Opinie

    • Georgina Verbaan

Blokfluit

Het woord blokfluit viel onlangs in een gesprek en toen moest ik aan de woonkamer van Marinde denken. Marinde was de enige die ik zo ver kon krijgen om Bert & Ernie met me te playbacken. In groep acht mochten we op vrijdagmiddag, in dat laatste levenslange kwartier van de week, een korte voorstelling geven. Een lied, een dans of een toneelstukje. Het waren altijd dezelfde kinderen die de rest van de klas gijzelden. Ik was één van die kinderen.

Week in week uit stond ik in een zwarte legging met liters Euro Shopper-gel in mijn haar Michael Jackson te playbacken. ‘Man in the Mirror’, meestal. Daar ging ik dan ernstig voor klaarstaan met gesloten ogen. De juf drukte op play. Kreuntjes. Vingerknippen. Dat nummer komt slepend op gang. „I’m gonna make a change, for once in my life”, schijnzong ik met een snik. ‘Begin eens bij je repertoire’ zal de klas gedacht hebben, of misschien zelfs; ‘Ga gewoon dood’. Dat begin je na een tijdje toch te voelen en zodra dat weer eens aan de hand was ging ik Marinde polsen. Of ze niet weer Bert & Ernie met me wilde playbacken. „Nee”, zei Marinde dan. Dat wilde ze niet „want dat is kinderachtig”.

Ik was een kinderachtig kind en ben dat altijd gebleven. Tot ver op de middelbare school keek ik stiekem Sesamstraat, speelde ik alleen op mijn kamer kantoortje, of hield ik urenlange interviews met Oprah Winfrey, over mijn Oscar, en dat ik zo goed Engels geleerd had door ongezond veel tv te kijken.

Marinde moest elke dag blokfluit spelen! Ze wist ook niets over tv

Marinde werd niet vaak voor iets gevraagd. Daar haakte ik gewiekst op in. Ze was een stil bleek meisje met bruin haar dat sliste als de situatie haar ertoe dwong te spreken. Haar ouders waren dood. Ze woonde bij haar bejaarde opa en oma. Dat vond iedereen erg zielig, dus daar hadden we het niet over. Te pijnlijk. Maar – zo bleek op een middag in haar grijze saaie woonkamer, toen we ruziemaakten over wie in het nummer ‘Ik ben Bert en ik ben Ernie, woei!’ Bert mocht zijn en wie Ernie – ook helemáál niet waar! Vol medelijden had ik in haar huis rondgekeken, er was geen goedkoop kleurrijk speelgoed te bekennen. Er waren boeken, er hing saaie kunst. Ik voelde me al een echte man in the mirror die een verandering in haar leven teweeg ging brengen. Ik zou het arme kind met mijn plastic spullen laten spelen. Er stond een piano, er lag bladmuziek. Marinde moest elke dag blokfluit spelen! Wat erg, dacht ik. Ze wist ook niets over tv. Ik zou het arme schaap de wereld van Tell Sell leren kennen. Maar eerst moest mijn nieuwsgierigheid gevoed: Hoe waren ze precies gestorven? „Hoe uh.. Hoe zit dat met je ouders?”, vroeg ik voorzichtig. „Niksss!”, beet ze me toe. „Die ssijn gewoon oud ja.” Ze waren niet dood, ze waren grijs. Ondanks de gele schmink was Marinde een levensloze Bert. Ik heb me er vaak voor geschaamd dat ik haar dat aangedaan heb. Maar nu ik alles zo op een rijtje zet schaam ik me om een andere reden: Wat zal Marinde op mij neergekeken hebben.

    • Georgina Verbaan