Recensie

Hybride is voor Porsche een moetje

Autotest Porsche moet en zal elektrische auto’s bouwen. De Cayenne E-Hybrid is een tussen-Porsche, schrijft .

De Porsche Cayenne E-Hybrid van Porsche Centrum Rotterdam Foto Merlijn Doomernik

Een Porsche op stroom, een beetje dan. Een raar gezicht, zo’n Cayenne E-Hybrid aan de laadpaal. Onder het blinkende staal woont een zescilinder turbo samen met een 136 pk sterke elektromotor. Die laat hem tot 44 kilometer elektrisch rijden met een maximumsnelheid van 135 kilometer per uur. Zo kun je, zegt Porsche, „theoretisch een hele werkdag door de stad rijden zonder de verbrandingsmotor bij te schakelen”. De vraag of je daar met een fiets niet beter af bent moet je Porsche niet stellen. Die heeft geen turbo.

Welke nerd zou zo’n enorme power-SUV als stadsauto inzetten? Hij is er voor de Autobahn en daar, hele geruststelling, is de elektrische hulpmotor gewoon de trouwe knecht van een opzwepend klinkende turbo. Schouder aan schouder komen ze tot 462 pk en een trekkracht van 700 Nm, niets aan de hand. Hij is wel wat zwaarder, 2.370 kilo tegen 2.060 voor de stroomvrije Cayenne met dezelfde benzinemotor. Rijden is als rennen met een volle rugzak. Genoeg kracht in de benen maar een tikje landerig, je voelt de batterijen hangen. Anderzijds tors je ruim 300 kilo minder schuldgevoel met je mee en rijd je schoon zolang het gaat. In een Porsche.

Voorwaar, de nieuwe tijden zijn een slagveld voor het wereldbeeld. Maar waarom niet? Het is een Porsche. Hoe meer motoren, hoe meer vreugd. Mijn persoonlijke snelheidsrecord, 330, behaalde ik in een plugin-hybride, ook van Porsche. De E-Hybrid haalt 253. Het lijkt me voldoende.

Toch is voor Porsche de hybride weg vooral een moetje. Het heeft geen kleine diesels of zuinige stadsautootjes die bij volumemerken vooruitlopend op verdergaande elektrificatie de gemiddelde CO2-emissies drukken. Voor de zes- en achtcilinders die bij Porsche altijd core business waren, betaalt het merk een hoge ecologische prijs. Een Cayenne Turbo blaast nog altijd 272 gram per kilometer de lucht in en de vuilste 911’s zitten er niet ver onder. De relatief schone viercilinders in de Boxter, Cayman en Macan zijn slechts pleisters op die wonde. Wat Porsche moet, en zal, is elektrische auto’s bouwen.

Hoe dan? De 911, het kroonjuweel, is een sportwagen die lawaai moet maken, uitsluitend geloofwaardig met een zescilinder boxer. Een elektrische 911 lijkt ondenkbaar, nog los van de vraag of een coupé voldoende plaats heeft voor een batterijpakket dat de auto minstens vierhonderd kilometer aan de praat houdt. Daarom is de eerste elektrische Porsche een volledig nieuw model. In 2020 komt de Taycan, vierdeurs coupé met 600 pk. En hij zal een succes worden, omdat het een Porsche is.

Achilleshiel

De Porsche die ik rijd is dus een tussen-Porsche. Dat is zijn achilleshiel, al mankeert er niks aan. Een Porsche gaat atletisch all the way, zo hoort het. Het kan geen sprinter met een accubierbuik zijn. De Cayenne laat zien hoe zelfs een machtig, sprookjesachtig rendabel bedrijf langzaam in het nauw gedreven wordt door de paradigmawisseling van de energietransitie. Porsche heeft op zich goede kaarten om die ommekeer te overleven. Met zo’n naam hoeft het op de kleintjes niet te letten: men betaalt toch wel. Het kan daarnaast dankbaar verwijzen naar de eerste hybride die naamgever Ferdinand ruim een eeuw geleden ontwikkelde, de Lohner-Porsche met elektromotoren in de wielen. Kijk ons, vooruitgang was hier altijd al traditie!

Het laat onverlet dat Porsche straks bij het nulpunt moet beginnen op een door Tesla aangeboorde markt waar nieuwe partijen als Byton en Lucid intussen veelbelovende eerste stappen zetten. In Californië werkt Lucid aan de Air, een op papier fenomenale über-limousine met een topsnelheid van 378 kilometer per uur, hij zou in 2020 in productie kunnen. Het Chinese Byton, gerund door een sterrencast onder ex-BMW-man Carsten Breitfeld, komt volgend jaar met een elektrische SUV voor alleszins beschaafde prijzen; volgens berichten gaat hij ongeveer de helft van een Cayenne kosten. In dat licht is het hoogst onzeker hoe de concurrentiepositie van Porsche zich in het stroomtijdperk zal ontwikkelen, nu de techniek die het bedrijf zijn leidersrol verschafte stapsgewijs wordt weggevaagd.

Eens komt de dag waarop we concluderen dat die overheerlijke tussen-Porsche de laatste echte was. Aan de borreltafel van de toekomst horen oude petrolheads mij zeggen: „Ik reed ooit 1 op 14 in een Cayenne.” Dan zuipen we ons klem en laten we ons laveloos door onze autonome Taycans thuisbezorgen, sadder and wiser.

    • Bas van Putten