Recensie

Matige tapas en pijn in je rug – dit avondje viel niet mee

Recensent en journalist Petra Possel test wekelijks een restaurant in en om Amsterdam. Dit keer: Five Brothers Fat.

Na anderhalf uur staan we weer buiten, zeven tapas en één dessert gegeten, wat cava en wijn gedronken, bijna honderd euro lichter en pijn in de rug. Een avondje Five Brothers Fat, het valt niet mee.

Een pand waar decennialang een restaurant zat, waar je écht Grieks at voor Griekse prijzen, werd onlangs betrokken door Five Brothers Fat, die ook in de De Clercqstraat een succesvol filiaal runnen. Het werd hipperdepip, groen met donkerbruin, hoge tafels met krukken, een sfeer die in niets meer doet denken aan die Griekse taverna. De jongens in de bediening zijn knap, aardig en ervaren, we starten vol goede moed aan deze tapasavond. En die tapas zijn Spaans, volgens de jongens „vooral authentiek”, met soms een uitstapje naar de Aziatische keuken.

La Xampanyeria in Barceloneta, het onder de voet gelopen stadsdeel in Barcelona, was de bron van inspiratie voor deze horecajongens (geen broers). Bij die tapasbar puilt het uit, drink je voor een habbekrats cava en werk je en passant Spaanse borrelhapjes weg. Want tapas zijn in Spanje helemaal geen maaltijd, het zijn borrelhapjes. Maar als je er genoeg van eet, hoef je daarna niets meer. Een tapa mag vanwege die functie ook best hoog op smaak zijn, het moet ons immers een beetje op de been houden. In Nederland zie je steeds meer restaurants waar tapas het menu vormen, het traditionele diner is weggevallen, zo ook bij Five Brothers Fat.

We kunnen kiezen uit ruim twintig tapas en twee desserts en we beginnen met een glas cava en pan con tomate (3,50), de ultieme testcase van een tapasbar. De cava is die van de voorbeeldzaak Can Paixano (de officiële naam van de zaak), hij is goedkoop (2,-) – goed nieuws – en semi-sec, slecht nieuws. Cava met een licht zoetje is vast lekker bij van alles, maar niet bij een serie hartige tapas. Dus nemen we gauw een Puigmolto brut nature (5,-), lekker droog. Pan con tomate is een ode aan de eenvoud: het liefst op houtskool geroosterd brood wordt met een rub van knoflook en tomaat ingesmeerd, je kunt er vreselijk gelukkig van worden! Maar wat hier gebeurt: lekker geroosterd brood, warm, besmeerd met een dikke laag – als ware het tapenade – tomaat en verse knoflook… koud, zo uit de koeling. Een valse start.

Opvallend is dat sommige tapas de prijs van een ‘gewone’ tapa overstijgen: steak tartare (10,50), Filipino ceviche (12,-) en pulpo a la galega (11,-). Snel blijkt dat deze tapas het formaat voorgerecht hebben, goedkoop is het niet. Daar nemen we een kaaskroket, queso espinaca (4,50), buikspek (8,-) en bloemkool, coliflor (5,-) bij. De bloemkool is op papier een heerlijk gerecht, geroosterd met wat crème fraîche, limoen en gerookte amandel erbij, maar de bloemkool is dik en grof en op sommige plekken keihard. De buikspek komt als twee grote speklappen, niet mooi getrancheerd, hompen met een zoute sojasaus; alleen de dungesneden venkel is fris. Pulpo a la galega is aardappel met inktvis; de aardappel is in plakken gesneden gegaard, maar met de pulpo is niets gedaan, meer fantasie heeft de kok blijkbaar niet. De kaaskroket met spinazie is huisgemaakt – als dat betekent melig met weinig uitgesproken kaassmaak, zouden wij het buiten de deur laten maken.

Gelukkig zijn er ook gerechten die onze goedkeuring wel krijgen: de steak tartaar is niet te koud, mooi aangemaakt en er steken manchegokoekjes in, prima, en de ceviche van zeebaars met een beetje kokos – ze heten Filipino maar de jongen zegt dat ze Thais zijn – is het beste van de avond. Ook de rode wijnen (Garnacha Torrelongares 4,80; La Tribu 2015, 6,30) zijn prima, vol en kruidig.

Aan het einde, we moeten nu eenmaal ook desserts testen, gaat het toch weer fout: de cheesecake (6,50) is een bonte kermis met smakeloze frambozen (niet het seizoen) en mierzoete cake.

Als we een beetje stram van onze kruk afglijden, kunnen we alleen maar denken: jongens, dit moet beter!

Recensent en journalist Petra Possel test wekelijks een restaurant in en om Amsterdam.
    • Petra Possel