Recensie

Van de Putte componeert krankzinnige soundtrack bij ons jachtige digitale leven

Wereldpremière

Componist Jan van de Putte schreef een nieuw werk voor ensemble. In het Muziekgebouw gaf Klangforum Wien de wereldpremière onder leiding van Bas Wiegers.

Klangforum Wien

Bij een nieuw stuk van componist Jan van de Putte kun je er gif op innemen dat er wat bijzonders te gebeuren staat. Om een idee te krijgen: in Uma só divina linha, openingsdeel van zijn tweeënhalf uur durende Pessoa-cyclus, staat de solosopraan minutenlang geluidloos te articuleren voor het orkest. Zwijgen uit volle borst. En Om mij mijzelf met mij aanmezelf en mezelf en mijn eigen is een zeventig minuten durende pauksolo, met het minutieus uitgecomponeerde omslaan van een partituurbladzijde als dramatisch hoogtepunt.

Jan van de Putte

Van de Putte is zogezegd een componist van de performatieve context. De gebaren, handelingen en gedragingen die gewoonlijk gelden als het visuele residu van een uitvoering, weet hij met noten en klank te vervlechten tot bevreemdende rituelen tussen droom en werkelijkheid.

Zo ook in zijn nieuwe ensemblestuk Cette agitation perpétuelle, cette turbulence sans but, dat donderdag in première ging in het Muziekgebouw. Wat onwennig klonk het applaus, toen Klangforum Wien en dirigent Bas Wiegers zich bij opkomst in een lange rij posteerden voor een theatrale slotbuiging in slowmotion. Daarop volgde een tot in de puntjes gedirigeerde choreografie van schuivende standaards, opgewonden gefluister in de houtsectie, blikken op de dirigent, toch maar in de partijen, bijna-inzet, toch maar niet, nu dan?

De tergend lang uitgestelde tuttiklap kwam binnen als een mokerslag, die na gonsde in een maalstroom van kakelende tertsmotieven, tetterend koper en schreeuwerige riedels. Een krankzinnige soundtrack bij de permanente jachtigheid van onze digitale flitscultuur. De wonderschone momenten waarop Van de Putte het luidruchtige gedoe liet verstommen (collectief geneurie op een ijle orgeltoon) doen reikhalzend uitzien naar het nog te componeren slotdeel.

Bruut basbeest

Ook op het programma: Rebecca Saunders’ Fury II, waarin de Britse componiste een sonisch roofdier laat ontwaken in de lage registers van een vijfsnarige contrabas en een klein ensemble. Dreigend sluipt het van kletterende bassnaren en een grommende accordeon naar de basklarinet en grote trom, om plotseling toe te slaan in agressieve tutti-uithalen.

Het brute basbeest Aleksandr Gabryś gaf zijn noten met machtig fysiek spel een animale oerkracht mee, waarbij de meer abstracte klankverkenningen van componist Beat Furrer (still en linea dell’orizzonte) wat droogjes afstaken.

    • Joep Christenhusz