Opinie

    • Ellen Deckwitz

De grootste liefde

De afgelopen weken is bij bijna mijn hele omgeving de relatie uitgegaan, waardoor mijn sociale leven ineens in topvorm is. Kennissen die ik voorheen slechts een half uurtje kon uitstaan omdat ze verkleefder met hun wederhelft waren dan een Siamese tweeling met borderline blijken single ineens prima te verdragen. En nu mijn plotsklaps alleenstaande vrienden niet meer half dement zijn door al die hechtingshormonen zeggen ze eindelijk weer eens interessante dingen.

Al dat liefdesverdriet is naast deprimerend vooral erg gezellig. Wanneer je geen partner meer hebt is er een zee aan vrije tijd en gezamenlijk vullen we de avonden met films, sjoelen en brood eten. Het scheelt dat ik zelf ook een gedeukt hart heb. Het hoe en wat is voor dit stukje even niet interessant, maar ik was toen hij opeens verdween geschokt tot hoeveel pijn de geest in staat was. Ik nam me voor om een paar maanden te gaan kluizenaren, maar amper een etmaal nadat mijn eigen hart in elkaar stortte explodeerden alle verkeringen om me heen. Hele WhatsApp-groepen werden opgericht (momenteel heet mijn favoriete ‘Team Depri’) waarin we elkaar steunen en door de dagen heen slepen. Er wordt heerlijk gebadderd in een bad van wederzijds begrip, tjokvol tolerantie voor elkaars huilbuien en woedeaanvallen. We zeggen hoe mooi en knap en geweldig we elkaar vinden, koken voor degenen die uit pure ellende niet meer voor zichzelf kunnen zorgen, zitten samen de uren uit.

Gisteravond had ik weer een volle woonkamer. We lachten, stampvoetten en tijdens de zoveelste groepsknuffel kwam het hoge woord eruit: dat we allemaal zo blij waren dat de rest ook diep ongelukkig was.

„Ik gun jullie alles hoor”, juichte M, „maar gedeelde smart is echt halve smart.”

Toen iedereen weg was en ik de slingers in de wasmachine deed was ik ondanks alle feestelijkheden sip. Langzaam drong iets tot me door dat ik eigenlijk allang wist maar altijd een beetje negeerde: dat je echte grote liefdes je vrienden zijn. Onze verwachtingen van de amoureuze liefde zijn verziekt door de talloze onzin die ons van kindsbeen af aan in het hoofd is gestampt. Al die Disney-films, romantische komedies en epische verhalen over eeuwig verliefde voorouders zorgden ervoor dat de werkelijkheid alleen nog maar teleurstelt.

„Wat is het probleem”, tjirpte de Japie Krekel op mijn schouder, „je hebt nu niet één, maar een heel dozijn ware liefdes.”

Ik zuchtte. Er was geen probleem, maar het streven naar die ene grote, ware liefde zat zo diep. Ze is een fictie, maar dat maakt haar afwezigheid niet minder pijnlijk. En we hebben daardoor alsnog liefdesverdriet, niet vanwege één liefde, maar vanwege dé liefde. Hoeveel armen ons ook vasthouden, hoe sterk we onszelf voor de rest ook vinden.

Ellen Deckwitz schrijft op deze plek een wisselcolumn met Marcel van Roosmalen.

    • Ellen Deckwitz