Huisdieren, het zijn net (geen) kinderen

Huisdieren Katten en honden worden meer en meer als volwaardig gezinslid gezien. Een verjaardagsfeestje? Puppyshower? Ja hoor.

Foto Folkert Koelewijn

Het is de vijfde verjaardag van Muis Spiekerman-Bogert. Alles is tot in de puntjes geregeld. De uitnodigingen zijn ruim op tijd verstuurd en het achterterras van hotel-restaurant De Os en het Paard is afgehuurd, zodat Muis en haar elf genodigden ruim de plek hebben om te spelen. Er zijn slingers, ballonnen, mooi verpakte cadeaus en snacks. Een fotograaf legt het feest vast. Na afloop krijgen de bezoekers een blikje met snoep mee naar huis. Op de verpakking: ‘Muis was jarig. Leuk dat je er was.’

Tot zover niks bijzonders. Behalve dat Muis Spiekerman-Bogert een hond is. En de elf genodigden ook. De snacks zijn hondensnacks, de cadeaus veelal hondenvoer en -speeltjes. Het is de vierde keer dat de verjaardag van Muis zo uitgebreid wordt gevierd.

„Ja, ik verwen haar”, zegt Menno Spiekerman-Bogert in zijn huiskamer in Deil in Gelderland. Zijn vijfjarige shih tzu boomer – formaat schoothond, halflange blonde vacht – ligt naast hem op de bank. In de hoek staat een bak met een hoeveelheid hondenspeelgoed waar, zegt hij, „een kind jaloers op zou zijn”.

Muis is belangrijk voor hem. Ze slaapt bij hem in bed, gaat mee op vakantie. Op de kerstkaart staat altijd een foto van haar. Post die Spiekerman-Bogert verstuurt namens zichzelf en zijn man Marcel, ondertekent hij met The Three M’s. Soms stuurt hij een kaartje namens Muis alleen, zoals „aan een bevriende hond”.

Huisdieren worden de laatste decennia meer en meer als volwaardig gezinslid gezien. Dat zorgt er onder meer voor dat veel ‘menselijke’ producten en diensten er nu ook voor dieren zijn. Heb je moeite met het gedrag van de kat? Ga naar de kattenpsycholoog. Gebitsproblemen bij de hond? Naar de hondentandarts. Bij overlijden is er ruime keuze in rouwkaarten, begrafenissen en gedenkstenen.

De uitgaven aan huisdieren stijgen al jaren. De 80 miljoen Europese huishoudens met een of meer huisdieren gaven vorig jaar 7 miljard euro uit aan accessoires (van hondenriem tot kleding), blijkt uit cijfers van brancheorganisatie voor diervoeders Fediaf. Aan diensten gaven ze 9 miljard uit. Voeding is de grootste uitgavenpost (20,5 miljard in 2017), en ook daarin zijn steeds specialistischere producten de norm.

Honden- en kattenvoer is er in de varianten vegetarisch, glutenvrij en hypoallergeen. Het merk Gourmet verkoopt ‘kattensoep’, als afwisseling op de brokken. De hondentraiteur in Scheveningen bereidt driegangenmenu’s, taarten, oliebollen en sushi. De exacte ingrediënten wil hij niet prijsgeven, maar hij zegt alleen te werken „met natuurlijke ingrediënten, veel vers vlees en vis en vaak groenten. Vooral zoete aardappel is heel bruikbaar in hondengerechten.”

Complexe, intelligente wezens

Het is goed te verklaren waarom dieren in toenemende mate de plaats van volwaardig gezinslid krijgen, zegt Maarten Reesink, docent animal studies aan de Universiteit van Amsterdam. „In de postmoderne maatschappij zijn sociale verbanden losser geworden en hechte familierelaties minder vanzelfsprekend. Het aantal eenpersoonshuishoudens stijgt al jaren. Daarom zoeken mensen vastigheid in andere relaties. Dieren zijn ideaal, omdat ze afhankelijk van ons zijn, of op z’n minst de illusie geven afhankelijk te zijn.”

Foto ANP

Een belangrijke rol speelt ook de veranderende manier waarop mensen naar dieren kijken, zegt Reesink. „We hebben lang gedacht dat dieren zelf niet zo veel vinden, maar daar is de afgelopen twee decennia verandering in gekomen. Door voortschrijdende biologische kennis weten we steeds beter dat dieren complexe, intelligente wezens zijn, met empathische en sociale vermogens.” Dat heeft tot gevolg dat eigenaren steeds meer menselijke eigenschappen in het dier zien, zegt hij. „Producenten spelen daar op in met ‘menselijke’ producten voor het dier.”

Puppyshower

Een plaats waar dat enorme aanbod aan huisdierproducten samenkomt, is in speciaalzaak Avonturia in Den Haag. Op 8.000 vierkante meter zijn 33.000 producten te vinden. Naast alle basisspullen ook dingen als parfum voor de hond, luiers voor papegaaien en een stoel voor de kat – verkrijgbaar in ribstof, leer of velours. In de winkel is een hondenpub die (alcoholvrij) hondenbier, hondenpizza en hondenchips biedt.

