T.J. Hertz (Objekt) begon met het plaatsen van nummers op op dubstepfora.

Foto Kasia Zacharko

‘Ik knip chaos op tot er iets nieuws uit ontstaat’

Interview

Dj Objekt is een van de meest innovatieve technoproducers van het moment. Deze vrijdag verschijnt zijn derde album. „Ik heb alleen beats gebruikt waar nodig.”

Middenin ‘Rest Yr Troubles Over me’, halverwege Objekts nieuwe album Cocoon Crush, klinkt een piep alsof een hartmonitor stilvalt. Dat is wat de Britse dj en producer Objekt hoort als hij weer hoog de wolken in schiet, vertelt hij via een videoverbinding vanuit Berlijn. „Op grote hoogte voel ik me vaak kwetsbaar. Ik heb veel tijd om na te denken en sta meer open voor emotionele triggers. Het voelt vaak alsof je verdoofd bent in een vliegtuig. Ik wilde dat samengeperst voelen veranderen in iets dat juist groots en meeslepend klinkt.”

Die experimentele, conceptuele en emotionele benadering is de krachtige drie-eenheid achter het werk van T.J. Hertz (31). Als elektronisch ingenieur perfectioneerde hij de afgelopen jaren het pulsverloop door de muziekinstrumenten van Native Instruments. Op zijn tweede album laat hij horen dat kennis en intuïtie geen aartsvijanden zijn. De nummers klinken alsof ze rechtstreeks uit de aarde zijn gegroeid, door de ruimte zijn versplinterd en in de toekomst verrijkt om uit te monden in een organische stroom die toch de motor blijkt achter alles. Daarmee bewijst hij zichzelf opnieuw als een van de meest innovatieve en technisch vaardige technoproducers van het moment.

„Het is gelukt om mezelf nog verder te bevrijden van het concept dansvloer. Ik heb alleen beats gebruikt waar nodig”, zegt hij. Toch is het wel de bedoeling dat je fysiek wordt geraakt door zijn muziek. Daarom vergruisde hij het maatschema in ‘Silica’, een track met een baslijn die bijna uit de speaker blubbert. „Nergens kan je voorspellen waar de volgende tel valt.” Sommige nummers doen denken aan het werk van Aphex Twin. Ook Objekt kan halverwege een track als synthesizers op hol slaan en de drums ongericht tegen elkaar botsen nog landen op een rode draad die de track voorttrekt. „Mission accomplished”, zegt hij grinnikend. „Het is geen geheim dat Aphex Twin een van mijn grootste inspiratiebronnen is.”

Objekt raakt vaak geïnspireerd door een gek ritme of een glitch. „Het begint bij chaos. Daar snijd ik passages uit die ik bewerk tot er iets nieuws ontstaat.” Voor een track als ‘Silica’, pakte hij de drums uit ‘Ganzfeld’, een oude track. Zo ging hij vroeger vaker te werk. Nummers uit die tijd zijn vaak een amalgaam met flarden van oude versies.

Het is gelukt mezelf te bevrijden van de dansvloer

Filmgeluiden

Toch kreeg hij het gevoel zichzelf in een hoek te drijven door te blijven boetseren. Hij zocht naar een „open, eerlijker” benadering. Die vond hij in de filmindustrie. Vier jaar geleden begon hij met het verzamelen van metaalgeluiden, voor ‘Agnes Demise’. „Toen stuitte ik op een bibliotheek met het geluid van mensen die op olievaten rammen, deuren die dichtslaan, rommelende containers.”

Ergens is het niet gek dat hij uitkwam bij filmmuziek. Zijn moeder, een Filipijnse componiste, werkte vroeger al aan filmscores achter de piano. De jonge T.J. kreeg les in piano, drums en bas. Hij speelde in bands, luisterde naar Radiohead en kwam als 14-jarige al uit bij de elektronische muziek van Autechre en Aphex Twin. Zijn eerste opnames maakte hij met de apparatuur van zijn moeder. Moe van vrienden meeslepen naar optredens, verruilde hij zijn drumstel voor draaitafels in Oxford. Hij verhuisde na zijn afstuderen naar Berlijn, na zijn werk maakte hij daar breakbeat-techno. Regelmatig postte hij nummers op dubstepfora. Toen in 2011 dj Jackmaster voorstelde één daarvan uit te brengen, deed hij dat bijna anoniem (een witte hoes, geen label, geen tracktitel). Een jaar na Objekt #1 stond hij in Berlijns bekendste club Berghain. De EP’s schoven op van postdubstep naar experimentele techno en onderscheiden zich zonder uitzondering in creativiteit en sounddesign. Ze werden bekroond met een album in 2014: Flatland.

Rode draad

Zijn tweede album schuift op richting experimentele bassmuziek. „Ik hou ervan hoe de dj’s in die scene agnostisch met tempo’s omgaan en ineens een hardcoreplaat draaien. Alles kan en mag.”

Belletjes en metaalklanken lopen als een rode draad door zijn tweede album. In ‘Dazzle Anew’ hoor je klanken die je in een Shaolin-tempel verwacht. De melodie van ‘Another Knot’ is een herhaling van het motief in ‘Nervous Silk’ en dezelfde belletjes gebruikte hij ook al in ‘Needle & Thread’ (Objekt #3). „Het gaat zelfs nog verder terug,” zegt hij, want de belletjes waren ook al te horen op zijn vorige album in ‘One Stitch Follows Another’. De tracktitels verwijzen naar borduurwerk. „Ik vind het idee van een terugkerend motief interessant. Als handtekening, ja, maar ook als creatieve leidraad. Je kan iets steeds van een andere kant aanvliegen.”

Afhankelijk van de toonsoort roepen beltonen allerlei associaties op: van naïviteit tot naderend onheil. Vaak klinkt een belharmonie gewoon mooi. Ik heb houd van belletjes die wat vals klinken. Dat creëert ambiguïteit.”

Opvallend vaak hoor je zijn eigen stem: vervormd tot vocoder-robot (‘Rest Yr Troubles Over me’) of uit elkaar getrokken tot grotachtig gegrom (‘Secret Snake’). „Elektronische muziek kan snel buitenaards klinken. Door de menselijke stem maak je meteen contact.”

Tracktitels als ‘Deadlock’ en ‘Another Knot’, verraden een persoonlijk worsteling. „Klopt,” zegt hij, enigszins aarzelend. „Het album vertelt indirect het verhaal van de vier meest bewogen jaren uit mijn leven. Ik ging door een moeilijke fase, had meerdere relaties en worstelde met gevoelens van schuld, berouw en verdriet.”

Toch klinkt Cocoon Crush nergens zwaarmoedig. Het is juist de dualiteit tussen explosieve beats en rimpelende belharmonieën die het album interessant maken. Je hoort chaos en sereniteit, schoonheid en agressie. „Ik vind het niet interessant om het een of het ander te maken. Liefst bewandel ik de dunne lijn daartussen.”

    • Rolinde Hoorntje