Nieuwe wet beoogt meer vaste contracten. Lukt dat?

Wetsvoorstel arbeidsmarkt Het kabinet wil een einde maken aan de trend dat steeds minder mensen een vast contract krijgen. Raad van State, vakbonden en werkgevers zijn kritisch op het wetsvoorstel van minister Koolmees.

Kantoortuin voor zzp’ers. Ook zij zijn vaak goedkoper dan werknemers in loondienst. Foto Robin van Lonkhuijsen/ANP

En weer veranderen alle regels. Drie jaar nadat het vorige kabinet de regels rond ontslag, flexwerk en vaste contracten veranderde, gooit dit kabinet ze opnieuw overhoop.

Een „mijlpaal” noemde minister Wouter Koolmees (Sociale Zaken, D66) de arbeidsmarktwet die hij woensdag naar de Tweede Kamer stuurde. Er verandert veel. Mensen met een vast contract krijgen minder bescherming: het wordt makkelijker en waarschijnlijk goedkoper om vast personeel te ontslaan. Werknemers met een tijdelijk contract krijgen juist meer bescherming, bijvoorbeeld doordat zij direct aanspraak maken op een ontslagvergoeding.

Tegelijk maakt Koolmees werknemers met een vast contract goedkoper voor werkgevers en flexwerkers juist duurder, door werkgevers een hogere werkloosheidspremie op te leggen voor de flexwerkers die ze inhuren. En er verandert meer: bijvoorbeeld voor mensen met een nuluren- of payrollcontract.

Het doel van al deze veranderingen is helder: Koolmees wil een einde maken aan de trend dat steeds minder mensen een vast contract krijgen. Maar de kritiek was woensdag ook direct duidelijk: daar gaat deze wet geen einde aan maken.

De belangrijkste regeringsadviseur, de Raad van State, schreef in zijn advies bij de wet dat de plannen hooguit „de ergste knelpunten verminderen.” Maar de verschillen tussen goed beschermde werknemers met een vast dienstverband en veel minder beschermde flexwerkers blijven fors. Om de trend van steeds meer flexcontracten te keren, is een „bredere en fundamentelere” aanpak nodig.

Koolmees verandert nu alleen de regels rond een aantal soorten arbeidscontracten. Het échte onderliggende probleem, schrijft de raad, gaat helemaal niet over contractsoorten. Dat gaat over de steeds zichtbaardere tweedeling op de arbeidsmarkt tussen hoogopgeleiden die hun weg wel vinden, ongeacht hun soort arbeidscontract, en laagopgeleiden die werk doen dat gemakkelijk kan worden vervangen door technologie.

Lees ook: Meer werk, maar een vast contract bieden? Ho maar

Voor die laatste groep zullen werkgevers altijd weer manieren zoeken om ze zo goedkoop en flexibel mogelijk in te zetten, zeggen ook arbeidsmarktdeskundigen. „We hebben in Nederland een unieke sector van bedrijven die flexconstructies verzinnen”, zegt Ton Wilthagen hoogleraar arbeidsmarkt aan Tilburg University. „Die houden morgen hun eerste heidag: wat kunnen we verzinnen om de nieuwe regels te omzeilen?”

In Nederland neemt het aandeel vaste contracten snel af, ook in vergelijking met andere landen. In 2003 had nog ruim 73 procent van de werkenden een vast dienstverband, nu is dat ruim 60 procent. Het laatste halfjaar neemt het aantal vaste contracten weer iets toe, maar volgens deskundigen is dat slechts een tijdelijk effect omdat er nu veel personeelskrapte is.

Soepeler ontslag

Koolmees pakt met zijn wet maar een van de mogelijke oorzaken van deze flexibilisering aan, zegt onder anderen arbeidssocioloog Fabian Dekker. Naast het ontslagrecht, dat in Nederland relatief streng is, zijn er meer redenen dat werkgevers minder vaste contracten uitdelen.

Zo vinden vooral kleine bedrijven het een groot risico dat ze zieke werknemers twee jaar hun loon moeten doorbetalen. Daarover staat niks in deze wet. Ook zelfstandigen zonder personeel (zzp’ers) ontbreken in de plannen. Zij zijn vaak goedkoper dan werknemers in loondienst en hun aantal neemt daardoor snel toe.

Koolmees erkende woensdag dat deze wet slechts een eerste stap is. „Hiermee zijn we er nog niet.” De minister kondigde nog regels aan over de inhuur van zzp’ers en loondoorbetaling voor zieke werknemers. „Dat hele pakket samen moet de verschillen echt kleiner maken.”

