Opinie

    • Luuk van Middelaar

Debatteer met Orbán de hekkenbouwer

Zoals de midterms deze week de polarisatie in Amerika bevestigen, zo dreigt ook in Europa polarisatie. Niet tussen red en blue states, maar tussen pro-Europese liberalen en anti-Europese nationalisten. Een riskante ontwikkeling. In mei 2019 zijn de Europese verkiezingen; de partijpositionering is in volle gang. Gisteren kozen de christen-democraten de Duitser Manfred Weber tot hun lijsttrekker, vorige week wezen de sociaal-democraten Frans Timmermans aan. De nationalisten – van Matteo Salvini, Geert Wilders en Marine Le Pen tot Viktor Orbán – hebben er alle belang bij om er een referendum voor of tegen de EU van te maken. Zo kunnen ze allerlei frustratie en ongenoegen over immigratie, globalisering en bezuinigingen bijeenvegen. Het pro-Europese centrum moet niet in die val trappen.

Toch is de verleiding groot. Dat voel je bijvoorbeeld aan de Franse president Macron, nu Merkel is verzwakt de sterke man van Europa’s midden. Het schema ‘Pro’s versus Anti’s’ zit hem als gegoten. Zo veroverde hij voorjaar 2017 in eigen land de macht: eerst de pro-Europese centrumkrachten verenigen, dan Front National-voorvrouw Le Pen vloeren. Graag zou hij dit kunststuk op het Europese toneel herhalen. Emmanuel de Drakendoder tegen Viktor en Matteo de Hekkenbouwers. Maar zo zit de EU niet in elkaar.

Om zeker drie redenen is het een onverstandige strategie. Ten eerste kun je verliezen, met grote gevolgen. Want als nationalisten winnen bij landelijke verkiezingen leidt het tot een koerswijziging (zoals nu in Italië), maar op Europees vlak kan hun zege het einde van de EU betekenen. Marine Le Pen in het Elysée gaat Frankrijk niet opheffen, wel de EU opblazen. Die fundamentele tegenstem uitdagen, is spelen met vuur.

Ten tweede past de mise-en-scène van een ‘finaal duel’ niet bij het kiesstelsel in de EU. Het is geen twee-ronden-systeem zoals in Frankrijk, waarbij het na een eerste schifting uitdraait op een tweestrijd. In de Europese arena leidt ‘Pro tegen Anti’ tot dringen in het centrum voor christen-democraten, sociaal-democraten, liberalen en groenen, en een vrij speelveld voor de Anti’s. Dit versterkt de polarisatie. Niet handig.

Ten derde heeft Macron, en hij niet alleen, sterk de neiging de nationalistische oppositie en bloc te verdoemen. (Tijdens een recent bezoek aan Praag noemde hij de leiders van Polen en Hongarije „gekken”.) Dit versterkt de allergie over morele superioriteit van ‘Brussel’, dat tegenstemmen liefst buiten de orde plaatst.

Het treft te meer omdat Macron in zijn Orbán-kritiek geen scherp onderscheid maakt tussen diens uithollen van de democratie en zijn migratiebeleid. Ja, Orbán-de-antidemocraat moet hard aangepakt worden. Maar met Orbán-de-hekkenbouwer moet debat zijn; niet elk gesprek over migratie of identiteit is het begin van fascisme.

Donald Tusk, voorzitter van Europese toppen, maakt dit onderscheid wel. Hij had harde woorden voor zijn Hongaarse partijgenoot maar zei ook: „We moeten niet instemmen met het argument dat de effectieve bescherming van de Europese grens, ons grondgebied en onze identiteit, gelijkstaat aan de schending van de regels van de liberale democratie.” Zeer juist.

Ook dit leren de successen van Trump en Bolsonaro: gesteld voor de keuze tussen democratie en veiligheid-door-dichte-grenzen, kiezen steeds meer mensen dichte grenzen. Juist democraten moeten deze keuze dus doorprikken: het is een vals dilemma. De Pro’s die ‘Europa’ gelijkstellen met grenzeloosheid, bewijzen Europa noch de democratie een dienst.

Luuk van Middelaar is politiek filosoof, historicus en hoogleraar Europees recht (Leiden). Zijn column is wekelijks.
    • Luuk van Middelaar