Web Summit 2018: ‘Internet is kapot en technologie moet het repareren’

Web Summit in Lissabon

Een ‘contract’ voor het web? Een beroepscode voor programmeurs? Sociale media langzamer maken? Tijdens de grootste tech-top van Europa pijnigde de sector zich het hoofd hoe het vertrouwen van gebruikers te herwinnen.

Christopher Wylie, de klokkenluider die de affaire rond Facebook en Cambridge Analtyica openbaarde, sprak in Lissabon over regulering van internet. Foto Web Summit

Op de Web Summit in Lissabon proberen tech-ondernemers met gestroomlijnde pitches grote investeerders binnen te halen, tonen deskundigen in gelikte presentaties de laatste ontwikkelingen in hun vakgebied en komen grote namen uit de techwereld als rocksterren het podium op. Compleet met een lichtshow en dreunende beats.

Maar ondanks de voor de sector kenmerkende hyperigheid, hing er donkere wolken boven de laatste editie, waarop deze week 70.000 mensen afkwamen.

Facebooks dataschandaal, Europa’s ingrijpende privacyregels, desinformatie op sociale media en torenhoge mededingingsboetes hebben de sector de afgelopen maanden ernstig in vertwijfeling gebracht. Een sector, nota bene, die nog niet zo lang geleden geloofde dat technologische innovatie automatisch tot een betere en rechtvaardige wereld zou leiden.

Tim Berners-Lee tijdens de Web Summit 2018 in Lissabon. Foto Web Summit

Grotendeels gebroken

Tim Berners-Lee, de uitvinder van het wereldwijde web, zette de toon in zijn openingstoespraak. Hij noemde het web „grotendeels gebroken”. Terwijl de ene helft van de wereld nog geen toegang heeft tot het internet, brengt het voor de andere helft, ondanks alle voordelen, ernstige risico’s mee voor hun privacy, de democratie en zelfs hun geestelijke gezondheid, doceerde de Oxford-professor.

Gelukkig heeft Berners-Lee een plan om deze problemen op te lossen. „Het zijn maar twee problemen”, zei hij monter, vanuit het idee dat voor elk probleem een (technische) oplossing is. Ook dat optimisme kenmerkt de sector. Meer dan vorig jaar werden tijdens deze editie echter oplossingen aangedragen voor de problemen die de sector heeft veroorzaakt.

Tim Berners-Lee riep overheden, bedrijven en internetgebruikers op om een „contract voor het web” te ondertekenen, dat de rechten en vrijheden van internetgebruikers moet beschermen. „Respecteer consumentenprivacy en persoonlijke data”, luidt een beginsel waaraan deelnemende bedrijven zich moeten committeren. „Maak internet betaalbaar en toegankelijk voor iedereen”, is de opdracht aan overheden. Veertig bedrijven, waaronder Facebook en Google, hebben het contract al ondertekend.

Beloven wat je uitkomt

Er zit voor ieder wat wils in, bleek al snel. Na het praatje van Berners-Lee kwam Google-directeur Jacquelline Fuller op het podium om te vertellen dat ze het contract had getekend omdat het zoekbedrijf achter het streven stond heel de wereld online te krijgen.

Maar de Franse staatssecretaris van Digitalisering Mounir Mahjoubi, die daarna de microfoon kreeg, verklaarde dat Frankrijk het contract tekende omdat het gelooft „in een internet dat het volk dient en niet andersom.”

Het roept de vraag op wat de waarde is van een contract waarmee iedereen kan beloven wat hem of haar uitkomt.

Regulering lag dit jaar op ieders lippen. De Britse oud-premier Tony Blair hield voor het eerst een praatje op de vierdaagse conferentie en toonde zich voorstander van strenge belastingregels „op een manier waardoor innovatie niet wordt gehinderd”. Belastingontwijking door grote techbedrijven kan volgens Blair het best transatlantische worden aangepakt. „Natuurlijk moeten de grote techbedrijven hun eerlijke deel belastingen betalen.”

