Opinie

    • William Browder

Nederland moet nu ernst maken met Magnitsky-wet

Het schrappen van de naam ‘Magnitsky’ in het voorstel voor een sanctiewet is een cadeautje aan Poetin, schrijft .
De Russische jurist Sergej Magnitsky ontdekte in 2008 dat Russische overheidsfunctionarissen 230 miljoen dollar belastinggeld hadden gestolen en witgewassen. Vervolgens werd hij zelf gearresteerd; hij stierf na marteling in zijn cel. Drie jaar later werd hij – postuum – berecht. Foto AFP/Andrej Smirnov

Negen jaar geleden werd mijn Russische accountant Sergej Magnitsky in een Russische gevangenis vermoord nadat hij 358 dagen was gemarteld. Als vergelding voor de onthulling dat hoge functionarissen in de regering-Poetin 230 miljoen dollar (ruim 200 miljoen euro) aan belastinggeld uit de Russische schatkist hadden weggesluisd. Hij was 37 jaar.

Sinds die dag is het mijn levenswerk om gerechtigheid voor Sergej te krijgen. Ik begon mijn campagne in de hoop dat dat in Rusland kon, maar na zijn dood stopten de Russische autoriteiten de misdaad in de doofpot, gingen betrokkenen vrijuit en maakten promotie, en werd Magnitsky drie jaar na zijn dood berecht – de eerste dode in de Russische geschiedenis die terechtstond. Hij werd schuldig bevonden aan belastingontduiking.

Toen duidelijk werd dat ik in Rusland geen gerechtigheid zou kunnen krijgen, zocht ik deze vanaf 2009 in het Westen. Ik vond dat het mogelijk moest zijn om bezittingen te bevriezen en de visa te blokkeren van degenen die Sergej Magnitsky hadden vermoord.

Brede steun in de Kamer

Intussen zijn er zes landen die een zogeheten ‘mondiale Magnitsky-wet’ hebben aangenomen, waaronder de VS en Canada. Toen ik in juni 2011 het idee van de Magnitsky-wet aan het Nederlandse parlement voorlegde, vond ik brede steun en riep de Kamer de regering met 150 tegen nul stemmen op om een Nederlandse Magnitsky-wet in te voeren.

In die tijd was Frans Timmermans (PvdA) een van de parlementariërs die mij steunde om dit initiatief erdoor te krijgen. Kort daarop werd hij minister van Buitenlandse Zaken. Ik was opgetogen. Ik dacht dat Nederland nu als volgende land de Magnitsky-wet zou aannemen. Dat had ik mis. Zodra hij minister van Buitenlandse Zaken werd, sloeg hij om als een blad aan de boom en blokkeerde elke voortgang van de Magnitsky-wetgeving. Mij heeft hij nooit een verklaring gegeven, maar ik kan alleen maar aannemen dat hij bang was president Poetin te ontrieven.

Ik dacht dat we op Europees niveau meer geluk zouden hebben en ben begin 2014 naar Brussel gegaan. Ook in het Europees Parlement kreeg ik enthousiaste steun en in april 2014 werd een unanieme oproep aan de Europese Raad gedaan om in de EU een Magnitsky-wet in te voeren.

Maar toen het initiatief terechtkwam bij Federica Mogherini, Hoge Vertegenwoordiger voor Buitenlandse Zaken van de EU, werd het ook door haar geblokkeerd, waarschijnlijk eveneens om Poetin niet te ontrieven.

Uiteindelijk kreeg ik informeel te horen dat dit op EU-niveau nooit van de grond zou komen, en dat ik opnieuw langs de lidstaten zou moeten.

Opnieuw de lidstaten langs

Dat heb gedaan en toen kwam er schot in. De laatste twee jaar hebben het Verenigd Koninkrijk, Estland, Letland en Litouwen inmiddels hun eigen versie van de Magnitsky-wet gekregen.