Voor de fundamentele aanpassingen op de lange termijn stelt Koolmees een commissie in. Die moet ook bedenken hoe de overheid kan omgaan met de opkomst van ‘kluswerkers’ zoals de maaltijdbezorgers van Deliveroo en taxichauffeurs van Uber. Deze commissie, onder leiding van Hans Borstlap, voormalig lid van de Raad van State, moet uiterlijk november volgend jaar advies uitbrengen.

Toch zien arbeidsmarktdeskundigen én de Raad van State sommige nieuwe regels als een verbetering. Maar dan wel een kleine verbetering.

Deze wet is een correctie van de wet die Koolmees’ voorganger Lodewijk Asscher in 2015 invoerde, zegt Wilthagen. Die had óók als doel dat meer mensen een vast contract zouden krijgen. Wilthagen: „Deze wet is een stuk verstandiger.” Zo gaf de wet van Asscher mensen al na twee jaar tijdelijke contracten recht op een vast contract. „Dan nemen veel bedrijven voor het einde van die twee jaar afscheid. Dat was illusiepolitiek.”

Een van de redenen dat Koolmees het makkelijker wil maken om personeel te ontslaan, is dat hij vindt dat de huidige ontslagregels niet werken.

De wet van Asscher heeft het in de praktijk een stuk moeilijker gemaakt om mensen te ontslaan, concludeerde Ruben Houweling, hoogleraar arbeidsrecht aan de Erasmus Universiteit, onlangs. Rechters wijzen ontslagverzoeken nu veel vaker af. Houweling onderzocht alle ontslagzaken die voor de rechter kwamen. Of die strengere beoordeling erg is, is een politiek oordeel, zegt hij. Met de nieuwe regels van Koolmees, zegt Houweling, „wordt het weer erg makkelijk om mensen te ontslaan. Vooral de oudere, loyale werknemer ziet zijn ontslagvergoeding fors dalen.”

Vakbonden zijn erg boos over de soepelere ontslagregels. „De wet is daarmee een walhalla voor werkgevers en verklaart de werknemer vogelvrij”, zegt waarnemend CNV-voorzitter Arend van Wijngaarden. Koolmees is er juist van overtuigd dat werkgevers op deze manier minder bang worden om vaste contracten uit te delen. Arbeidssocioloog Dekker vindt wel dat bij zo’n makkelijker ontslag meer bescherming hoort: hulp bij het vinden van een baan bijvoorbeeld.

Draagvlak

Hoe de ontslagregels van Koolmees in de praktijk zullen uitpakken, is nog onduidelijk. Uiteindelijk moeten rechters die regels gaan toepassen. Evert Verhulp, hoogleraar arbeidsrecht aan de Universiteit van Amsterdam, denkt dat er weinig verandert, omdat rechters altijd een onderbouwing zullen vragen. „En ontslaan wordt wel iets makkelijker, maar in sommige gevallen ook duurder. Hoe dat uitpakt weten we niet.”

Rechters zijn pas sinds 2015 gewend aan de regels van Asscher. Verhulp: „We zijn nog maar net aan het oefenen hoe dat moet. De Hoge Raad doet net uitspraken over de betekenis van die ontslagregels en nu wordt wéér alles anders.”

Niet alleen vakbonden, ook werkgevers zijn kritisch over de wet. Met de ontslagversoepeling zijn ze blij, maar met het duurder maken van flexwerk niet. In sommige sectoren is nu eenmaal veel seizoenswerk nodig, schrijven de werkgeversverenigingen VNO-NCW en MKB-Nederland in een reactie op de wet. „Dit betekent voor een restaurant, strandtent of winkel al gauw duizenden euro’s aan extra kosten.”

Draagvlak onder werkgevers is juist essentieel voor zulke arbeidsmarktregels, zegt Wilthagen. „Zonder draagvlak verandert er niks. Dan gaan werkgevers zich niet houden aan de bedoelingen van de wet.”

Hoe houdbaar is deze Wet arbeidsmarkt in balans? Volgens Wilthagen is er veel meer nodig om echt iets te veranderen. Niet alleen een veel bredere verandering van de regels, maar ook draagvlak bij werkgevers. „Anders is er over vijf jaar weer een nieuwe wet nodig: de Wet arbeidsmarkt volledig in balans.”

    • Marike Stellinga
    • Christiaan Pelgrim