De protestsong is terug (en er is niets lievigs meer aan)

Muziek Twee jaar na de verkiezing van Donald Trump is een nieuwe golf van protestsongs ontstaan. Anders dan in de jaren 60 is er niets lievigs aan.

Illustratie Job Wouters

De zondvloed, de tsunami, het einde van de wereld is nabij. Vergeet lieve protestliedjes over een antwoord dat gejaagd is door de wind. In 1962 gaf Bob Dylans ‘Blowin’ in the Wind’ een wake-upcall voor de mensheid om op te staan tegen de kernwapenwedloop. Vietnam, ongelijkheid en racisme bepaalden de maatschappelijke discussie.

Leven we nu in een andere wereld? Het lijkt me niet. Vluchtelingenproblematiek is er altijd geweest en ook de atoomdreiging uit de Koude Oorlog is terug. Oorlog, populisme, hongersnood en terrorisme hebben de wereld er niet overzichtelijker op gemaakt.

Ik groeide op in de tijd dat de Amerikaanse betrokkenheid bij de oorlog in Vietnam het hete hangijzer was voor jonge, politiek bewuste mensen. Op straat in mijn vriendelijke Zuid-Hollandse dorp hing tussen de oerdegelijke verkiezingsposters van de christelijke partijen CHU en KVP een exemplaar van het spraakmakende affiche van de PSP: In een weiland met een koe stond een blote vrouw, hoofd en handen naar de hemel geheven. De Pacifistisch Socialistische Partij (die in 1991 zou opgaan in GroenLinks) plakte anno 1971 affiches met de simpele verkiezingsspreuk ‘ontwapenend’. Het vriendelijke lettertype had dezelfde ronde vormen als het schandalig blote meisje. Toen ik haar als veertienjarige voor het eerst zag wist ik: ik ben pacifist.

Die zomer zag ik Woodstock in de bioscoop, krakkemikkig geprojecteerd op drie schermen zoals de regisseur het wat al te ambitieus had bedoeld. Na de debuterende Crosby, Stills, Nash & Young en de meer dan stonede John Sebastian was er maar één artiest die me om half twee ’s nachts wakker hield in de Leidse Camerabioscoop. Jimi Hendrix verscheen gapend op de drie doeken. Het programma van het rommelig georganiseerde hippiefestival was zo ver uitgelopen dat de stergitarist pas op maandagochtend (18 augustus 1969) om zes uur aan de beurt kwam. Het was koud, het was guur en Hendrix speelde de sterren van de hemel.

Collectief gevoel aanwakkeren

Jimi Hendrix op Woodstock was de remedie tegen al het wapengeweld. In zijn nietsontziende versie van het Amerikaanse volkslied, The Star-Spangled Banner, liet hij zijn gitaar gillen en jammeren en zijn zes snaren scheuren trekken in de Amerikaanse vlag. Daarna vuurde hij er denkbeeldige mitrailleurkogels op af en gooide er bommen op en marcheerden er soldaten over de resterende flarden van de trotse driekleur. Het was instrumentaal maar je wist meteen: dit is een Vietnamprotest. Hendrix had geen woorden nodig om een collectief gevoel aan te wakkeren. Wat hij deed met je trommelvliezen spande samen tegen de gevestigde orde. Het vlamde van het scherm, die nacht in de Camerabioscoop. Naast mij zat Bas, de vriend die bijna net zo goed gitaar kon spelen als Hendrix. Achter ons op de middelste rij zat de blote vrouw van de PSP-poster, als mijn herinnering me niet bedriegt.

Luister hier de naar gillende gitaren op The Star-Spangled Banner van Jimi Hendrix tijdens Woodstock.

Fast forward naar 2018. Precies twee jaar geleden werden we wakker in een wereld waarin de Amerikaanse bevolking de kansloos geachte populist Donald Trump zomaar tot president had gekozen. Alsof het niks was. Een blaaskaak, een antidemocraat en een seksist die er openlijk voor uitkwam dat hij lekkere meiden het liefst bij de pussy grijpt. Op 10 november 2016 speelde de groep Wilco in Utrecht. Bij hun concert zag ik een eerste signaal dat niet alle Amerikanen blij waren met de nieuwe wereldleider. Zanger Jeff Tweedy sprak zijn afschuw uit over de verkiezing van de murenbouwer. Mexicaanse muziek, Mexicaanse mensen, Mexicaans voedsel, what’s not to like? Op het bord met schuifletters bij de deur van de Rondazaal stond het credo dat Tweedy voor de avond had bedacht: ‘Ashes of American Flags’. Een songtitel van Wilco.

Tuingereedschap versus rode knop

Die avond vertrapte de oer-Amerikaanse band (experimenteel, traditioneel en bevlogen tegelijk) voor mij de vlag zoals Hendrix het eerder had gedaan. Maar waar bleef de protestmuziek? Het duurde lang voordat Amerikaanse popmuzikanten een kritisch geluid lieten horen. Honderd bands en solisten bundelden hun krachten voor het Bandcamp-project The First 100 Days. Gedurende de eerste honderd dagen van Trumps presidentschap werd elke dag een nieuw lied gepost. De meeste daarvan bleken vleugellamme songs waarin de artiest zijn of haar diepe melancholie liet spreken, zonder directe uitspraken over de politieke situatie.

