Anne Sverdrup-Thygeson: „Van veel insecten weten we nog niet eens hoe fascinerend ze zijn.”

‘Dode boom is toprestaurant voor insecten’

Interview Over elk insect dat ze tegenkomt kan de Noorse Anne Sverdrup-Thygeson wel een verhaal vertellen. Vaak gaat het over hun nut.

Als een kind dat een grabbelton ziet – zo enthousiast loopt Anne Sverdrup-Thygeson (52) op de dode wilg af in het Amsterdamse Noorderpark. Haar arm verdwijnt elleboogdiep in het binnenste van de stam. De buit: een handvol houtmolm. Sverdrup-Thygeson straalt. „Het voelt als schatzoeken.” Vergeten zijn de grachten, vergeten is het ritje met de nieuwe metro. Voor een Noorse entomoloog op werkbezoek in Nederland is er geen mooiere plek dan hier, tussen de bomen. Want vooral in de dode exemplaren wemelt het van de insecten. En laat dood hout nu net haar favoriete onderzoeksonderwerp zijn aan de NMBU, de Noorse universiteit voor natuurwetenschappen, niet ver buiten Oslo.

Samen buigen we ons voorover, onze ruggen een breed windscherm, zodat het zaagsel niet verwaait. Tussen het witbruine hout een glimp metallic groen: een keverschildje. Insecten hebben een exoskelet, een lichtgewicht pantser van chitine – een stof die nauwelijks vergaat. „Daardoor blijven die harde buitendelen van insecten lang bewaard. Hier, het achterlijf van een hommel. Een van de werksters wellicht. Die sterven allemaal in de herfstkou. Alleen de koningin blijft over.”

Een nest voor hommels, een buffet voor kevers: dood hout is van groot belang voor allerlei insecten, benadrukt Sverdrup-Thygeson. En daarmee indirect ook voor ons, schrijft ze in haar boek Terra insecta, waarin ze aan de hand van talloze voorbeelden laat zien hoe veelzijdig insecten zijn. De boodschap die centraal staat, weerklinkt al tijden in de media: we hebben insecten nodig voor de bestuiving van gewassen, voor het recyclen van voedingsstoffen, voor het vruchtbaar maken van de bodem… Het minste wat we kunnen doen, is het beschermen van hun leefplekken, zegt Sverdrup-Thygeson, terwijl ze het hommelachterlijf weer teruglegt in de dode boom.

Lees ook het bijpassende verhaal uit onze Wat Als?-serie: Wat als er morgen geen insecten meer zijn?

Ze knikt naar de wilgenstam. „Zie je die gangetjes in het vermolmde hout? Dat zijn popkamers, waarin keverlarven zich hebben verpopt, voordat ze uiteindelijk als volwassen kevers naar buiten zijn gevlogen. Zij kunnen soms jaren in het binnenste van een boom leven. De bast is voor hen droog knäckebröd, maar dat middendeel… Een dode boom is een Michelin-restaurant met drie sterren.”

De plantsoenendienst denkt anders over, vermoed ik. Die dode wilg blijft hier vast niet lang liggen.

„Dood hout wordt nog te vaak onderschat. Dode bomen zijn een nutteloze sta-in-de-weg, omgevallen exemplaren blokkeren wandelpaden… Terwijl ze onmisbaar zijn voor de biodiversiteit. Een van mijn promovendi heeft net een onderzoek gedaan waarbij ze sommige blokken hout in fijnmazige kooien legde, zodat er geen insecten bij konden. En wat bleek? Op die houtblokken groeiden heel andere schimmels, die het hout langzamer afbraken. Waarschijnlijk komt dit doordat veel insecten sporen van schimmels bij zich dragen. Als zo’n insect op het hout landt en daar poept, komen de sporen daarmee op een nieuwe plek terecht. Dat vind ik mooi, die interacties tussen soorten.”

U ging voor uw dode-bomen-onderzoek zelfs zo ver dat u bomen opblies.