Ook ben ik weer in gesprek met mijn sympathisanten in het Nederlandse parlement en zij hebben zich dit jaar opnieuw gewend tot de Nederlandse regering. Dit keer was de reactie: ‘Goed idee, maar we willen het alleen doen als de hele EU het doet.’ Blijkbaar met het idee van het ‘probleem-Magnitsky’ verlost te zijn als de bal weer bij de EU lag.

Maar de sympathisanten van Magnitsky lieten zich niet door de regering wegbluffen en besloten een motie in te dienen die de regering oproept een Magnitsky-wet in de EU in te voeren en als dit niet binnen vijf maanden lukt, met een Nederlandse Magnitsky-wet te komen.

Lees ook: Europees onderzoek Russische fraude

Ondanks protesten van de regering, werd de motie op 3 april 2018 in stemming gebracht en met 81 tegen 69 stemmen aangenomen. De VVD was de voornaamste tegenstemmer, met steun van ultrarechts en ultralinks. Vijf maanden later had de regering nog altijd niets gedaan. Parlementsleden wilden van minister Blok (Buitenlandse Zaken, VVD) weten waarom. Met tegenzin begon hij aan een Magnitsky-initiatief.

De naam Magnitsky geschrapt?

Enkele weken geleden hoorde ik via Brusselse contacten van het Nederlandse initiatief en kreeg ik een kopie van het voorstel. Het was inderdaad een serieus initiatief, maar tot mijn schrik zag ik dat de Nederlandse regering in haar onwil om tot een Magnitsky-wet te komen de naam van Sergej Magnitsky had geschrapt. Het leek wel of ze wilde doen alsof Sergei Magnitsky niet bestond en met dit alles niets te maken had.

Waar kwam dit vandaan? Dat is moeilijk te zeggen, maar ik weet dat weinig Vladimir Poetin zo razend maakt als de Magnitsky-wet. De allerhoogste prioriteit in zijn buitenlands beleid is om die ongedaan te maken. En het allerliefst zou hij de naam van Sergej Magnitsky uit de geschiedenis wissen. In 2016 gaf Kremlin-afgezant Natalia Veselnitskaja (die eveneens een gesprek kreeg met de zoon van de toenmalige presidentskandidaat Trump) in Washington duizenden dollars uit in een poging Sergejs naam uit de mondiale Magnitsky-wet te krijgen. Dat werd een daverende mislukking.

Het ziet ernaar uit dat de Nederlandse regering door de naam van Sergej Magnitsky uit deze baanbrekende wet te schrappen, verder gaat waar Natalia Veselnitskaja was gebleven.

Geen cadeau voor Poetin

Na het neerhalen van de MH-17, de aanslag met chemische wapens in Salisbury, de inname van de Krim en Oost-Oekraïne, de cyberaanvallen tegen westerse regeringen, zou niemand Poetin cadeautjes moeten geven, de Nederlandse regering al helemaal niet.

Lees ook: Russische witwaszaak leidt naar de Amsterdamse grachtengordel

Bovendien zou het immoreel en onrechtvaardig zijn om de naam van Sergej Magnitsky uit de wet te halen die bij zijn dood is begonnen, in een kennelijke poging de Russen te paaien.

Volgende week, op 20 november, ontvangt het Nederlandse ministerie van Buitenlandse Zaken hoge ambtenaren uit de 27 andere lidstaten om het ‘non-Magnitsky’-voorstel te bespreken. Gelet op de onaangename geschiedenis hoop ik dat deze gelegenheid wordt aangegrepen voor een oprechte poging de Magnitsky-wet daadwerkelijk van de grond te krijgen. Belangrijker nog: dat de wet weer Sergejs naam zal dragen.

Sergej Magnitsky heeft zijn leven gegeven in de strijd tegen corruptie en het minste wat we kunnen doen is zijn offer te eren in de naam van de wet die door zijn heroïsche daden is geïnspireerd.

    • William Browder