Hè ja, laten we gougères maken

Janneke kookt Deze Franse kaassoesjes zijn zalig bij een glas wijn.

Foto Merlijn Doomernik

Het stond met zijn neus tegen het venster van de Little Free Library. Een klein grijswit boekje met in rode letters de woorden hand en mixer en daarnaast in zwart een illustratie van een heuse handmixer. Die zie je niet vaak meer in deze tijden van staafmixers en keukenrobots. Het stond er zo aandoenlijk mijn aandacht te trekken, met z’n elegante cover en de belofte van „125 overheerlijke recepten met duidelijke gebruiksaanwijzing”, dat het, na enig dralen mijnerzijds, mee naar huis mocht – ik probeer te minderen met kookboeken hamsteren, vandaar.

Het boekje bleek te zijn uitgegeven in 1965 door de fabrikant van de ‘P.M.C. electrische handmixer’. Het werd samengesteld door ene M.G. van Gent, een man die zijn voorwoord niet zonder trots ondertekent met ‘Mixer-Demonstrateur’. Wát hij in dat voorwoord schrijft is niet minder veelbelovend: „Toch zijn er nog veel huisvrouwen welke de handmixer alleen gebruiken om wat slagroom of eiwit te kloppen, terwijl de mogelijkheden veel uitgebreider zijn.”

Honderdvijfentwintig recepten in een bundeltje zo groot als een hand en hooguit een halve centimeter dik. Ook dat zie je niet vaak meer in deze tijden van kookboeken als stoeptegels. Vergeleken bij de kookboeken van 2018 lijkt het werkje van de heer van Gent niet meer dan een flyer.

Maar wel een informatieve flyer dus. Met recepten voor een heleboel varianten op melk met een smaakje: abrikozenmelk, ananasmelk, frambozenmelk, gembermelk. Flink wat varianten op boter met een smaakje: hamboter, haringboter, kerrieboter, tomatenboter. Een stoet aan sauzen: mayonaise, bearnaise, mousselinesaus, mosterdsaus. Puddingen. Koekjes. Omeletten. Pannenkoeken, poffertjes en wafels. En een intrigerend recept voor imitatieslagroom gemaakt van rauwe melk en plantenmargarine. Ik wist eerlijk gezegd net zo min als veel huisvrouwen in 1965 dat de mogelijkheden met de handmixer zo uitgebreid zijn.

Mijn oog bleef haken aan het woord kaassoesjes, maar dat bleek te gaan om gewone soesjes gevuld met kaascrème en persoonlijk krijg ik altijd een beetje de rillingen van zo’n kledder kouwe kaaszalf. Dan vind ik Franse kaassoesjes, waarvoor de kaas door het deeg gaat, veel aantrekkelijker. Hè ja, laten we gougères maken. Nog warm van de oven zijn ze zalig bij een glas wijn. Geen nood trouwens wanneer u geen elektrische handmixer bezit. Dat doe ik evenmin, en het lukt ook prima met die nog ouderwetsere, hándgedreven mixer: de garde.

Gougères

(Voor 35 – 40 kleine soesjes)

100 g boter; 200 ml melk; 100 g bloem, gezeefd; 4 eieren; 150 g Gruyère, geraspt; 1 volle tl dijonmosterd

Verwarm de oven voor op 200 graden. Verwarm de boter en melk in een grote steelpan, samen met een snuf zout en een paar slagen (witte)peper.

Haal de pan van het vuur wanneer de melk bijna kookt.

Voeg de bloem toe en meng met een mixer of garde. Zet de pan weer terug op het vuur en laat de deegbal 2 minuten garen terwijl u hem voortdurend in beweging houdt.

Haal de pan weer van het vuur en voeg nu, terwijl u blijft kloppen of stevig roeren, een voor een de eieren toe. Roer er tot slot de mosterd en kaas door.

Maak met behulp van 2 theelepels kleine hoopjes van het deeg op 2 bakplaten en bak de soesjes in 20 – 25 minuten goudbruin. De binnenkant moet zacht en een beetje vochtig blijven.

Serveer de gougères zo rap mogelijk.

    • Janneke Vreugdenhil