Recensie

Onder de plak bij haar verschrikkelijke moeder, ook al is die al dertig jaar dood

Maeve Brennan Het enige langere proza van de Amerikaanse korteverhalen-schrijver Brennan is een vroege novelle over een 22-jarige vrouw, die na jaren in het buitenland terugkeert naar huis, en over wurgende familiebanden. (●●●●)

Het is november, en het kille, donkere weer zet de toon van het verhaal, dat als volgt begint: een maand na de dood van haar moeder keert Anastasia King terug naar Dublin; ooit is die moeder haar huwelijk ontvlucht, en de zestienjarige Anastasia volgde haar naar Parijs. Nu is ze tweeëntwintig. Ook haar vader is overleden. Het huis waarin ze is opgegroeid en dat ze als het hare beschouwt, wordt bewoond door haar grootmoeder, mevrouw King, die wordt bijgestaan door de oude huishoudster Katharine.

De titel van Maeve Brennans novelle Een bezoek geeft de vergeefsheid van Anastasia’s onderneming al aan: ze wil terugkeren naar huis maar komt niet verder dan de status van bezoekster. Haar grootmoeder rouwt om haar zoon (ze bezoekt elke dag zijn graf), had altijd al een hekel aan diens veel jongere vrouw en beschouwt haar teruggekeerde kleinkind als een indringer.

Maeve Brennan (1917-1993) emigreerde op jonge leeftijd van Ierland naar New York, waar ze vervolgens furore maakte bij The New Yorker, als redacteur en schrijfster van korte verhalen. Eerder dit jaar verscheen De twaalfjarige bruiloft, waarin een aantal krachtige verhalen van haar werd gebundeld, en nu verschijnt de vertaling van The Visitor, haar enige langere werk. Brennan schreef het in de jaren veertig, nog voor haar eerste verhalen werden gepubliceerd, maar het verscheen pas na haar dood, in 2000, nadat het manuscript in een universiteitsarchief werd aangetroffen. Of ze deze versie publicabel achtte zullen we nooit weten, maar we mogen blij zijn dat het is teruggevonden, gepubliceerd en nu dus ook vertaald.

Melancholisch

Lees ook de recensie van De twaalfjarige bruiloft: Een huis als een literair universum

Eenzaam, beklemmend, desolaat – dat is het universum waarin Anastasia terechtkomt; het is ook het universum van Brennan; zelfs de op het eerste gezicht luchtige schetsen over het stadsleven die ze voor The New Yorker schreef, zijn doortrokken van eenzaamheid en melancholie. Net als elders in Brennans oeuvre gaat het in Een bezoek om knellende zo niet wurgende familiebanden. De doden heersen. Anastasia kan alleen nog maar terug naar huis na de dood van haar moeder, de verhouding tussen haar en haar uit onverzoenlijk graniet gehouwen grootmoeder wordt bepaald door haar twee dode ouders. Veelzeggend detail: wanneer de oude mevrouw Kilbride op bezoek komt en het opeens gezellig dreigt te worden, is grootmoeder ‘geïrriteerd doordat er plotseling veel leven in de kamer was’. Mevrouw Kilbride leeft ook met doden: ze zit als zeventigplusser nog steeds onder de plak bij haar verschrikkelijke moeder, ook al is die al dertig jaar dood. In misschien wel de beste scène uit het boek vertelt Kilbride op haar sterfbed Anastasia over haar eerste en enige liefde, in een tragische en larmoyante monoloog. Als Een bezoek een film was, was mevrouw Kilbride een bijrol met Oscar-potentie.

Ook elders in Een bezoek is sprake van larmoyantie en sentimentaliteit, vaak onder de oppervlakte, maar soms in grote gevoelsuitbarstingen; dat zou Brennan in haar latere verhalen subtieler aanpakken. Maar ook dan blijft Anastasia de koele waarnemer. Wanneer ze in een emotionele scène grootmoeders hand vastgrijpt, denkt ze tegelijkertijd: ‘Wat zal die aanraking voor haar onaangenaam aanvoelen.’ Op de laatste pagina kijkt ze van buiten naar het huis, ‘spottend en angstig’. Die twee woorden vormen de perfecte uitdrukking voor de ambivalentie van de buitenstaander die naar binnen wil.

    • Rob van Essen