Rechters willen niet opdraaien voor mislukte digitalisering

Minder rechtszaken en een mislukt digitaliseringsproject zorgen voor geldtekort in de rechtspraak. Rechters moeten zelf een oplossing vinden.

Een zittingszaal van het Paleis van Justitie aan het IJdok in Amsterdam. Foto Erik van 't Woud/ANP

Rechters zijn bezorgd over de financiering van de rechtspraak. Ook vinden ze de afstand tussen de bestuurlijke top en de werkvloer te groot. Dat blijkt uit een enquête van Tegenlicht, een groep kritische rechters.

Tegenlicht ondervroeg de helft van alle 2.300 Nederlandse rechters en raadsheren. Van hen vindt 97 procent het onacceptabel dat de rechtspraak moet bezuinigen omdat het digitaliseringsproject KEI (Kwaliteit en Innovatie) is mislukt. Dat project kostte de rechtspraak de afgelopen jaren zo’n 200 miljoen euro, maar het werd eerder dit jaar stopgezet vanwege opeenvolgende vertragingen en hoge kosten. De oorspronkelijke begroting bedroeg zo’n 7 miljoen euro.

Lees meer over het mislukte digitaliseringsproject

Ook neemt het aantal rechtszaken af, onder meer door toegenomen griffiekosten. Als gevolg daarvan had de rechtspraak vorig jaar een tekort van 40 miljoen euro. Dat is aangevuld door minister Sander Dekker (Rechtsbescherming, VVD) – zijn wettelijke taak.

Verkeerde financiering

De mislukte digitalisering en de financiële gevolgen daarvan komen volgens de rechters, die hierover in 2016 al een brandbrief schreven, door de manier waarop de rechtspraak nu wordt gefinancierd. Het aantal zaken is bepalend voor de hoeveelheid geld die de rechtspraak jaarlijks van het ministerie van Justitie en Veiligheid krijgt. Neemt het aantal rechtszaken af, zoals de laatste jaren, dan komt er ook minder geld binnen.

De top van de Raad voor de Rechtspraak, de organisatie van de rechterlijke macht, zouden volgens de rechters te veel „focussen op een sluitende begroting” en te weinig kijken naar wat nodig is voor een „kwalitatief goede en snelle rechtspraak”, schrijven ze in een donderdag gepubliceerd manifest: „Die financiering houdt namelijk geen rekening met de voorwaarden die nodig zijn voor kwalitatief goede rechtspraak. Zoals voldoende tijd voor rechters om het dossier te lezen, zich te verdiepen in de moeilijke aspecten van een zaak en een begrijpelijke uitspraak op papier te kunnen zetten.”

Zelf oplossingen zoeken

Minister Dekker heeft de rechtspraak al eerder opgeroepen zelf met voorstellen te komen om de financiële tekorten op te lossen. De Raad voor de Rechtspraak laat nu intern onderzoeken wat er mogelijk is. Eén oplossing die de raad al heeft aangedragen is om zelf meer invloed te krijgen op de elf rechtbanken en vier gerechtshoven in Nederland. 92 procent van de ondervraagde rechters wil echter niet dat de raad meer macht krijgt, blijkt uit het onderzoek. Rechters vrezen dat de kloof tussen de werkvloer en de bestuurstop daardoor nog groter wordt.

De groep rechters stelt voor om de rechtspraak voortaan te financieren op basis van de hoeveelheid werk die nodig is om een zaak goed af te handelen. „Zoals dat de rechter zelf het dossier moet kunnen lezen en zich in moeilijke aspecten van een zaak moet kunnen verdiepen.” Daardoor zou kwaliteit belangrijker worden dan kwantiteit, schrijven de rechters in hun manifest.

Om de vermeende kloof tussen bestuurstop en werkvloer te dichten, willen ze dat rechters meer invloed krijgen in de aanstellingen van bestuurders binnen de rechtspraak. Waar de Raad voor de Rechtspraak voor een centralisering van de macht bij de raad pleit, willen de rechters juist dat de bestuurders van rechtbanken en gerechtshoven samen meer invloed krijgen.

    • Mark Lievisse Adriaanse