Ambtenaar Helmond fraudeerde voor 2,9 miljoen euro

Pieter H. gaf volgens de Belastingdienst gemeenschapsgeld uit aan elektronica, auto’s, kleding, fietsonderdelen, etenswaren, bomen, plantenbakken en wijnen.

Beeld ter illustratie. Foto Lex van Lieshout/ANP

Voormalig ambtenaar van de gemeente Helmond Pieter H. (56) heeft voor 2,9 miljoen euro verduisterd - een veelvoud van wat eerst werd gedacht. De Belastingdienst raamt de schade die de Brabantse stad door zijn toedoen leed op 2,9 miljoen euro. Dat schrijft burgemeester Elly Blanksma-van den Heuvel (CDA) vrijdag aan de gemeenteraad.

Als hoofd interne zaken was H. verantwoordelijk voor de inkoop van al het facilitair materiaal van de gemeente. In die functie liet hij zeker drie jaar lang de stad financieel opdraaien voor producten en diensten die hij zelf gebruikte, onder meer electronica, kleding, boodschappen en tuinmateriaal. H. liet ook een tuin aanleggen bij de woning van zijn echtgenote in het Limburgse Echt. In 2016 is aangifte tegen hem gedaan. Aan het einde van dat jaar is de ambtenaar ontslagen.

In maart vorig jaar werden H. en zijn echtgenote aangehouden. Hij wordt verdacht van witwassen, valsheid in geschrifte en verduistering. Zijn vrouw, voorheen secretaris bij de Limburgse gemeente Leudal, wordt verdacht van witwassen. Het echtpaar is inmiddels gescheiden.

Strafzaak

Een onderzoek van accountantskantoor PwC schatte de waarde van het door het voormalig hoofd interne zaken weggesluisde geld in september vorig jaar op ruim 4,5 ton. Blanksma had toen al het vermoeden dat dat te laag was ingeschat. PwC onderzocht niet alle jaren waarin H. zijn gang ging. De Belastingdienst deed dat wel. Of de conclusie van de Belastingdienst wél met de verwachting van de gemeente strookt wil een woordvoerder niet zeggen.

De gemeente probeert de schade verder zoveel mogelijk te verhalen en te beperken. Hoe dat precies in zijn werk gaat zegt de woordvoerder evenmin. Er loopt al een strafzaak tegen H., waarin Helmond als benadeelde partij optreedt. De gemeente rekent erop dat daarmee een “substantiële schadevergoeding” gewonnen kan worden.

    • David van Unen