Opinie

    • Marjolein Kooyman

‘Er moeten in Rotterdam meer voorzieningen komen voor jongeren’

De Stelling

Door de gentrificatie van de stad verdwijnen in wijken als Katendrecht voorzieningen voor minder gefortuneerde jongeren, voor de oorspronkelijke bewoners. Volgens Els Desmet van Verhalenhuis Belvédère houdt dat verband met de schietpartij van vorige week.

De schietpartij op Katendrecht, waarbij de 32-jarige Dairon Alberto om het leven kwam, heeft voor veel onrust in de wijk gezorgd. De dader schoot op zondagavond 28 oktober wild om zich heen en raakte de op Katendrecht opgegroeide vader van twee kinderen. Inwoners vrezen voor meer geweld.

Katendrecht wordt al jarenlang gezien als het voorbeeld van gentrificatie. Om het verloederde gebied een oppepper te geven, werden sinds de jaren negentig honderden luxe nieuwbouwwoningen uit de grond gestampt. Sindsdien is het gebied, dat ooit het domein was van prostituees en criminelen, veranderd in een wijk voor jonge gezinnen en yuppen.

Maar in deze hippe enclave zijn de voorzieningen voor de oorspronkelijke bewoners – en dan met name de jongeren – vergeten, vindt Els Desmet van Verhalenhuis Belvédère. Het Verhalenhuis, dat gevestigd is in dezelfde straat waar de schietpartij plaatsvond, greep de brute moord aan om samen met enkele bewoners bij de gemeenteraad te pleiten voor meer voorzieningen, steun en controle. Bijvoorbeeld boks- en muzieklessen voor jongeren. Tegelijkertijd moet de controle beter, vindt Desmet. „Alleen iets leuks doen is niet genoeg. De criminaliteit in de wijk moet worden aangepakt.”

Tanya Hoogwerf, raadslid Leefbaar Rotterdam:

„Ik vind het vooral belangrijk om te laten zien dat criminaliteit niet loont. Door geld af te pakken van criminelen, maar ook bijvoorbeeld jongeren met een dure jas aanspreken met de vraag waar zij hun geld vandaan halen. De realiteit is dat ze liever duizend euro op een dag verdienen met dealen dan naar een hiphopklasje te gaan. Een strenge aanpak zet meer zoden aan de dijk dan het aanbieden van een hiphoples.” Tegelijkertijd moet er natuurlijk altijd een alternatief zijn voor criminaliteit, vindt Hoogwerf. „Goed onderwijs is heel belangrijk. Daar investeert de gemeente dan ook in.”

Aruna Vermeulen van het HipHopHuis:

„Jammer dat er vooral aandacht is voor hiphop als instrument om criminaliteit tegen te gaan, terwijl er zo weinig aandacht is voor de kracht en kwaliteit van jongeren die hun kunst uitoefenen. En daar wil ik juist graag over praten. Natuurlijk is het zo dat door met kunst en sport bezig te zijn er minder ruimte is om elders afleiding te zoeken. Maar ik vind het zo jammer dat hiphop altijd wordt gezien als instrument om iets negatiefs te vermijden. Daar wil ik het bij laten.”

Archell Thompson, werkt met jongeren uit de Tarwewijk en woont op Katendrecht:

„Zelf woon ik in een nieuwbouwhuis, maar in mijn achtertuin staan de sociale woningen en daar gebeurt van alles. Er wonen daar veel jongeren met hulpvragen, maar een jongerenwerker heb ik nog nooit gezien. De jongeren hebben geen honk nodig om te kletsen en te hangen, maar een ruimte voor lessen en workshops. Zelf heeft Thompson ook een criminele achtergrond. „Om daar uit te komen hielp het mij om aandacht en hulp te krijgen.” De sociale ondernemer denkt overigens niet dat je met lessen en workshops alle jongeren in de wijk kunt ‘redden’. „Al kiezen sommige jongeren toch voor de criminaliteit, andere jongeren kan je wel een alternatief bieden.”

Henk Ferwerda onderzoeker naar jeugdcriminaliteit bij Bureau Beke:

„Verveling is een trigger om rond te hangen en rottigheid uit te gaan halen. Maar over het algemeen is verveling veel minder een issue dan vroeger omdat jongeren zich steeds vaker online vermaken. Toch kan het geen kwaad een ‘actieve vrijetijdsbesteding’ aan te bieden. Een belangrijke voorwaarde is dat er professionals aanwezig zijn die kunnen signaleren en doorverwijzen als een jongere zorg nodig heeft. Voor jongeren die rondlopen met vuurwapens op zak, komen deze workshops en lessen te laat, stelt Ferwerda. „Hoe verder een carrière in de criminaliteit is opgebouwd, hoe lastiger het is om iemand eruit te halen.”

Marco Pastors, directeur NPRZ:

„Er zijn genoeg voorzieningen voor jongeren op zuid, zowel op het gebied van werk, scholing als sport. Misschien liggen die niet allemaal om de hoek, maar wel dichtbij.” Het ontbreken van voorzieningen mag overigens nooit een reden zijn om de criminaliteit in te gaan, vindt Pastors. Het NPRZ richt zich op school, werk en wonen als basis voor een goed leven. Tegelijkertijd bindt het programma de strijd aan met criminaliteit. „Maar als je een slechte weg afsluit, moet je tegelijkertijd perspectief bieden”, vindt Pastors. „Daarom zetten wij in op AanDebak-garanties.” Jongeren van Zuid die een mbo-opleiding beginnen in de richting techniek, bouw, food en zorg, krijgen al meteen een baan aangeboden waar zij later terecht kunnen. „Inmiddels hebben we vijfhonderd van deze garanties.”

    • Marjolein Kooyman