Opinie

    • Harald Merckelbach

Studenten die Tolstoj lezen

Column Harald Merckelbach over de ontlezing van studenten: ‘Waarom zou je überhaupt boeken lezen?’

Een collega van een Randstedelijke universiteit vertelde me onlangs dit. Ze was aan het surveilleren bij een tentamen. Een van de vragen luidde of bij een bepaald instrument “de betrouwbaarheid of de validiteit in het geding is.” Veel handen gingen de lucht in. Studenten wilden weten wat “in het geding” betekent. Ze kenden het hele begrip niet. Best mogelijk dat dit veelbelovende studenten waren, maar de vraag dringt zich wel op waarom hun woordenschat zo tekort schoot.

Een voor de hand liggende reden is dat studenten steeds minder boeken lezen. Dat is wat ze bij mijn favoriete boekhandel zeggen. Hun winkel – voor de liefhebbers: De Tribune – ligt hartje Maastricht en behoort tot de best gesorteerde boekhandels van het land. Iedereen mag er binnenlopen en boeken komen bekijken. In de winter staat de potkachel gezellig te snorren en het is geen probleem als je er op je dooie gemak wat rondlummelt. Praten over boeken mag ook. Graag zelfs. Nederlandse, Engelse, of Duitse boeken kopen kan zeker. Om het geld hoef je het niet te laten. Voor minder dan de prijs van een pizza neem je een mooi boek mee naar huis. Toch bezoeken vooral dertigplussers de zaak. Er gaan dagen voorbij dat we hier geen student zien, zeggen de boekverkopers.

Waarom zou je überhaupt boeken lezen? Grofweg is 70% van wat je leest binnen een dag al niet meer uit het geheugen oproepbaar. Dan hoor je jezelf op een feestje zeggen dat je boek X magnifiek vond. Maar een recensie met meer diepgang geven stuit al snel op al die problemen – vervaging, verval, interferentie – waarover geheugenpsychologen praten zodra ze het over het moeras van de vergetelheid hebben.

Daar staat iets tegenover: ook al vergeet je de details van een boek, het lezen ervan verbetert je taalvaardigheid. Door te lezen vergroot je je woordenschat en grammaticale behendigheid. Vooral het lezen van literaire fictie is een krachtige voorspeller van hoe goed jongeren presteren op tests die vocabulaire meten. Hoe meer je leest, hoe makkelijker je teksten gaat begrijpen, maar ook: hoe beter je zelf gaat schrijven. Als academici geacht worden één ding redelijk te beheersen dan is het schrijven: beleidsnota’s, vonnissen, notulen, verwijsbrieven, wetsteksten en zo meer. Cursussen in academisch schrijven kunnen studenten onmogelijk van deze – excusez le mot – competentie voorzien. Daarvoor zijn zulke cursussen te incidenteel. Er is maar één begaanbare route naar duidelijk schrijven en dat is veel lezen.

Nog iets dat voor het lezen van boeken, vooral literaire fictie, pleit: Je onderdompelen in het imaginaire universum van een boek vereist dat je je verplaatst in de leefwereld van anderen. Die vaardigheid is voor allerlei academici belangrijk – van medici en psychologen tot aan juristen en bestuurskundigen. Het lezen van literaire fictie bevordert het vermogen om je op het standpunt van anderen te stellen. Dat is althans wat Amerikaanse, maar ook Nederlandse wetenschappers vonden. In hun onderzoek kregen proefpersonen tekstfragmenten te lezen en daarna werd bepaald hoe nauwkeurig ze waren in het herkennen van andermans emoties. Degenen die even daarvoor literaire fictie hadden gelezen deden dat beter dan degenen die zich over non-fictie hadden gebogen.

Boeken scherpen ook het vermogen om te reflecteren; lezen stelt je in staat om gepaste afstand te houden van de waan van de dag. Het is een terugkerend thema in dat prachtige en onlangs bij Privé-domein verschenen journaal van essayist en veellezer Cyrille Offermans (Een Iets Beschuttere Plek Misschien). Op zeker moment vraagt Offermans zich af of hij zijn boeken niet moet opruimen. Hij schrijft: „Nee, een huis zonder boeken is een onleefbaar huis. In al die boeken heb ik geleefd, ze hebben mijn gevoel voor de hopeloze onvolmaaktheid van het leven evenzeer gevoed als mijn dromen, ze zijn de tastbare getuigen van alle lyriek en alle denkkracht die me hebben voorzien van een bijna ononderbroken stroom van revitaliserende injecties, van mentale weerbaarheid en kritische zin. Onmogelijk uit te maken wie ik zonder die boeken zou zijn geweest.”

Geen idee hoe je de ontlezing onder studenten tegengaat. Misschien kun je ze vragen om geheel naar eigen inzicht een lijst samen te stellen van tien boeken die ze tijdens hun studie lazen, maar die wel buiten hun vakgebied liggen. Zo’n lijst hecht je dan aan hun bul. Het zou een aardig opstapje voor elk sollicitatiegesprek zijn. Een werkgever heeft dan de keuze tussen reisgidsen en, pakweg, Russische auteurs. Studenten die Tolstoj lazen zullen, vermoed ik, minder snel van slag raken als er ergens „in het geding” staat. Misschien nog belangrijker, ze weten wat het betekent als iemand de oren spitst als een oud garnizoenspaard dat de signaaltrompet ten aanval hoort blazen, ofschoon ze zoiets nooit met eigen ogen zagen.

is hoogleraar rechtspsychologie aan de Universiteit van Maastricht
    • Harald Merckelbach