Kon-tiki

is visser en doet verslag vanaf de waterkant. Deel 4:

Vis en Vikingen.

Opnieuw las ik het boek in een ruk uit. Bij het doorbladeren blijf ik plakken bij de plaatjes. Fletse, zwart-witte foto’s vol drama. Een door zon en zout gebronsd bemanningslid, Torstein Raaby, houdt een gempylus, slangmakreel, in zijn handen. Nooit eerder zag een mens deze scherpgetande slangachtige. Het beest was ’s nachts in zijn slaapzak gesprongen, zo uit de zee. Thor klemt een bebloede tonijn met blinkende vinnen tegen zijn borst. Zijn kompaan Bengt raapt ’s ochtends de bonito’s en vliegvissen op van het dek, als uit de hemel gevallen, en bakt ze op een Primus kooktoestelletje. Ontzaglijke mahi-mahi’s worden onthoofd, de kop dient als lokaas voor de haaien die, gespiesd met harpoen, bij de staart aan boord worden gehesen. Een kolossale walvishaai dreigt het vlot waarop ze zitten om te kieperen. Honderden loodsmannetjes zwemmen mijlenver trouw mee.

De Kon-Tiki expeditie. Het manhaftige avontuur uit 1947 van Thor Heyerdahl, die met vijf kameraden in zijn zelfgebouwde vlot van balsabomen de Stille Oceaan doorkruist. 8.000 blauwe mijlen in 101 dagen. Hij bewees dat de tot dan toe mysterieuze bewoners van Polynesië nakomelingen zijn van de Inca’s uit Peru. En nu pas, bij tweede lezing, dringt het tot me door: opnieuw een Noor die me iets wil vertellen. Want intussen vermoed ik een mystieke verwantschap tussen mij en de Vikingen. De vis blijkt de missing link.

Het begon al met mijn eerste, zelfgemaakte stripverhaal op de lagere school. Dat ging over Vikingen en hun woeste rooftochten. Met carnaval wilde ik nooit cowboy of indiaan zijn, ik droeg een helm met hoorns en vlechten. Als puber was ik een jaar lang betoverd, niet door een meisje, maar door het verslag van de Zuidpool-ontdekking, door Roald Amundsen. De koele, nietsontziende avonturier die zijn eigen pony’s en sleehonden slachtte en opat en als eerste mens (dus niet kapitein Scott) een vlag plantte in het ijs van Antarctica. Weer een Noor. Op de universiteit belandde Knut Hamsun met een dreun in m’n leven. Magistraal proza dat mijn kijk op literatuur voorgoed veranderde. Wéér een Noor. Enkele jaren terug stond ik plotseling in de lift oog in oog met een levende legende: Magnus Carlsen. Mijn geliefd wonderkind dat schaakexperts blind simultaan als stofdeeltjes van het bord veegt. Opnieuw een Noor.

Het is duidelijk. Vikingen willen me iets vertellen. Iets laten voelen. De ware visser is ontvankelijk voor tekenen en symbolen. Daarom besloot ik dit weekend dat ik volgend jaar met een kajak zal afdalen in de Sognefjord, de koning der fjorden. Mijldiep, ijskoud, bloedlink. Menig visser vond er de dood. Voor zalm en kabeljauw. En als ik zeg kabeljauw, bedoel ik kabeljauw. Niet die lullige gulletjes waar onze Noordzee-wrakvissers om vreugdedansen, nee, knoerten van dertig kilo die je rug kunnen breken en een lever bezitten die een heel gezin kan voeden. Norge, jeg kommer!

    • Mohammed Benzakour