Opinie

Laat kinderen weer timmeren, zagen en solderen op school

Onderwijsblog Uit vrijwel alle scholen verdwijnen de handvaardigheidslokalen. Waar halen we later dan de vakmensen vandaan, vraagt Tjip de Jong zich af.

Lex van Lieshout, ANP PHOTO XTRA

Het viel mij voor het eerst op tijdens de jaarlijkse schoonmaakmiddag op de basisschool van mijn kinderen. Ik vond achterin de opslagruimte van school een compleet opgedoekt handvaardigheidlokaal. Soldeerbouten, opgestapelde bakken vol met tangen, hamers, schroevendraaiers en verroeste figuurzagen. Er stond zelfs een oude werkbank. Alles onder een dikke laag stof. Na wat navragen bleek het al jarenlang niet meer te zijn gebruikt. Ooit was er een lokaal geweest waar kinderen wekelijks druk bezig waren met batikken, solderen, zagen en boren. Maar dat was verleden tijd. Ruimtegebrek. De basisschool nu biedt een sociale, uitdagende leeromgeving waar van alles te doen is. Maar niet leren door met je handen te werken, door vies te worden, te zagen, te boren en bijvoorbeeld samen iets moois te maken zoals een decor voor toneel of een kasteel op schaal.

Op veel basisscholen zie ik dezelfde beweging. Handvaardigheid is een steeds kleiner onderdeel van de schoolweek. Een aparte vakdocent is voor de meeste scholen niet realistisch. Een intern begeleider staat hoger in de hiërarchie dan een leerkracht techniek. Daarom moet de overbezette leerkracht het doen. Behalve de dagelijkse lessen komt daar dus al gymles bij en soms muziek. En nu ook handvaardigheid, net als gym en muziek een echte expertise. Je kunt dat niet verwachten van leerkrachten. Ik vind het gek dat zoveel basisscholen in Nederland ervoor kiezen om het handvaardigheidlokaal in te ruilen voor een studieruimte of extra werklokaal. Het lijkt mij dat een aantrekkelijke schoolomgeving juist gebruik maakt van verschillende vormen van leren. Door een ontwerp te maken van een houten boot kan een leerling in groep zes of zeven leren meten op schaal en kennis maken met het berekenen van graden en hoeken. Jonge kinderen in de onderbouw kunnen met handvaardigheid kennis opdoen over de werking van sterkte en zwakte van constructies en verbindingen. Bijvoorbeeld door tekeningen van bruggen te maken en deze na te bouwen van papier of KAPLA (de bekende kabouter plankjes).

Nederland kampt met zorgwekkende tekorten aan technici. Er is een schreeuwende vraag naar installateurs, elektriciens en monteurs. Dat zijn professionals die veelal met een VMBO beroepsgerichte leerweg of kaderberoepsgerichte leerweg doorstromen naar het MBO. Daar worden leren en werken sterk met elkaar verbonden. In dit licht is het zorgwekkend dat basisscholen steeds vaker stoppen met handvaardigheid. Later zullen veel kinderen zich er wel mee gaan bezighouden. Je zou denken dat meer tijd en aandacht voor handvaardigheid juist de leerervaring op school verrijkt en verdiept. Kinderen leren immers vooral door te doen en iets maken kan hier ontzettend bij helpen.

Zelf herinner ik me niet zo heel veel meer van de lessen rekenen of geschiedenis. Maar het moment dat ik voor het eerst door een microscoop keek of ontdekte hoe je moest batikken blijft me tot op de dag vandaag bij. Die ervaringen staan niet onder rekenen of taal, maar er 100 procent naast. Het is bewonderenswaardig hoeveel leerkrachten erin slagen hun eigen klaslokaal om te toveren tot een creatieve speelplek. Maar hoeveel ruimte heb je met 30 kinderen in één klaslokaal? Elke school heeft een handvaardigheidlokaal nodig! Het is een basisbehoefte voor een krachtige leeromgeving.

Dr. Tjip de Jong (www.tjipdejong.com ) is wetenschapper, docent en organisatieadviseur. Samen met prof. dr. Joseph Kessels schreef hij onder andere het filosofieboek ‘Denken in organisaties, pleidooi voor een nieuwe Verlichting’.