Opinie

    • Michel Krielaars

De leugen regeert op de hele Balkan

Variaties op de ‘orgie van nationalisme’ kom je op de Balkan nog zo vaak tegen, dat ze er in toenemende mate de vrede bedreigen.

Op Korfoe nam ik de draagvleugelboot naar Albanië. Ik moest en zou teruggaan naar dat mysterieuze land, waar ik me dankzij een storm op zee een paar dagen lang ter plaatse had kunnen verdiepen in het zevenenveertig jaar durende communistische verleden en de mythes die er de ronde over doen.

Aangekomen in het stadje Gjirokastër bleek de waarheid anders dan ik dacht. Eerst begaf ik me naar het kasteel waar begin negentiende eeuw de lokale Ottomaanse bestuurder Ali Pasja op last van de sultan werd gefusilleerd, omdat hij te veel macht had gekregen. Ik kende hem uit de roman Kroniek van de stenen stad van Ismail Kadare, die net als de dictator Enver Hoxha in Gjirokastër werd geboren.

In een wirwar van stegen vroeg ik de weg naar Kadare’s wieg aan een man die met zijn dolk speelde. Zwijgend nam hij me bij de hand, nadat hij zijn wapen tussen zijn riem en buik had gestoken. De stegen werden nauwer en vuiler, totdat we het als museum ingerichte huis bereikten, waar Kadare als kind de literatuur ontdekte toen hij uit de boekenkast van zijn oom Shakespeares Macbeth pakte. Een betere voorbereiding op een dictatuur kun je niet krijgen.

Geschokt was ik echter toen ik van kenners vernam dat Kadare, die in zijn romans het Ottomaanse Rijk als metafoor voor Hoxha’s dictatuur gebruikt, zijn ziel aan de duivel heeft verkocht om die boeken te kunnen schrijven. Zo was hij na de dood van de dictator in 1985 vice-voorzitter van een organisatie, die het volk voor het regime moest winnen. Deze organisatie werd geleid door Hoxha’s weduwe, die ook de geheime politie Sigurimi aanstuurde. Toen Kadare’s dochter wilde trouwen met iemand die hij niet als schoonzoon zag zitten, was het die Sigurimi die een einde maakte aan die verhouding. Het is weliswaar geen Macbeth, maar toch.

Sinds de val van het communisme in 1991 probeert Kadare zijn duistere verleden wit te wassen door zich als dissidente schrijver te profileren, wat dus niet waar is. Hoogstens kun je zeggen dat hij zijn pro-Hoxha-gedicht en zijn roman De grote winter – waarin de dictator wordt neergezet als een man die uit liefde voor zijn land en volk alle banden met Rusland verbrak – schreef om zijn hachje te redden. Zulk gedrag laat niet alleen zien hoe corrumperend, geniepig en onzichtbaar een dictatuur als die van Hoxha is, maar ook hoe zij die iets van hun leven willen maken bereid zijn om zelfs met de grootste schurken samen te werken.

Zoiets geldt niet alleen voor Albanië, maar voor de hele Balkan. Overal worden leugens verteld, die de zwarte bladzijden van het verleden moeten uitwissen en een eerlijke omgang met de geschiedenis onmogelijk maken. In haar essaybundel Europa in Sepia noemt de Kroatische schrijfster Dubravka Ugresic die leugencultuur een ‘orgie van nationalisme’, die tot massahysterie en geschiedvervalsing leidt. Variaties op die orgie kom je op de Balkan nog zo vaak tegen, dat ze er in toenemende mate de vrede bedreigen.

Het Westen was lange tijd blind voor dat gevaar. Volgens Ugresic komt dat doordat we lange tijd alleen in onszelf waren geïnteresseerd en niet in de wereld om ons heen. Wrang is dan ook dat de MH17 moest worden neergehaald om aan die desinteresse een einde te maken.

    • Michel Krielaars