Koffers vol familietrauma’s worden deel van het nationale geheugen

Einde Eerste Wereldoorlog Franse burgers gingen op zoek naar herinneringen uit de Eerste Wereldoorlog. Het project is een goudmijn voor historici. ‘We weten al hoe de oorlog gevoerd is, we willen nu zien hoe mensen de oorlog beleefd hebben.’

Tekening van de loopgraven gemaakt door luitenant Hubert de Monbrison in februari 1915.

‘Mijn beste Georges”, schrijft Angèle Lamour op 10 augustus 1915 aan haar man aan het front bij Ieper. „Bijna vier maanden dat ik niets van je gehoord heb; wat een pijnlijk wachten! Ben je gewond of ziek?” De brief wordt nooit beantwoord: Georges Lamour, vader van drie kinderen, is op 22 april van dat jaar in Boezinge „verdwenen”. Zijn lichaam is nooit gevonden en de familie vermoedt dat Duitse troepen hem in handen hebben. „Ze schrijven naar het Rode Kruis, naar ambassades, maar vinden niets. Ze vrezen dat hij gedeserteerd is”, zegt Isabelle Aristide-Hastir van de Nationale Archieven van Frankrijk. „Pas in 1921 heeft de rechter bepaald dat hij ‘Mort pour la France’ is’, in het harnas gestorven voor de natie.

De jarenlange zoektocht is misschien niet uniek. Maar dankzij een in 2013 begonnen nationale inzameling van privéspullen uit de ‘Grote Oorlog’ van 1914 tot 1918 is de geschiedenis van Lamour en vele anderen nu online toegankelijk voor onderzoekers en andere geïnteresseerden. Deze Grande Collecte’, waarvoor de Nationale Bibliotheek vroeg op zolders en in garages te kijken of ze nog papieren herinneringen van voorouders uit de oorlog hadden, was een groot succes. Zo’n 20.000 mensen meldden zich bij het archief in Parijs of bij dependances in de regio met brieven, ansichtkaarten, dagboeken, tekeningen, officiële aktes en kleine objecten. Totaal werden 325.000 stukken ingescand. Dit herdenkingsweekend, honderd jaar na de ‘Armistice’ van 1918, kunnen mensen voor het laatst hun familie-archieven langsbrengen.

Aquarellen in de loopgraven

Op een kleine expositie in de hal van de archieven in Parijs loopt Aristide-Hastir langs enkele van de mooiste ontdekkingen. Ze laat fraaie aquarellen zien die luitenant Hubert de Monbrison in zijn dagboek in de loopgraven maakte en toont een pakketje met persoonlijke spullen dat de familie van de gesneuvelde soldaat Jean-Marie Laussert thuis ontving. Er zijn schokkende foto’s van kadavers en vreselijke verwondingen, maar ook relativerende ansichtkaarten met vrolijk lachende mensen die de soldaten ter geruststelling naar het thuisfront stuurden. „Ik heb nog twee vaders met elk drie kinderen gefusilleerd zien worden omdat ze weigerden naar de gevechtslinie te gaan”, leest ze voor uit een brief die een soldaat in 1915 naar zijn vrouw stuurt.

Er is geen familie die niet door deze oorlog geraakt is

Romantische ansichtkaart aan het thuisfront van Eugène Charnotet, gedateerd op 9 mei 1918. Op de achterkant staat: „In de loopgraaf. Hou hoop op mijn spoedige en zegevierende terugkeer.”. Beeld Archives nationales

Aristide-Hastir ontving een deel van de mensen die materiaal kwamen brengen zelf. Sommigen kwamen met hele koffers tegelijk, koffers vol familietrauma’s. „Oudere mensen waren soms in tranen als ze me vertelden wat hun vaders, opa’s of ooms hadden meegemaakt. Dat laat zien hoe groot de impact van de Eerste Wereldoorlog op families is geweest”, zegt Aristide. Maar ze waren graag bereid de stukken over te dragen, bang als ze waren dat hun kinderen ze op een dag op zolder zouden vinden en alles zouden weggooien. „Er was een dame die het mooi zei: ‘Terwijl al deze verhalen uit het familiegeheugen verdwijnen, maken ze nu deel uit van het nationale geheugen.’ ”

De cijfers spreken voor zich: 1,4 miljoen Franse soldaten kwamen in gevechten om het leven, ongeveer 27 procent van alle jongemannen tussen 18 en 27 jaar, driehonderdduizend werden als vermist opgegeven en 4,3 miljoen soldaten raakten gewond. „Er is geen familie”, zegt ook historica Clémentine Vidal-Naquet, „die niet door deze oorlog geraakt is.”

In samenwerking met regionale kranten publiceerde zij afgelopen maand een eerste boek met persoonlijke verhalen die uit de ingeleverde stukken gedistilleerd kunnen worden, La Grande Guerre des Français. „De ingezamelde stukken zijn voor historici echt een goudmijn”, zegt ze. Voor veel specialisten was het een verrassing dat het zoveel opleverde. „Sinds de jaren negentig is er weer meer aandacht voor de Eerste Wereldoorlog, en vooral voor persoonlijke verhalen. Voor individuen, hun leven, hun liefde, hun rouw. We weten al hoe de oorlog gevoerd is, we willen nu zien hoe mensen de oorlog beleefd hebben. Daarvoor zijn deze documenten van onschatbare waarde.”

Soldatenboekje van Ami Grivaz van het 264ste regiment.
Brief van 15 juli 1915 van Jeanne Mémery aan haar vader in de loopgraven. Jean-Baptiste Mémery, architect, zal de oorlog overleven.
Uit het notitieboekje van de in maart 2016 gedeserteerde soldaat Henri Lambert, getiteld Vier jaar gevangenis (november 1916).
    • Peter Vermaas