zijn moet maar blijken. Maar er gebeurt in elk geval iets om het machtsevenwicht te herstellen.

En misschien dat technologie de problemen van technologie ook deels kan oplossen. De Britse uitvinder van het www, Sir Tim Berners-Lee, lanceerde in september een groots project, SOLID genoemd, om het internet opnieuw ‘decentraal’ te maken. Dat is een wat technisch en abstract verhaal maar komt erop neer dat hij mensen opnieuw eigenaar wil laten worden van hun data in afgeschermde datasilo’s. Op die manier wil hij internet weer zo inrichten zoals hij het bedoeld heeft: als middel om individuen sterker te maken. De gebruiker als meester in plaats van slaaf.

Tellertjes en metertjes

Silicon Valley zelf zit ook niet stil, al is het wel wat late to the party. Apple-baas Tim Cook vertelde eerder dit jaar al eens hoe hij zijn neefje niet op sociale media laat. Microsoft-baas Satya Nadella zei onlangs nog in NRCdat er bij hem thuis strenge smartphone-regels gelden: „Geen apparaten aan tafel en tijdens een gesprek.” In Silicon Valley gebeurt het zelfs al een tijd dat kindermeisjes contractueel worden verplicht om smartphones en tablets weg te houden bij kinderen.

Schoorvoetend voegen de techreuzen sinds een paar maanden functies aan smartphones toe die iederéén beter in staat stellen om makkelijker grenzen te stellen aan het gebruik. Denk aan tellertjes en metertjes om schermtijd te meten en te matigen.

En natuurlijk hebben smartphone-gebruikers zelf een eigen verantwoordelijkheid, het is te makkelijk om alleen te wijzen naar die grote boze internetbedrijven. Gebruikers kunnen zich veel bewuster zijn van de apps die ze downloaden, dat hóeven niet de apps te zijn van de monopolisten. Ze kunnen bewuster omgaan met de tijdstippen van smartphone-gebruik; hij hóeft niet op het nachtkastje te liggen of aan te staan tijdens een vergadering. Of slimmer omgaan met de privacy- en notificatie-instellingen: die blauwe vinkjes in WhatsApp kunnen ook uit. Er is vanalles dat individuen wél kunnen doen. Maar een digital detox is hooguit een klein deel van de oplossing.

    • Wouter van Noort