Opinie

    • Joyce Roodnat

Die ‘Elgin marbles’ moeten terug

Joyce Roodnat

De Akropolis is een magische plek, en onwaarschijnlijk mooi bovendien. Maar de beste beelden werden meegenomen door de Britse Lord Elgin.

De Akropolis: de Kariatiden op het Erechtheion. Foto Joyce Roodnat

De Akropolis is een moetje, dacht ik. Ik kwam er niet en vond dat best. Nu ben ik eindelijk in Athene en verklaar mezelf voor gek. Hoe haalde ik het in mijn hoofd om de Grieken en de goden te onderschatten? De Akropolis is een magische plek, en onwaarschijnlijk mooi bovendien. Ik val om te beginnen als een blok voor het Erechtheion. Een olijfboom (ééntje, geschonken door Athene zelf) geeft in een hoekje de tempel kopjes en er zijn zes kariatiden, met de mooist denkbare knieën in hun geplooide gewaden. Het zijn niet de originele kariatiden, die staan veilig in het Akropolismuseum, op loopafstand van hun tempel.

Ik wil de echte zien, dus ik ga daar naartoe.

Daar zijn ze dan, opgesteld alsof ze nog steeds het tempeldak dragen op hun subliem gevlochten kapsels. Ze waren met zijn zessen, maar er gaapt een gat tussen hen. Eén zuilvrouw ontbreekt. Ze werd in 1803 geschaakt door Thomas Bruce, zevende graaf van Elgin. En Lord Elgin verkocht haar in 1816 aan het British Museum in Londen.

Ik loop door naar de zaal met de Parthenon-friezen, het in marmer gebeeldhouwde stripverhaal langs de bovenlijst van de grootste tempel. Terwijl achter een glazen wand tegenover die friezen de Akropolis op zijn berg staat te stralen, zie ik hoe de Griekse meesters die daar werkten consequent zochten naar beweging. Het gaat over een wapperende mantel. Over een gespannen mannengezicht, een vrouw die een paard op de hals klopt, een veulen dat met zijn hoofd tussen zijn voorbenen duikt, alsof het lol maakt.

In het verhaal van de friezen wordt vaker wel dan niet het originele marmer afgewisseld met een gipsen kopie. ‘BM’ staat daaronder, ‘British Museum’. Want de beste friezen nam Lord Elgin mee, en ook de beste beelden. Cherry picking, hij had smaak. Gaten en gips markeren in Athene wat de Britten meenamen. Ik hoor hier dat het British Museum de Parthenon-friezen in bruikleen heeft willen geven. Dat aanbod is afgeslagen, en terecht. Het was een wisseltruc. Had het Akropolismuseum toegehapt dan had het erkend dat het marmer Brits eigendom was.

Londen heeft het Akropolis-marmer twee eeuwen lang een goed tehuis geboden, al weet niemand of de Grieken dat zelf niet ook hadden gekund. Maar wie in dit museum is, beseft: die ‘Elgin marbles’ horen hier. Die moeten terug. Kan niet anders. Ja, als we zo beginnen, moet de obelisk in Parijs dan terug naar Egypte? Enzovoort. Dat weet ik niet, daar heb ik het niet over. Ik heb het over de oud-Griekse beelden die, ik zie het zelf, hier volslagen op hun plaats zouden zijn. In dit museum. In dit deel van de wereld, waar ze werden toegevoegd aan de schepping.

    • Joyce Roodnat