Iedereen overal volgen

Brad Smith, president van Microsoft en tevens verantwoordelijk voor juridische zaken bij het concern, pleitte op zijn beurt voor regulering van gezichtsherkenningstechnologie. „Voor het eerst komt technologie binnen handbereik die overheden in staat stelt iedereen overal te volgen”, aldus Smith. „Zo’n overheid zou precies weten waar je heen gaat, waar je bent geweest en waar je gisteren was.” Dat heeft volgens Smith ingrijpende gevolgen voor de meest basale burgerlijke vrijheden waarop democratische samenlevingen steunen. „Voordat we straks ontdekken dat het jaar 2024 op het boek 1984 lijkt, moeten we bedenken wat voor wereld we willen creëren en welke veiligheidsmaatregelen en beperkingen voor bedrijven en overheden gepast zijn bij het gebruik van deze technologie.”

Ook Christopher Wylie, de klokkenluider die het Cambridge Analytica-schandaal aan het licht bracht, wil strenge regels voor techbedrijven. In een vurige monoloog, een hoogtepunt op de conferentie, verbaasde hij zich over het feit dat we allerlei onderdelen van het publieke domein reguleren – van het eten in de supermarkt tot de vliegtuigen waarmee we reizen – maar dat het internet een totaal Wilde Westen blijft. Terwijl internet een centrale plek inneemt in onze levens. „Als we regels kunnen opstellen voor nucleaire energie, waarom kunnen we dan niet wat code reguleren?”

Wylie pleitte voor ontwerpstandaarden en ethische codes voor ontwikkelaars, zoals ook artsen, verplegers, advocaten en onderwijzers een beroepscode hebben. „Het is absurd dat we die niet hebben terwijl we het leven van mensen zo intiem raken.” In zo’n code zouden ontwikkelaars bijvoorbeeld moeten onderschrijven dat hun algoritmes niet discrimineren of mensen op een andere manier uitsluiten.

Langzamer

Misschien moeten we sociale media langzamer maken, opperde Raffi Krikorian, de technologiechef van de Democratische Partij in Amerika. „Het reageren en liken en retweeten zou zo ontworpen kunnen worden dat mensen de tijd krijgen om even na te denken voordat ze een bericht verspreiden, net als in de echte wereld.”

Krikorian kwam praten over de Russische hack van zijn partij in 2016 en de tussentijdse Congresverkiezingen van deze week. Hij leidt een team van vijfendertig mensen die de gigantische politieke partij, met subafdelingen door het hele land, moet beschermen tegen cyberaanvallen en desinformatiecampagnes. „We are way outnumbered”, zei hij meerdere keren. We zijn ver in de minderheid.

Reguleren lijkt hem een goed idee. Maar dan wel op een slimme manier, met behoud van de vrijheid van meningsuiting. „Mensen die er duidelijk op uit zijn kiezers te misleiden moeten kunnen worden gestopt. Dat is geen overtreding van het eerste amendement (die de vrijheid van meningsuiting beschermt, red).”

Ev Williams, ex-Twitter en nu Medium, tijdens de Web Summit 2018 in Lissabon. Foto Web SUmmit

Bij Ev Williams, mede-oprichter van Twitter, leek ethiek pas laat in zijn carrière een rol te zijn gaan spelen. Pas nadat hij in 2013 het sociale netwerk verliet. Zijn grootste fout? De invoering van de follower count, die het aantal volgers van twitteraars bijhoudt. „Vanaf dat moment ging het om wie het populairste is.” In 2013 kwam de techmiljardair tot inkeer en stapte over naar zijn nieuwe online distributieplatform Medium. Daarmee probeert hij langere verhalen en doordachte journalistiek te promoten.

Medium laat niet alleen algoritmes de kwaliteit van artikelen beoordelen, maar het bedrijf heeft ook mensen in dienst om de beste stukken te selecteren. Medium is geen advertenties en krijgt zijn inkomsten van abonnees. Bij Twitter zijn de gebruikers het ‘product’ dat wordt doorverkocht aan adverteerders.

Volgens Williams hebben sociale media „een wereld gecreëerd waarin aandacht wordt beloond”. „Het is de situatie waarin de aandachtzoeker op het schoolplein altijd wint. En je krijgt het gemakkelijkst aandacht door woede op te wekken.” Heeft hij spijt van zijn aandeel in die ontwikkeling? Dat ook weer niet. „Dat we de democratie zouden hebben verwoest vind ik een beetje overdreven.”

    • Reinier Kist