Opinie

    • Christiaan Weijts

De 2-in-1-leraar

Leraren mogen er dan te weinig zijn, gelukkig is er geen tekort aan denkers met een oplossing. Raden, bonden, denktanks en adviesgroepen: onvermoeibaar blijven ze rapporten bij elkaar dromen waarin staat hoe alles anders moet. Deze week plaatste de Onderwijsraad weer een toverbal op de horizon. Leraren moeten in meerdere vakken kunnen lesgeven.

Voor biologie zijn er straks genoeg docenten, voor scheikunde te weinig, maar het is allebei iets met stofjes en labjassen, nietwaar? Geschiedenis is een soort aardrijkskunde. Duits is gewoon Engels met andere woordjes. De school als een Spaans bergdorpje waar de postbode ’s ochtends je brood bakt, ’s zondags de mis opdraagt en tussendoor je wc ontstopt. Zo los je het personeelstekort wel op.

Of je er ook de werkdruk mee verlicht is een tweede. Het zal eerder hollen zijn, van het ene sectieoverleg naar het andere, van de ene nakijkstapel naar de volgende.

Het idee is vooral om het leraarschap aantrekkelijker te maken, dat je makkelijker kunt doorgroeien, switchen, multitasken, lekker kunt meedeinen met de verhoogde ‘mobiliteit’. Misschien werkt dat inderdaad zo, maar wat betekent dit voor leerlingen?

Iedereen met enige levenservaring weet dat van alle 2-in-1-producten de afzonderlijke bestanddelen net iets minder goed zijn dan wanneer je ze los koopt. Dikke kans dat zo’n wis- én natuurkundedocent allebei de vakken net iets minder beheerst.

De 2-in-1-leraar van de toekomst is een generalist. Wát hij precies doceert doet er net iets minder toe; de hoofdzaak is dat hij pedagogisch bezig is. Leerlingen sterk je daarmee in hun toch al groeiende overtuiging dat expertise en kennis niet zo intens boeiend zijn.

Vooral in beleids- en advieskringen is het populair om ‘inhoud’ te vervangen door ‘content’. Dat lijkt een ander woordje voor hetzelfde te zijn, maar ‘content’ is eerder zoiets als ‘vulsel’. Je hebt een site, een account, een app, en o ja, er moet ook nog ‘iets op’. Vulsel. Maatschappijleer is een voortzetting van economie met andere middelen. Gymnastiek is mobiele handvaardigheid.

En de leerlingen zien zo steeds vaker dezelfde vertrouwde gezichten voor zich in verschillende lokalen. Hierover schrijft de Onderwijsraad: „De eerste jaren van het voortgezet onderwijs gaan dan wat dat betreft meer lijken op laatste jaren van het primair onderwijs.”

De brugklas gaat lijken op groep 7 en 8. Zoals de universiteit is gaan lijken op het hbo. Straks gaat de basisschool verdacht veel lijken op de kleuterschool, en de groepen 1 en 2 op de crèche. Dat is wel vaker het nettoresultaat van visionaire onderwijsvernieuwingen. Dat het hele bouwwerk één verdieping zakt.

Christiaan Weijts schrijft op deze plek iedere vrijdag een column.
    • Christiaan Weijts