Foto Andreas Terlaak

Douwe Bob: ‘Work hard, play hard staat op mijn borst geschreven’

Interview Na het Songfestival stond Douwe Bob op uit een donkere periode. „Ik dronk te veel, mijn relatie liep op de klippen. Het scheelde weinig of ik was gestopt met muziek.”

‘Het was een jongensdroom, een snelle boot die me in no time van Amsterdam naar Vlieland brengt.” Met vaste hand stuurt Douwe Bob zijn onlangs aangeschafte kotter over het IJ. Regen en wind deren hem niet; hij staat lachend aan het stuurwiel. De boot is nog in revisie. Het binnenwerk was bijna af toen de timmerman een TIA kreeg. Maar: „Ik blijf varen deze winter. Op het water vind ik de rust die ik sinds het Songfestival aan land niet meer voelde.”

Douwe Bob Posthuma (25) werd elfde bij het Eurovisie Songfestival van 2016 in Stockholm. Zijn lied ‘Slow Down’ had alles wat zijn muziek in de voorgaande tien jaar had gevormd, sinds hij als veertienjarige voor het eerst een gitaar vasthield. Een tikje country, een vloeiende popmelodie, een prominente rol voor de akoestische gitaar en een tekst over zoeken naar antwoorden in een snelle wereld. „You gotta slow down, brother.” Had hij beter naar zijn eigen woorden geluisterd, dan was het daarna niet zo uit de hand gelopen.

Dat Oekraïne het Songfestival won met het melodramatische ‘1944’ van zangeres Jamala kan hem nu niet meer deren. „Ik heb er ontzettend veel van opgestoken. Het heeft mijn internationale carrière in een stroomversnelling gebracht. Er is geen betere manier om in één klap 350 miljoen mensen te bereiken. Alleen had ik na die intensieve periode van keihard werken mijn rust moeten pakken. Ik kon niet stoppen, ik moest keihard dóór. Daar werd ik geen leuker mens van. Ik dronk te veel, mijn relatie liep op de klippen. Het scheelde weinig of ik was gestopt met muziek.”

Deze motorcruiser brengt me dichter bij vrijheid dan seks en drugs ooit deden

Het oude cliché van liefdesverdriet als een goudmijn voor een songschrijver, werd werkelijkheid. „Mijn relatie met de leukste vrouw die ik ooit gekend heb, ging kapot door mijn eigen schuld. Ik zoop me drie slagen in de rondte, ging vreemd, kon op hetzelfde moment niet zonder haar. Haar naam, die hoeft echt niet in de krant, heb ik hier op mijn knie laten tatoeëren. En gróót, hè? Toen was het eigenlijk al uit, zo gek was ik van haar. Ik heb er geen spijt van; van geen enkele tatoeage die ik heb laten zetten. Maar soms als ik in bad zit is het wel even slikken.”

Drie maanden zat hij verslagen op de bank, zijn hondje Tammy (naar Tammy Wynette van ‘Stand By Your Man’) als enige gezelschap. „En toen kwamen de songs. ‘Queen of Hearts’, dat was ze. ‘Out on the Road’, dat was ik constant. Ik keek naar buiten en zag honderden spreeuwen in formatie vliegen. Een prachtig gezicht. Die beestjes kunnen niet zonder elkaar, dacht ik. Daar gaat ‘Make Believe’ over. Ik voelde me onderdeel van een ‘Velvet Generation’ die op fluweel zit en alles heeft. En tegelijk helemaal niks, diep vanbinnen.”

Douwe Bobs nieuwe album The Shape I’m In (zijn vierde na Born in a Storm uit 2012) is zijn toegankelijkste tot nu toe. Veel meer pop dan country, met de onweerstaanbare hookline van het nummer ‘Shine’ en de gepolijste productie van Thijs van der Klugt, bekend van het Haarlemse duo Baskerville. Titelnummer ‘The Shape I’m In’ is tekenend voor zijn huidige gemoedstoestand. „I drowned a bird when I was eight”, zingt Douwe Bob, „I had a hard time telling love from hate.” Later in het nummer redt hij een vogeltje van de dood, als boetedoening voor zijn eerdere zonden.

