Kwaliteit jeugdbescherming daalt door lage tarieven

Gemeenten Mensen die werken in de jeugdbescherming hebben het steeds drukker. „Wat hebben we over voor de kwetsbaarste kinderen?”

Foto Ijubaphoto

De kwaliteit van de jeugdbescherming zakt door lage tarieven af tot een zorgwekkend laag niveau. Dat zegt brancheorganisatie Jeugdzorg Nederland. De vergoedingen voor jeugdbescherming die gemeenten voor 2019 bieden, liggen gemiddeld bijna 14 procent onder de kostprijs, zo heeft adviesbureau Berenschot in opdracht van Jeugdzorg Nederland berekend.

Berenschot baseert zich op aanbestedingsdocumenten en andere informatie uit contractonderhandelingen over 2019 tussen gemeenten en instellingen. Bij regio’s waarover nog geen informatie beschikbaar is – minder dan een kwart – is uitgegaan van het tarief van 2018.

Ruim 35.000 kinderen hadden in de eerste helft van dit jaar te maken met jeugdbescherming, een vorm van jeugdzorg die bedoeld is voor kinderen die niet veilig opgroeien. De opvoeding van deze kinderen hapert omdat de ouders in beslag worden genomen door bijvoorbeeld geldzorgen, een slepende scheiding of een drugsverslaving.

Een kinderrechter heeft deze kinderen een jeugdbeschermer toegewezen. Die moet ervoor zorgen dat het kind weer veilig kan opgroeien, bijvoorbeeld door de cocaïneverslaafde ouder een ontwenningskuur te laten volgen en het hele gezin gesprekken te laten voeren bij de psycholoog. Nederland telt veertien jeugdbeschermingsinstellingen.

'Neerwaartse spiraal'

Lage tarieven – die de instellingen al langer parten spelen als gevolg van rijksbezuinigingen – bemoeilijken het werk van jeugdbeschermers, zegt René Meuwissen, bestuurder van Jeugdbescherming Brabant en vicevoorzitter van Jeugdzorg Nederland. Hij spreekt van een „neerwaartse spiraal”. Lage tarieven leiden tot reorganisaties, die leiden tot een hogere werkdruk, en die „leidt weer tot vertrek en uitval van medewerkers”. Toen hij 2,5 jaar geleden in Brabant aantrad, had elke jeugdbeschermer vijftien gezinnen onder zijn hoede. Nu loopt dat op naar achttien gezinnen. Gevolg: minder tijd per kind.

Meuwissen spreekt van een „maatschappelijk vraagstuk”. „Hoeveel heeft de samenleving over voor het waarborgen van de veiligheid van de meest kwetsbare kinderen?”

Minister Dekker (Rechtsbescherming, VVD) spreekt van een „zorgelijk signaal”, maar noemt dit een „zaak tussen instellingen en gemeenten”. De Vereniging van Nederlandse Gemeenten laat weten de „afloop van de contractonderhandelingen te willen afwachten”.

Maandag debatteert de Tweede Kamer over het jeugdzorg-deel van de begroting van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.

    • Ingmar Vriesema