Onderwijsraad: herzie het werk van leraren volledig

Onderwijs Het moet leraren makkelijker worden gemaakt om van vak en schooltype te wisselen, is het advies aan de Tweede Kamer.

Stakende leraren in Rotterdam, in september van dit jaar. Foto Koen van Weel/ANP

De opleidingen en de organisatie van het werk van leraren moeten geheel worden herzien. Dat schrijft de Onderwijsraad woensdag in een advies aan de Tweede Kamer.

De raad wil het voor leraren gemakkelijker maken om van het ene lesvak naar het andere over te stappen. Ook moet een leraar voor meerdere vakken tegelijk bevoegd kunnen zijn en eenvoudiger kunnen wisselen tussen primair en middelbaar onderwijs en onderbouw en bovenbouw. Zo wil de raad de inzetbaarheid van leraren groter maken. „Meer mogelijkheden tot mobiliteit zorgen voor een aantrekkelijker beroep en bieden daarnaast meer mogelijkheden om lerarentekorten beter aan te passen”, aldus de raad.

Op dit moment is de mobiliteit van leraren beperkt. Zo’n 1,5 tot 3 procent van de leraren verandert jaarlijks van scholengroep. Slechts 0,2 tot 0,9 procent wisselt jaarlijks tussen verschillende schoolniveaus, bijvoorbeeld van basisschool naar voortgezet onderwijs. Het gebrek aan doorgroeimogelijkheden weerhoudt jongeren vaak om leraar te worden. Ook zij-instromers kunnen niet altijd gemakkelijk terecht in het onderwijs.

Lees ook Reportage over het lerarentekort

Toegankelijker vak

Om het leraarschap toegankelijker te maken en de uitwisselbaarheid te vergroten, wil de raad gecombineerde bevoegdheden instellen op grond van leeftijdgroepen en niet op basis van het type onderwijs. Een nieuw opgeleide leraar zou bijvoorbeeld bevoegd zijn om jonge kinderen les te geven, van voorschoolse opvang tot en met groep 2 van de basisschool. Nu worden groep 1 en 2 door basisschoolleerkrachten geleid.

Het onderscheid tussen de basisschool en de onderbouw van het voortgezet onderwijs zou vervagen, net als de grens tussen vakken. Zo zouden leraren met de bevoegdheid voor de leeftijden 10 tot 14 jaar zowel op de basisschool als in het voortgezet onderwijs aardrijkskunde en geschiedenis kunnen geven. Of zowel Engels als Nederlands.

Dat zou betekenen dat de bovenbouw van de basisschool en de onderbouw van het voortgezet onderwijs meer op elkaar lijken. De leraren zijn dan gespecialiseerd in een leerdomein.

Lees ook Hoger lerarensalaris leidt op school wel tot scheve ogen

Sneller een specialisatie

Pas in de bovenbouw van het voortgezet onderwijs zouden specialisaties in een vak tellen. Een leraar in gammavakken kan dan de specialisatie geschiedenis halen om dat vak te geven. Dat moet sneller kunnen dan nu, omdat de pedagogisch didactische basis van de verschillende richtingen dezelfde is. Volgens het plan moet ook het personeelsbeleid van scholen voor leraren meer zijn gericht op ‘ontwikkelbehoeften van leraren’, afhankelijk van het type school en de ervaring van de leraar.

Om het wisselen tussen typen scholen beter mogelijk te maken, adviseert de raad één loongebouw en één cao voor alle leraren. Nu verdienen basisschoolleraren aanzienlijk minder dan hun collega’s bij het voortgezet onderwijs.

    • Maarten Huygen