Recensie

Nadere kennismaking met de maker van de ‘Verwoeste stad’

Tentoonstelling Museum Beelden aan Zee toont voor het eerst in Nederland een groot overzicht van de veelzijdige modernist en fantasievolle fantast Ossip Zadkine.

Ossip Zadkine, Homo Sapiens, 1933-1935, Galerie Fleury, Parijs Foto Museum Beelden aan Zee

Van kunstwerken die je niet mag aanraken is het soms moeilijk vast te stellen van welk materiaal ze zijn gemaakt. Bij sculpturen is het doorgaans wel te zien of het bijvoorbeeld steen, hout of brons betreft; naar de verdere nuance blijft het gissen. Maar ten minste één beeld in de expositie die Museum Beelden aan Zee wijdt aan Ossip Zadkine (1888-1967), geeft door de geur zijn grondstof prijs. Ga dicht staan bij de Sint Sebastiaan uit 1929 en ruik: onmiskenbaar kersenhout. Het 2,5 meter hoge beeld toont een langgerekt naakt lichaam van enkels tot hoofd. De aanzet van een linkerarm, die verder ontbreekt, steekt recht omhoog.

Zadkine zal speciale aandacht hebben gehad voor de keuze van een bepaalde houtsoort voor zijn beelden: in Vitebsk in zijn geboorteland Wit-Rusland koos hij op school de afstudeerrichting timmeren en houtbewerking. Aansluitend zou hij twee jaar leren bij een oom in Engeland: een Rus die als meubelmaker aan de kost kwam. Merkwaardig is dat Zadkine de, voor zijn werk toch relevante, feiten over zijn opleiding en het beroep van zijn oom, altijd heeft verzwegen.

Fantasierijk

In een bijdrage aan de catalogus zet kunsthistorica Cathy Corbett uiteen dat de kunstenaar zijn levensverhaal op meer manieren verdraaide. Zo is pas recentelijk komen vast te staan dat hij geboren is in 1888 (niet in 1890) en dat hij zijn geboortedatum aanpaste aan het land waar hij verbleef: in Frankrijk was dat 14 juli, in Amerika tien dagen daarvoor, zodat zijn verjaardag viel op de respectievelijke nationale feestdagen. Door de fantasierijke omgang met zijn biografie zal Zadkine zich beter als beeldhouwer hebben kunnen profileren. Met grote houten beelden presenteerde hij zich als een vernieuwend kunstenaar, in plaats van een beeldhouwer die aansloot bij een Russische traditie van artistieke houtbewerking.

Wie deze eerste monografische Zadkine-expositie in Nederland bezoekt, vergeeft hem zijn verzwijgen en fabuleren. Met zo’n honderd werken biedt de tentoonstelling een nadere kennismaking met de kunstenaar die in Nederland een opvallende naamsbekendheid geniet, goedbeschouwd enkel vanwege het Monument voor de verwoeste stad Rotterdam (1953). Hij laat zich kennen als een veelzijdige en inventieve modernist, wie ook een zekere kameleontische kwaliteit niet vreemd was.

In 1910 arriveerde de 22-jarige Ossip Zadkine in Parijs, de stad die hij met alleen een intermezzo tijdens de Tweede Wereldoorlog tot zijn dood in 1967 trouw zou blijven. Net zoals tijdgenoten Picasso en Brancusi produceerde hij abstraherende weergaven van koppen en torso’s, dieren en mensen. Naar werk van collega’s zal hij goed hebben gekeken. Zo doet het profiel van een gestileerde goudkleurige vogel uit 1924 sterk denken aan werken van Hans Arp, en herinneren de massieve figuren, meetkundige instrumenten en verwijzingen naar de oudheid, in de grote gipsen groep Homo sapiens uit de jaren 1930 aan schilderijen van Giorgio de Chirico.

Overtuigender is bijvoorbeeld een bijna aandoenlijke bronzen groep getiteld Intimiteit (1950), waarin twee figuren elkaar omhelzen terwijl er ook een smalle baan licht tussen hen in valt. Het werk contrasteert met de aangrijpende uitdrukkingskracht van een kleine bronzen variant van Zadkines beroemde Verwoeste stad.

    • Bram de Klerck