Alleen de onbekende zanger Tim Heidecker postte een lied dat de president op een subtiele manier hekelde. In ‘Trump Talkin’ Blues’ schetst hij hoe hij als kind in de ouderlijke garage keek naar de verzamelde tuingereedschappen, en bedacht hoe je die als wapens zou kunnen gebruiken in een oorlogsspel. Een onschuldig gedachtenexperiment, vergeleken bij de rode knop waarmee de president de totale vernietiging van de wereld kon inzetten. Een scenario waarmee hij dreigde alsof het een stuk speelgoed was. Die geest krijg je nooit meer terug in de fles, zong Heidecker. De vernietiging van de aarde kwam er onvermijdelijk aan. Crazy how it only takes a maniac.

Het was een Britse zanger die als eerste de directe aanval op Trump opende. In zijn Dylan-pastiche ‘The Times They Are a-Changin’ Back’ zong Billy Bragg over de donkere wolken die zich boven het Amerikaanse volk samenpakken:

Come Mexicans, Muslims, LGBT and Jews

keep your eyes wide open for what’s in the news

For President Trump is expressing his views

and I feel that the mob he’s inciting

Will soon break your windows

and burn down your schools

For the times they are a-changin’ back

Kortom, impliceert Bragg: Trump zet aan tot haat en verzamelt een boevenbende om zich heen die alle democratische verworvenheden van de laatste vijftig jaar zal terugdraaien.

Luister hier ‘The Times They Are a-Changin Back’ van Billy Bragg.

In de VS roerde de hiphopgemeenschap zich als eerste, met felle protestsongs. Het duo YG & Nipsey Hussle noemde Trump een kankergezwel met een „racist ass”. De titel ‘Fuck Donald Trump’ loog er niet om, evenmin als de beginselverklaring „All the niggers in the ‘hood want to fight you.” Ook hun witte collega Eminem noemde Trump bij naam: „A fuckin’ loose cannon / who’s blunt with his hand on the button.” Joey Bada$$ zwaaide met de Amerikaanse vlag in de clip van zijn cynische ‘Land of the Free’. De Ku Klux Klan en de nakomelingen van witte slavenhouders maken meer dan ooit de dienst uit, vindt Bada$$:

Three K’s, two A’s in AmeriKKKa

I’m just a black spade spawn out of the nebula

(…)

The land of the free is for the free loaders

Leave us dead in the street, be your organ donors

They disorganized my people, made us all loners

Still got the last names of our slave owners

Luister hier ‘Land of the Free’ van Joey Bada$$.

Fiona Apple hekelde Trumps grijpgrage seksisme in ‘Tiny Hands’, een lied met maar één tekstregel. „We don’t want your tiny hands / anywhere near our underpants”. In het algemeen gebruiken vrouwelijke artiesten mildere woorden. Op haar album May Your Kindness Remain vraagt Courtney Marie Andrews om compassie en begrip voor minderbedeelden. Het weerhoudt haar er niet van om in ‘Border’ een felle aanklacht te zingen tegen het dichtgooien van grenzen. „Ik ben songschrijver in een tijd van oorlog”, zei ze dit jaar tegen NRC.

Lees ook het interview met Courtney Marie Andrews: ‘Ik ben songschrijver in een tijd van oorlog’

Het persoonlijke is politiek geworden, zegt de Zweeds-Britse Neneh Cherry over haar nieuwe album Broken Politics. „Dagelijkse beslissingen neem ik alleen nog met het wereldgebeuren in mijn achterhoofd. Denk ik voldoende aan het milieu? Aan mijn medemens? Aan de toekomst van de wereld? Alleen op die manier compenseer je als individu de verschrikkingen die ons door de leider van de westerse wereld worden opgelegd.”

Het dichtst in de buurt van de impact van Hendrix op Woodstock komt gitarist en zanger Marc Ribot, bekend van zijn werk met Tom Waits en Elvis Costello. Op het album Songs of Resistance 1942-2018 legt hij een direct verband tussen het Italiaans fascisme uit de Tweede Wereldoorlog en het huidige Amerikaanse regime, dat hij evengoed fascistisch vindt. In ‘The Big Fool’ hekelt hij de ontkenningspolitiek van Trump met betrekking tot de opwarming van de aarde:

The permafrost is melting

and the glaciers are receding

The extinctions are beginning

and the big fool says push on

Ribots gitaarspel is het meest effectieve protestgeluid in deze song. Zijn gitaar jaagt en schuurt, giert en jammert woedend naar een explosief einde. Een aanzet tot de melodielijn van ‘The Star-Spangled Banner’ wordt in de kiem gesmoord. Het is het hardste anti-Trump-protest dat tot nu toe werd gehoord. ‘The Big Fool’ is als een atoomontploffing.

Luister hier ‘The Big Fool’ van Marc Ribot.

    • Jan Vollaard