„Ja, we wilden graag staande dode bomen onderzoeken. Dus hebben we zestig exemplaren een kopje kleiner gemaakt met detonatielont. In de jaren daarna hebben we de bomen nauwlettend in de gaten gehouden om te kijken welke kevers erop afkwamen, zodat we konden zien wat de diverse soorten het liefst aten. Dit was natuurlijk een kunstmatig gecreëerde situatie, maar het gebeurt vaak genoeg in het echt – denk aan bosbranden, stormen.

„Interessant is dat juist zo’n natuurramp de biodiversiteit in het bos verhoogt. Als zo’n dode boom omvalt, zorgt dat ook voor een nieuwe open plek, met meer zonlicht. We hebben onder andere ontdekt dat er op de populieren rond die open plek meer bedreigde keversoorten leven, meer Rode Lijst-soorten. Juist vanwege die zon – daardoor warmde het hout op, en ontstond er een gunstig microklimaat voor die kevers. Dood doet leven.”

We lopen door naar een van de populieren in het Noorderpark. Sverdrup-Thygeson wijst op de bast, tussen het korstmos, enkele plekken aan waar kevers zich een weg naar buiten hebben geknaagd. „Zo’n boom is een natuurlijke wolkenkrabber. Of zelfs een stad op zich. Als je alle soorten bij elkaar optelt – korstmossen, insecten, zoogdieren – dan kom je wel op een miljoen individuen uit. Evenveel inwoners als Oslo.”

We lezen veel over de schadelijkheid van intensieve landbouw op insecten. Hoeveel invloed heeft de opwarming van de aarde?

„Beangstigend veel. Een paar weken geleden is er een onderzoek gepubliceerd waaruit blijkt dat in 35 jaar zo’n 45 procent van de geleedpotigen – insecten, maar bijvoorbeeld ook spinnen – uit de regenwouden van Puerto Rico is verdwenen. De onderzoekers vermoeden dat opwarming de oorzaak is. In diezelfde periode is de temperatuur ruim 2 graden Celsius toegenomen.

„En niet alleen in de tropen is de toestand zorgelijk. Rond de polen zijn de bloemen in grote mate afhankelijk van bestuiving door vliegen. Maar juist in de poolgebieden is de opwarming natuurlijk het sterkst voelbaar, voor de insecten én voor de insecteneters. Dat vond ik nog het zorgelijkst aan dat Puerto Rico-onderzoek, dat daarin ook een achteruitgang van de insectenetende vogels en reptielen werd gezien. Al die interacties tussen soorten zijn mooi, maar het maakt de natuur ook kwetsbaar.”

Heeft u een lievelingsinsect?

„Lastig kiezen. Sommige insecten zijn fascinerend en gruwelijk tegelijk. Roofvliegen bijvoorbeeld, die hun prooi al vliegend vangen en leegzuigen en dan het levenloze lichaam weggooien als een fastfoodverpakking… In mijn boek schrijf ik ook over de zielzuigerwesp, die kakkerlakken injecteert met een zenuwgif, waardoor ze veranderen in zombies – ze worden willoos door de wesp de gewenste kant uitgestuurd: die bijt in de linker of de rechtervoelspriet om de weg te wijzen. Zo wandelen ze hun eigen grafheuvel in: een holletje, dat de wesp afsluit met steentjes, nadat ze een eitje heeft gelegd in de kakkerlak.

„Maar je hebt ook lieve voorbeelden. Bladluizen, waarvan de vrouwtjes ware matroesjka-poppetjes zijn: in hun buik zit al een levende dochter, met daarin wéér een levende dochter…

„Van veel insecten weten we nog niet eens hoe fascinerend ze zijn. Wie had een paar eeuwen geleden gedacht dat termieten ons zouden inspireren bij het ontwerpen van gebouwen? Dat we schildluisschildjes zouden gebruiken voor rode lippenstift? Wees zuinig op insecten. Je weet nooit waar ze voor nodig kunnen zijn in de toekomst.”

    • Gemma Venhuizen