Overal wat lekkers halen en dat aan één tafel opeten

Sinds begin september heeft Rotterdam zijn eigen Foodhallen, van dezelfde oprichters als die in Amsterdam. Onze Rotterdam-recensent Frank van Dijl ging er eten.

De Foodhallen Nick Somers

In 2014 openden de Foodhallen Amsterdam, kort na de Markthal in Rotterdam. De concepten staan haaks op elkaar: de Markthal is – het woord zegt het al – een markt waar je droog je boodschappen kunt doen, zowel de dagelijkse als de minder alledaagse. Ook kun je er eten en drinken in barretjes, eettentjes en restaurants. Wat er niet kan, is een glas wijn kopen in het ene barretje en dat opdrinken in het andere zaakje. Of, als je met vrienden bent, overal om je heen wat lekkers halen en dat aan een gemeenschappelijke tafel opeten.

Dat is precies wat in de Foodhallen wél kan. Je boodschappen doe je maar ergens anders. Wat er in Rotterdam een beetje op lijkt, is de Fenix Food Factory op Katendrecht.

Sinds begin september heeft Rotterdam zijn eigen Foodhallen. Het gebouw Pakhuismeesteren op de Wilhelminapier, waar tot de jaren tachtig thee, zaden en noten werden opgeslagen, is omgebouwd tot een hotel met 217 kamers. De begane grond was voor de oprichters van Foodhallen Amsterdam de ideale locatie voor de Rotterdamse versie van hun concept.

Als we de Foodhallen betreden, komen we in een immense opengewerkte ruimte: breed, lang, hoog. Links valt meteen de enorme bar op, in het midden staan tafels waaraan mensen zitten te eten en overal trekken eetbarretjes (in de Foodhallen: ‘stands’) de aandacht. We lopen rond en ontdekken rechtsachterin een zijhal met een gintonic-bar. Even beraadslagen.

We beginnen met dimsum bij Baomazing en we zijn inderdaad verbaasd hoe snel onze pasteitjes klaar zijn, gestoomd en al. Het deeg is te dik en in de ha kau nemen we geen garnaal waar, eerder een prutje van gehakt. Haar siu mai smaakt een beetje naar frikandel, vindt Charlie. Als dimsumliefhebbers zijn we teleurgesteld.

Zo snel als het bij Baomazing ging, zo lang moeten we wachten op onze pho rolls en mini-loempia’s bij Viet Yam. We zitten aan een van de tafels met een glas wijn dat ik aan de grote bar heb gehaald. De wijn komt uit een pomp. Voor ons ligt een schijf die uitzinnig gaat flikkeren als de bestelling klaar is. De gerechtjes, geserveerd in papier en een kartonnen bakje, zijn goed vullend, vooral de pho rolls: groenten en eendenvlees gerold in rijstdeeg.

In de kleinere zijzaal, waar ook La Pizza zit, is mijn oog al gevallen op de stand Foodshed van Erik van Loo (Parkheuvel). De lobster hotdog lijkt me wel wat, maar we gaan eerst zitten bij sushibar Kyatcha in de hoek naast Bar Pulpo. „Eet u aan de bar?” vraagt de chef. „Dan leg ik het op een mooi bordje.”

We kiezen de lemon soft-shell crab en de shrimp tempura en zien hoe vaardige handen onze bordjes opmaken. De chef is afkomstig van restaurant Aqua Asia in gebouw De Rotterdam, horen we. De gerechten zijn uitstekend: Kyatcha komt met stip binnen op onze lijst met favoriete Japanners.

Tot mijn spijt zie ik nu dat de Foodshed al sluit. Het is weliswaar een doordeweekse avond (hoewel: hoe doordeweeks is de donderdagavond nog?), maar het is nog maar net negen uur geweest.

Als ik een week later tijdens het lunchuur terugkom voor het broodje kreeft, zegt de mevrouw van Food shed: „Was u hier vorige week ook? Ja, ik ging vroeg dicht, want het was stil.”

De kreeftenhotdog is lekker: een worstje met gehakte kreeft en wat kruiden dat aan weerszijden uit een klein broodje steekt. De mayonaise is overheerlijk.

Ik kan het niet laten om nog even bij Kyatcha langs te gaan. Dit keer neem ik spicy maguro, een inderdaad pittig tonijnrolletje op een prachtig aardewerk schaaltje en versierd met een diepblauw viooltje, en de beef truffle die dankzij de avocado zacht van smaak is. Dit getuigt van verfijning. Hier ga ik vaker komen.

Frank van Dijl is culinair recensent en journalist.
    • Frank van Dijl