Kritiek op het plan om Rotterdam buiten de pilot gereguleerde wietteelt te houden

Softdrugsproblematiek Burgemeester Aboutaleb heeft grote bezwaren tegen de opzet van de landelijke pilot voor gereguleerde wietteelt, en wil het anders doen.

Foto iStock

Het kabinet wil vier jaar lang in zes tot tien gemeenten experimenteren met gereguleerde wietteelt. Dit om een oplossing te vinden voor de ‘achterdeurproblematiek’ van coffeeshops. Die zien zich vaak genoodzaakt zaken te doen met de onderwereld omdat grootschalige productie en levering van wiet verboden is terwijl de vraag groeit. Rotterdam is een groot voorstander van zo’n experiment maar vindt de huidige opzet te beperkt, schrijft burgemeester Aboutaleb in een brief aan de ministers Grapperhaus (CDA, Justitie en Veiligheid) en Bruins (VVD, Medische Zorg en Sport).

De burgemeester stelt voor het experiment uit te bouwen naar meer gemeenten en meer soorten experimenten én om de verplichte deelname van alle bestaande coffeeshops – in Rotterdam bijna 40 – los te laten. „Wat moeten we doen met coffeeshops die niet mee willen doen? Moeten we die sluiten?” Het is volgens hem ook moeilijk voor te stellen dat alle coffeeshops tegelijk overschakelen op landelijk gekweekte wiet. „Hoe zullen de huidige leveranciers reageren als zij in één klap buitenspel worden gezet? Het is niet ondenkbaar dat zij andere afzetkanalen zullen zoeken met alle gevolgen van dien voor de openbare orde en veiligheid.” Aboutaleb acht het ook niet uitgesloten dat de coffeeshops na afloop van het experiment opnieuw zijn aangewezen op het afnemen van softdrugs van criminelen. „Een onwenselijke situatie.”

De rand van de stad

Al deze problemen kunnen volgens hem worden voorkomen door het experiment uit te voeren met een aantal nieuwe coffeeshops die opgezet moeten worden aan de rand van de stad. Dat maakt een betere vergelijking mogelijk, meent hij. „Lukt het deze nieuwe verkooppunten om naast de bestaande coffeeshops een rol van betekenis te spelen?”

Om zijn voorstellen kracht bij te zetten, verbindt de burgemeester er gevolgen aan. „Rotterdam acht de kans dat ze meedoet aan het experiment klein als de nu geformuleerde uitgangspunten in stand blijven.”

Myranda Bruin, bestuurslid van het Platform Cannabis Ondernemingen, vindt de voorstellen van Aboutaleb „moedig maar weinig realistisch”. „Hoe wil de burgemeester de consumenten die ons vertrouwen naar de rand van de stad krijgen? Denkt hij nu echt dat verkoop daar beter is dan via de bekende kanalen? Hoe controleer je de kwaliteit? Je kunt ook prima vergelijken als wij de gereguleerde wiet verkopen naast onze andere producten.”

Bruin, eigenaar van coffeeshop 1-2-3 in de Slaghekstraat, verwacht niet dat Aboutaleb veel gehoor vindt met zijn voorstellen. „Andere burgemeesters die bezwaar maakten tegen de opzet van het experiment, onder wie Staf Depla (Breda) en John Jorritsma (Eindhoven), kregen nul op het rekest. Ik begrijp Aboutaleb wel maar je kunt alleen vergelijken als het een uniform experiment is zonder uitzonderingen per gemeente.”

Verschuiving problemen

De eigenaar van coffeeshop New York, tot voor kort Afrikaanderplein geheten, noemt de voorstellen van Aboutaleb „onbegrijpelijk”. „Als je coffeeshops aan de rand van de stad opzet dan verschuif je de problemen alleen maar. Bovendien heb je nu veel verschillende wietsoorten. Die kun je niet zomaar vervangen door enkele landelijk gekweekte soorten. Het gaat hier niet over broodjes van McDonalds die je kunt afnemen van één fabrikant! Mensen willen gewoon coffeeshops. Om de achterdeurproblematiek aan te pakken moet je ons juist wél laten meedoen. Anders wordt het experiment een mislukking.”

Fractievoorzitter Tjalling Vonk van de Christen Unie-SGP begrijpt Aboutalebs voorstellen evenmin. „Ook bij nieuwe coffeeshops aan de rand van de stad zal een alternatief circuit ontstaan. Wij vinden dat je drugs zoveel mogelijk moet terugdringen omdat ze evident slecht zijn. Daarom stemden wij (met het CDA, Nida en een deel van Leefbaar Rotterdam) in oktober vorig jaar tegen deelname aan het wietexperiment. Niet de burgemeester maar de gemeenteraad zal uiteindelijk beslissen of Rotterdam meedoet. Als de minister nee zegt tegen de voorstellen van de burgemeester dat vinden wij dat niet erg. Geen experiment is beter dan een slecht experiment.”

    • Lucette Mascini