Korsakov

Voor het eerst zingt hij openhartig over de verstandhouding met zijn vader, schilder en sixties-coryfee Simon Posthuma (79). Posthuma senior lijdt aan het korsakovsyndroom en heeft het in zijn leven behoorlijk bont gemaakt, zegt Douwe. Hij draagt een hele geschiedenis met zich mee, van de Rolls-Royce van John Lennon die hij beschilderde en de hoezen die hij samen met Marijke Koger als het kunstenaarsduo The Fool maakte voor The Beatles, Incredible String Band en Boudewijn de Groot (Picknick).

„Just like him I roamed these streets” zingt Douwe. „Trying hard to tame the beast.” Voor Simon was het te laat; hij zit in een verzorgingstehuis en kan niet meer voor zichzelf zorgen. Douwe Bob stond op uit zijn crisis en vertaalde zijn persoonlijke ellende naar hartverscheurende break-up-songs. De muziek schreef hij met zijn bandleden. „Het mooie aan dit album is dat we als band, als vriendenclub, veel dichter bij elkaar zijn gekomen. We zijn een hedendaagse cowboy-gang, met rokende pistolen als we de stad verlaten. Als artiest sta ik dichter dan ooit bij mezelf, omdat ik volkomen eerlijk ben in wat ik zing. Dat is wat een kunstenaar moet doen, toch? Zijn hart en ziel in de waagschaal leggen om alles van zichzelf te geven. Work Hard, Play Hard staat hier op mijn borst geschreven.”

Koorddansers

„Wij zijn kunstenaars, koorddansers zonder net”, zei Simon Posthuma in de documentaire Whatever Forever, die in 2013 over de verstandhouding tussen hem en zijn zoon werd gemaakt. Douwe Bob kan zich daar tot op zekere hoogte nog in vinden. Maar goede popmuziek vereist ook discipline, toewijding, je vastbijten in realistische uitgangspunten.

„Natuurlijk ben ik een dromer. Maar tegenwoordig gaat mijn ambitie ook uit naar een overzichtelijk bestaan. Een huis met een tuin, een vrouw en kind. Die kans heb ik laten schieten, voor nu. Door er songs over te schrijven, probeer ik mijn leven in een andere richting te sturen. Ik heb de break-up-albums van Marvin Gaye en Bob Dylan bestudeerd. Zij moesten ook door dat proces. Vooral Marvin pakte dat drastisch aan. Here Here, My Dear is in feite één grote fuck you naar zijn ex. Zo heftig wil ik niet zijn.”

‘Velvet Generation’ is zijn protestsong tegen de egoïstische houding van de mensen die rijk en bevoorrecht geboren zijn. „Als ik hier in Amsterdam al die yuppen om me heen zie, die voorrang eisen op de woningmarkt en die niks geven om anderen, dan denk ik: jullie zijn geen Amsterdammers. Jullie zijn weggezakt in je eigen fluweel. Een echte Amsterdammer helpt minderbedeelden.”

Varen op zijn eigen boot appelleert aan zijn rock-’n-rollgevoel, zegt Douwe Bob. „Rock-’n-roll in zijn puurste vorm is zoeken naar vrijheid. Deze motorcruiser brengt me dichter bij vrijheid dan seks en drugs ooit deden. Ik bedoel, mijn schip is volledig zeewaardig. Op het water kan niemand bij me komen. De wetenschap dat ik de trossen los kan gooien en zo naar Engeland kan varen maakt me gelukkig. Niet dat ik van plan ben om de hele wereld achter me te laten, integendeel. Er komt weer een ontzettend gave tijd aan waarin ik met de gang al die podia af ga schuimen. Ik laat een donkere periode achter me. Buiten schijnt de zon.”

    • Jan Vollaard