Recensie

André Manuel prikkelt, maar gaat nooit echt over de schreef

Recensie

De botte bijl is André Manuels favoriete wapen. In zijn programma Dreejklezoew gaat hij ironisch tekeer over actuele zaken. Ook zichzelf neemt hij cynisch op de hak.

Andre Manuel Foto Maurice Boyer

„Als we elkaar niet eens meer mogen beledigen, wat is dan het nut nog van de medemens?” vraagt André Manuel plagerig aan het publiek. Deze grap kenmerkt de stijl van de Twentse cabaretier en muzikant, die al drie decennia de botte bijl hanteert. Manuel trekt er geen volle zalen mee, maar gaat stug door. Gelukkig, want met Dreejklezoew bewijst hij nog steeds een intrigerende cabaretier te zijn.

Uitgangspunt van Manuels zestiende voorstelling is een mythische vertelling over een zevendaagse reis door het zondige Europa. Een slimme ingreep, want daardoor kan Manuel zijn politiek incorrecte uitspraken over immigranten, joden, moslims en christenen in de mond leggen van figuren die hij onderweg tegenkomt. Zo krijgt hij het aan de stok met een Duitse klimaatontkenner en duikt hij de kroeg in met een joodse nationalist die verdacht veel weg heeft van Ellie Lust.

Manuels grappen zijn prikkelend, maar gaan nooit écht over de schreef, omdat de ironie er meestal zo dik bovenop ligt dat duidelijk is aan welke kant de cabaretier staat. Dreejklezoew is een aanklacht tegen oprukkend fascisme en het verlies van progressieve idealen zoals sociale rechtvaardigheid. Zijn droogkomische commentaar en sterke politieke oneliners richten zich daarbij zowel op Thierry Baudet („een fascist die nog niet uit de kast is gekomen”) als op het religieuze fanatisme van moslimextremisten.

Mooi is dat André Manuel ook zichzelf op de hak neemt als een marginale cabaretier die op het podium alles mag roepen wat hij wil („Hoer! Mag ik gewoon zeggen!”), maar juist daardoor ongevaarlijk wordt. Hoogtepunt in Dreejklezoew is een lied waarin Manuel op lethargische toon de spot drijft met het gebrek aan bereidheid om te vechten voor idealen en zo ook zijn eigen cynische houding op de hak neemt: „Sterven voor de vrede, ’k heb er geen wekker voor gezet/ Ik ben lui in m’n verzet.”

Niet alles werkt. Zo is het verhaallijntje over de fictieve Twentse clown Dreejklezoew (naar wie de voorstelling is genoemd) nogal dun. De terloopse grappen over het Sexdagboek van Heleen van Royen en het maagdenvlies van Ilse de Lange zijn inspiratieloos. Wanneer hij in het laatste half uur over zijn aloude stokpaardje (christenen) begint, sijpelt de energie weg uit de voorstelling. Jammer, want op de beste momenten is André Manuels aanklacht tegen fascisme scherp, grappig en akelig actueel.

    • Dick Zijp