Hoe een stel krakers het eerste was- en badhuis van Nederland van de sloop redde

Kraakpand Exact veertig jaar geleden werd een voormalig badhuis in Amsterdam-Oost gekraakt. NRC-medewerker Huib de Zeeuw (1984) woont in dit pand en blikt met oud-krakers terug op die periode.

‘Gemeentelyk Wasch-badhuis’ aan de Fronemanstraat op het terrein van de voormalige Oostergasfabriek, circa 1925. Foto Collectie Stadsarchief Amsterdam

Het was de avond die Ajax liever vergeet. Wat een mooie afscheidswedstrijd moest worden van Neerlands’ grootste voetballer Johan Cruijff, eindigde in een nachtmerrie. In het Olympisch Stadion verpestte Bayern München op 7 november 1978 het feest door de Godenzonen met maar liefst 8-0 te verslaan. Voor Frans Mens en twee vrienden was die wedstrijd het perfecte moment voor een zogenoemde ‘voorkraak’ in een voormalig badhuis op het Oostergasterrein. „We dachten: dan is de politie bij de wedstrijd en kunnen wij ongestoord het gebouw in klimmen.”

Het interieur van het badhuis in 1949. Foto Stadsarchief Amsterdam

Samen met vijf medebewoners van een studentenflat in Noord, onder wie zijn vriendin Joke Licher, wilden ze een woongroep beginnen. „Kraken was de enige optie. Er was niets betaalbaars te vinden in de stad”, vertelt Mens. Het oog viel op het voormalige schaft- en badgebouw aan de Fronemanstraat in Oost. Dit imposante bouwwerk uit 1903 van architect Van Hylckama Vlieg stond drie jaar leeg. Het was gebouwd voor de arbeiders van de gasfabriek; na sluiting werd het in 1925 Nederlands’ eerste openbare was- en badhuis. In de naastgelegen Oostergasfabriek kwam het eerste openbare zwembad van Nederland: het Sportfondsenbad.

Statement naar stadsbestuur

Op 11 november 1978 om drie uur ’s nachts werd de kraak gezet. Die dag wilden ze een statement maken naar het stadsbestuur, vertelt Mens: „Er werden meer dan twintig panden gekraakt, om duidelijk te maken dat sprake was van een enorme woningnood en dat veel panden leeg stonden.” Bijkomend voordeel: de politie kon niet overal tegelijk zijn. Het huis van vriend Erik Bes in de Linneausstraat was de uitvalsbasis.

Bes was, in tegenstelling tot de andere studenten, zeer actief in de kraakbeweging en hielp graag mee. „We hebben de deur van het badhuis opengebroken en van een nieuw slot voorzien, en een tafel, bed en stoel in de beheerderswoning op de eerste verdieping gezet. Dan is het pand volgens de wet bewoond.” Binnen troffen de krakers een enorme ravage aan. Alle ruiten waren vernield, dakpannen waren van 15 meter hoog naar beneden gegooid waardoor regenwater naar binnen stroomde. Ook hadden dieven het pand geplunderd op zoek naar lood.

Een week later kregen de krakers een brief van de gemeente met de mededeling dat het badhuis gesloopt zou worden. „Volgens mij hebben we toen netjes terug geschreven dat wij hier woonden en daarmee was het klaar”, lacht Licher.

Bewoonbaar was het badhuis nog lang niet. Er was geen elektriciteit, geen gas en geen wateraansluiting. In het huis van Bes konden ze naar het toilet en namen de studenten een warme douche. „Het was in de winter van 1978 stervenskoud”, herinnert Mens zich. Hij nam een jaar vrij van zijn studie Engels om zich volledig te storten op het bewoonbaar maken van het pand. Ze legden elektriciteit aan en met een grote drilboor werd een gat geboord in de muur van het zwembad voor de aanleg van een waterleiding. „Het Sportfondsenbad was blij met ons. Zij vonden het fijn dat het bouwvallige pand nu werd opgeknapt, beter dan al dat vandalisme.”

Toneeluitvoering in het badhuis in 1978.

Het nieuws over de geslaagde kraak bleef niet onopgemerkt. Ook andere jongeren die verlegen zaten om woonruimte klopten aan. Een van hen was John Opgenhaffen. „Wij waren wat militantere figuren die ook aanwezig waren bij de gevechten met de politie in de Vondelstraat [in 1980].” Zij vestigden zich als woongroep beneden in het badhuis en noemden zichzelf ‘de harige Hema’s’, naar de Hema op de hoek.

Het verschil in mentaliteit en achtergrond leverde binnen het badhuis ook spanningen op. „Als werkende jongeren hadden we het gevoel dat de studenten, die boven in het pand woonden, in de watten werden gelegd. Ze hadden een ruime studiebeurs en tijd zat”, vertelt Opgenhaffen via de telefoon. Mens: „Met John had ik een goede relatie, maar er zaten ook vreemde lui tussen. Veel punkers. Het was een anarchistisch zooitje.” Een toelatingsbeleid was er niet, iedereen die een ruimte nodig had was welkom.

Een deel van het badhuis werd gebruikt als motorstalling, een ander gedeelte werd de werkplaats voor een beeldhouwer en een band vond een oefenplek. Tegelijkertijd was de bovenverdieping aan de voorkant nog een bende. „We noemden het de ‘derde wereld’, het was ontwikkelingsgebied. In de badhokjes lag veel puin en duiven vlogen in en uit.”

Gemeente was welwillend

Toch was er wel sprake van enige structuur. De eerste krakers hadden Woonvereniging De Zwerfsteen opgericht om, in de woorden van Bes, „officieel gespreksorgaan te zijn met de gemeente”. Dat was ook met het oog om het pand in de toekomst te behouden. Jim Heimans, die anderhalf jaar na de kraak in het badhuis kwam wonen, weet nog goed hoe eind jaren tachtig de eerste gesprekken liepen met de gemeente over legalisatie. „Wij waren heel wantrouwig: we dachten dat we erin geluisd zouden worden. Maar de gemeente was welwillend; ze vonden het bijzonder wat we hadden gedaan.”

Tijdens de onderhandelingen werd afgesproken dat alle wooneenheden brandveilig werden gemaakt en dat het dak werd gerepareerd: totale kosten 1,3 miljoen gulden. De gemeente gaf een subsidie van negen ton, de rest werd opgebracht door de bewoners. „Dat was voor ons het sein”, zegt Heimans, „om de mensen die geen financiële bijdrage wilden leveren eruit te zetten”. Dat gold voor een paar punkers die een matras hadden neergelegd in oude waterketels. Elke wooneenheid moest maandelijks 150 gulden betalen en er werd een hypotheek genomen op het hele pand voor de kosten van de verbouwing. In 1991 werd het oude badhuis formeel overgedragen aan de woonvereniging, die nog altijd bestaat. Nu wonen er 32 mensen in het pand: gezinnen, stellen, alleenstaanden en een woongroep. Er zijn 16 appartementen en meerdere ateliers, hobbyruimtes, een oefenruimte voor een band en een motorstalling.

Mens en Licher vertrokken vijf jaar na de kraak. Met zichtbaar genoegen inspecteren de krakers van het eerste uur de huidige staat van het badhuis. Mens: „Dat wij dit mooie pand van de sloop hebben gered is heel bijzonder.”

    • Huib de Zeeuw