Na een tijdje zie je overal mijnschade

Steenkoolwinning Veel Limburgers hebben schade aan hun huis door de kolenmijnen. Sinds deze week mogen ze hopen op compensatie.

Viola van Emmenes bij haar huis in het dorpje Rimburg, bij Landgraaf. Er zitten scheuren in de muren. Foto Chris Keulen

Viola van Emmenes (41) ziet zichzelf er straks wonen en lekker lange wandelingen maken door de omgeving met Bailey, de Engelse stafford. Haar partner Jos Huijnen (44) wil het huis het liefst verkopen, tijdens of straks na verbouwing. Hij kan het pand lastig los zien van de mijnschade en het gevecht dat hij moet voeren om zijn recht te halen. „Ik zit tegen een burn-out aan, slaap slecht. Ook buiten het huis zie ik overal mijnschade: scheuren in huizen, sinkholes in het groen waar ik de hond zijn behoefte laat doen.”

Zonder de mijnen had het uit 1916 daterende huis er nooit gestaan. Het werd gebouwd in de tijd dat de steenkolenwinning op gang kwam. Zonder de mijnen was er ook geen schade geweest. Die is ontstaan door de activiteit die lange tijd in de Limburgse bodem plaatsvond. In onderaardse gangen werden na gebruik plafonds opgeblazen, waardoor ze gevuld werden met brokstukken. In de decennia daarna is die nieuwe laag zich gaan zetten, waardoor bovengronds scheuringen en verzakkingen aan gebouwen ontstonden. Na het stoppen met pompen in de jaren negentig liepen de gangen en schachten, die niet werden dichtgemaakt, langzaam vol met mijnwater, waardoor de bodem ook ging bewegen.

Mensen die schade hadden, stuitten lang op de verjaringstermijn van dertig jaar. Omdat de Limburgse mijnen tussen 1969 en 1974 sloten, viel weinig te claimen. Een deel van hen mag nu weer hoop koesteren dankzij een uitspraak van de bestuursrechter in Roermond deze week. Twee buren op de Marktstraat in Kerkrade tekenden beroep aan tegen de weigering om schade via het Waarborgfonds Mijnschade te laten vergoeden, dat is gevuld met door mijnbedrijven voor schade gereserveerde bedragen

Verjaard, beweerde het ministerie van Economische Zaken, dat het fonds beheert. Maar volgens de bestuursrechter geldt in dit soort gevallen het moment dat de laatste oorzaak, waardoor uiteindelijk de mijnschade is ontstaan, zich voor het eerst manifesteert. In dit geval gaat het om een afsluiting van een mijnboring die is gaan lekken. Daarvan is niet te zeggen is of dat langer of korter dan dertig jaar geleden begon. Huijnen vindt het positief nieuws, maar durft inmiddels niet al te veel te hopen.

Uit een plaatjesboek

Vooralsnog wonen Van Emmenes en Huijnen in Kerkrade in een huurhuis en is het zeven jaar geleden aangeschafte pand in het nabijgelegen Rimburg werk in uitvoering. In de woning moet nog veel gebeuren, maar de potentie is zichtbaar. Het dorp is een oord uit een plaatjesboek: hoeves, een oude school, kerk in het midden, het kabbelende riviertje de Worm (dat ook de grens met Duitsland vormt), kasteel aan de rand, bossen, weides en heuvels rondom.

Van Emmenes: „Toen we een jaar of vijf geleden het huis begonnen te strippen, zagen we wat gaande was. We ontdekten de scheuren en het door opkomende mijnwater wankele fundament. Ik heb nooit zo geloofd in steun van de instanties. Die naaien je waar je bij staat. Jos is wel eindeloos gaan bellen, dossiers gaan lezen, archieven en conferenties gaan bezoeken. Die is er letterlijk grijs van geworden.”

Huijnen somt op wie ze allemaal over de vloer hebben gehad: vertegenwoordigers van de Technische commissie bodembeweging, gemeentelijke, provinciale en landelijke volksvertegenwoordigers en ambtenaren, de gedeputeerde, de dijkgraaf, cameraploegen. „Je zou geld moeten vragen voor de rondleidingen. Maar het leverde weinig op. In eerste instantie werd zelfs beweerd dat er nooit mijngangen onder dit deel van het dorp hebben gelopen. De bewijslast wordt sowieso omgekeerd. Toon maar aan dat het mijnschade is en niks anders. Alleen met onbetaalbare bureaus kun je je gelijk halen.”

Zonder dat noemenswaardige vooruitgang werd geboekt, zijn ze op aandringen van Van Emmenes inmiddels toch aan het verbouwen geslagen. Maar bij Huijnen knaagt het. „Je doet van alles, maar wat zit er straks weer allemaal los, als het fundament niet deugt?”

Minister Eric Wiebes (Economische Zaken, VVD) heeft dinsdag in een brief aan de Tweede Kamer geschreven dat hij de uitspraak van de bestuursrechter in Roermond nog wil bestuderen, voordat hij beslist al dan niet in hoger beroep te gaan. De twee buren in Kerkrade krijgen in ieder geval hun schade vergoed, belooft de bewindsman.

De Tweede Kamerleden Sandra Beckerman (SP) en Frank Wassenberg (Partij voor de Dieren) hebben een motie ingediend waarin wordt opgeroepen van een beroep af te zien, de verjaringstermijn te schrappen en mijnschade en waardevermindering van huizen te vergoeden. Wassenberg hoopt op de steun van een Kamermeerderheid, maar noemt die hoogst onzeker. „De situatie in Limburg is in veel opzichten vergelijkbaar met die in Groningen. Net als daar zou de bewijslast bij de verantwoordelijken voor de delfstoffenwinning moeten komen te liggen en niet bij de bewoners.”

CDA-Tweede Kamerlid Agnes Mulder weet nog niet of ze voorstander is van het omkeren van de bewijslast.

Ze heeft haar motie van 13 maart – waarin ze ook aandrong op vergoeding van ook niet verjaarde mijnschade – nog aangehouden. „Ik hoop snel van de minister te horen over de inrichting van een meldpunt waar gedupeerden echt verder kunnen worden geholpen.” Het liefst hoort ze tijdens de begrotingsbehandeling op woensdag zijn standpunt naar aanleiding van de gerechtelijke uitspraak.

    • Paul van der Steen