Weg met dat lieve meisje op kantoor

Emancipatie Hoe bereik je als vrouw de top of word je succesvol ondernemer? Twee adviesboeken proberen daarbij te helpen.

Illustratie Nanne Meulendijks

Fout 1: Doen alsof het geen spel is. Fout 8: Andermans werk doen. Fout 25: Aardig gevonden willen worden. Fout 37: Collega’s eten geven. Fout 51: Vergaderingen overslaan. Fout 74: Een stereotiepe baan hebben. Fout 101: Te weinig ruimte innemen. En fout 133: Huilen.

Het zijn er nogal veel, de fouten die vrouwen volgens psychotherapeut Lois P. Frankel op de werkvloer maken. Ze beschrijft ze alle 133 (!) in haar boek Nice Girls Don’t Get the Corner Office. Vrouwen, is haar uitgangspunt, gedragen zich in hun professionele leven nog al te vaak als lieve meisjes – in plaats van als dat wat ze zijn: vrouwen, met een baan. En doordat vrouwen dat doen, maken ze minder snel promotie en blijven ze vaker hangen in functies in het middelmanagement. Terwijl mannen intussen wél de carrièreladder beklimmen.

Dat kan beter, vond Frankel, die Nice Girls Don’t Get the Corner Office al zo’n veertien jaar geleden schreef. Vier jaar geleden verscheen een herziene editie, die nu in het Nederlands is vertaald.

Er is sinds de eerste editie schrikbarend weinig veranderd, schrijft Frankel in haar voorwoord. Van de vijfhonderd grootste bedrijven in de Verenigde Staten wordt slechts een handvol door vrouwen bestuurd (3,8 procent). Wereldwijd is dat niet veel beter, niet in het bedrijfsleven („8 procent van de bedrijven heeft een vrouw aan de top”) en niet in de politiek („twintig landen hebben een vrouw als staatshoofd”). Het grootste deel van de vrouwen, concludeert Frankel, staat nog altijd aan de zijlijn.

Illustratie Nanne Meulendijks

Plek aan tafel

Haar boodschap is in de nieuwe editie dan ook nog grotendeels hetzelfde (wat observaties over het gebruik van sociale media daargelaten): hoe je als vrouw carrière kunt maken in een men’s world. Want dat is wat de wereld nu eenmaal is, betoogt Frankel: een mannenwereld die inherent oneerlijk is voor vrouwen, ook op de werkvloer. Dan kun je dus maar beter leren hoe je wél voor elkaar krijgt wat je wil, aldus de psychotherapeut.

Ze geeft in haar boek talloze voorbeelden van vrouwen die ze binnen of buiten haar coachingspraktijk tegenkwam, en die, zo noemt Frankel dat, hun carrière ‘saboteren’.

Zoals Toni, die gepromoveerd wordt tot senior-manager en dan, tegen het gebruik van haar bedrijf in, weigert een nieuw kantoor te betrekken. Want „verhuizen is zo’n gedoe” (fout 57). Een beloning neem je altijd aan, schrijft Frankel. Niet omdat je het wilt, maar omdat het goed is voor je imago, en omdat je zo het ‘spel’ meespeelt.

Of neem Diana, die tijdens het diner op een jaarlijks bedrijfsuitje niet bij haar baas aan tafel gaat zitten als hij dat vraagt (fout 68). Dom, vindt Frankel, want als het even kan moet je naast de machtigste persoon aan tafel aanschuiven. Anders doet een ander het wel – in het geval van deze Diana een mannelijke collega.

Sheryl Sandberg, operationeel directeur van Facebook, beschrijft een soortgelijke situatie in haar bestseller Lean In – het boek over vrouwen aan de top dat ze bijna een decennium later, in 2013, schreef. Daarin is het niet één vrouw, maar een heel team van vrouwen dat tijdens een bespreking op de tweede rij gaat zitten. In plaats van áán tafel, waar alle mannen zitten.

Vrouwen die carrière willen maken, stelt zowel Frankel als Sandberg, moeten hun plek opeisen. Het is niet dat beide schrijvers de soms seksistische structuren die vrouwen op de werkvloer benadelen niet zien. Ze vinden het alleen niet zinvol daarover te klagen, of om te gaan zitten wachten op verandering.

Maar toch, honderddrieëndertig fouten – is het niet onredelijk te verwachten dat vrouwen zich op zó veel manieren aanpassen?

Ze richt zich inderdaad liever op wat een individu kan doen, licht de Amerikaanse Frankel via Skype toe. En dat heeft weer te maken met haar achtergrond als psychotherapeut. „Ik geloof dat je zelf de baas bent over je leven. In mijn werk heb ik mensen altijd geholpen hun doelen te bereiken – door de controle over hun eigen leven te krijgen. Ik hoop dat ik inspireer tot het ondernemen van actie.”

En ja, beaamt Frankel, „mannen profiteren op de werkvloer van gedrag dat hun al vroeg is aangeleerd.” Maar er komt pas een gelijk speelveld, zo hoopt ze tenminste, als er voldoende vrouwen, een „kritieke massa” noemt ze dat, de top bereiken.

Illustratie Nanne Meulendijks

Ondernemende vrouwen

Dit najaar verscheen in Nederland nog een adviesboek voor vrouwen, Little Black Book, van de Britse Otegha Uwagba. Het heeft nagenoeg dezelfde zachtroze kaft als het boek van Frankel, maar richt zich meer dan dat boek op ondernemende vrouwen. Uwagba (28) begon haar carrière bij reclamebureaus, een omgeving waarin ze naar eigen zeggen niet veel andere vrouwen tegenkwam. Daarna begon ze voor zichzelf en richtte ze Whomen Who op, een platform voor werkende vrouwen.

Uit die ervaring putte ze voor de tips in haar boek, gebundeld in hoofdstukken als ‘Creeër je eigen merknaam’ en ‘Geld is Macht’. Enkele tips uit dat laatste hoofdstuk: betaal eerst jezelf, houd je uitgaven bij, bepaal je tarieven. Of voor de salarisonderhandeling: timing is essentieel, bepleit je zaak, zwijgen is goud.

Het boek van Uwagba had zo bezien ook prima zónder de onderkop Handleiding voor werkende vrouwen gekund. De (soms simpele) tips zijn vast net zo nuttig voor mannen die aan het begin van hun loopbaan staan. Over specifieke obstakels waar vrouwen in hun carrière tegenaan kunnen lopen, schrijft Uwagba niet.

Dat was een bewuste keuze, vertelt Uwagba als ze in Amsterdam is om haar boek te promoten. „Ik hoef je niet te vertellen dat er discriminatie op de werkvloer bestaat. Dat weet je al. Waarom zou ik daar dan pagina’s en tijd aan verspillen?” Ze praat vaak genoeg over seksisme, zegt Uwagba, maar dit moest een „efficiënt, beknopt” boek worden. Bovendien: „Mijn doel is om vrouwen te helpen beter te werken, en hun leven te verbeteren.” Dus schreef ze het voor hén.

    • Annemarie Sterk