Vooral het aanbod van hondenproducten breidt in razend tempo uit, zegt Avonturia-medewerker Chantal Kok. Er zijn in Nederland meer katten dan honden (respectievelijk 2,6 miljoen en 1,5 miljoen), maar de sociale acceptatie van hondenaccessoires is volgens Kok groter. „Niemand kijkt nog gek op van een aangeklede hond, mensen zullen sneller kritiek op een kattentruitje hebben.” Dat zie je ook in de verkoop, zegt ze. „Onze Pawsecco (prosecco voor de hond, red.) verkoopt bijvoorbeeld veel beter dan de Cattini (Martini voor de kat).” Een flesje Pawsecco van 250 milliliter kost een kleine 5 euro en kent de varianten ‘witte wijn’ en ‘rosé’; in beide spelen vlierbloesem en brandnetel een hoofdrol.

Foto Folkert Koelewijn

Social media zijn van invloed op de aankopen, ziet Kok. „Deze week kocht een vrouw een hondenriem en halsband van 150 euro. Puur zodat ze het merk op Instagram kon noemen.” Een van de laatste trends die ze signaleert zijn ‘puppyshowers’. Alles is ervoor verkrijgbaar: vlaggetjes met ‘welcome’, goodybags en een bord voor in de voortuin met de naam van het dier. „Bijna alles wat je voor een baby kunt krijgen, is er ook in de puppyvariant.”

Spiekerman-Bogert heeft er bewust voor gekozen geen kinderen te krijgen en zijn volledige aandacht aan Muis te schenken. „Als ik het over ‘ons gezin’ heb, bedoel ik mezelf, Marcel en Muis.” Muis heeft een zorgverzekering, wordt ingeënt, gaat vier keer per jaar naar de kapper en is dagelijks op een hondendagopvang – inclusief uitlaatservice en activiteiten. De eigenaar schat dat hij maandelijks gemiddeld tussen de 200 en 250 euro aan het dier kwijt is. Dat is vier à vijf keer zo veel als het Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting (Nibud) als kostenrichtlijn voor een hond aangeeft, maar volgens Spiekerman-Bogert nog altijd een stuk minder dan hij aan een kind kwijt zou zijn.

Mensen die ‘leuke dingen’ voor hun dier kopen waar het dier zelf last van heeft, zullen daar vaker op worden aangesproken

Maarten Reesink, docent animal studies

Dat dieren steeds vaker als gezinslid worden gezien, kan volgens Reesink zowel positieve als negatieve gevolgen hebben. „Enerzijds is het goed dat er meer oog komt voor het perspectief van het dier. Het voedsel wordt steeds beter, de gezondheidszorg gaat meer op die voor mensen lijken en mensen hebben meer geld over voor hun huisdier. Vermenselijking van dieren is in de basis niks slechts: het is een belangrijk aspect waarlangs wij onze gevoelens voor dieren uiten.”

Maar het kan ook doorslaan, vindt Reesink. „Denk bijvoorbeeld aan allerlei kleding in dierenvarianten. Op dierendag zag ik honden met nagellak op televisie. Dat vind ik echt een foute manier van vermenselijking.” In het gunstigste geval zal het zo’n dier niks uitmaken, in het ongunstigste geval kan het richting marteling gaan, zegt hij.

Lees ook: Een dik huisdier is niet schattig, maar zielig

Meldingen van dierenmishandeling door overmatige vermenselijking van dieren heeft de Sophia-Vereeniging in Amsterdam, een vereniging die zich middels campagnes, voorlichting en politieke lobby inzet voor bescherming van huisdieren, nog nooit ontvangen. Wel zijn bij de organisatie de verhalen bekend over eigenaren die hun dier „als modeaccessoire” gebruiken. Daar is de vereniging absoluut op tegen. Het welzijn en de natuurlijke behoeftes van het dier moeten altijd gaan boven de wensen van de eigenaren, benadrukt een woordvoerder. „Als je een hond volhangt met kleding en tassen, wordt hij duidelijk belemmerd in zijn natuurlijke gedrag. Hij kan dan niet meer normaal communiceren met soortgenoten, onder meer doordat de lichaamstaal belemmerd wordt.”

Te kleine hokken

Het is vooralsnog lastig te bepalen wanneer een dier echt last heeft van vermenselijking, en wanneer het het dier niks uitmaakt, erkent Reesink. „Dat heeft ermee te maken dat we pas tien à vijftien jaar echt goed onderzoek doen naar het perspectief van het dier.” Hij verwacht dat mensen meer aan huisdieren zullen blijven uitgeven, maar dat voortschrijdend wetenschappelijk en maatschappelijk inzicht ervoor zorgen dat excessen verdwijnen. „Dierenwelzijn wordt steeds breder gedragen. Kijk bijvoorbeeld naar de kritiek die er is op te kleine hokken in dierentuinen. Die trend zal ook bij huisdieren gaan spelen: mensen die ‘leuke dingen’ voor hun dier kopen waar het dier zelf last van heeft, zullen daar vaker op worden aangesproken.”

Voor Menno Spiekerman-Bogert is die grens nu al helder: verwennen mag, maar het belang van Muis staat altijd voorop. Kleding zou hij haar nooit aantrekken. „Het is geen aankleedpop.”

Stelt hij écht nooit zijn eigen plezier boven dat van de hond? „Oké, misschien dan toch bij die verjaardagsfeestjes. Als Muis het goed kan vinden met een hond, maar ik vind het baasje niet aardig, dan nodig ik ze niet uit. Het moet voor mij ook leuk blijven.”

    • Boris Lemereis