Ga boeven vangen!

Ewoud Sanders

In deze rubriek ga ik geregeld op zoek naar de oudste vindplaats van woorden en uitdrukkingen. Dat doe ik onder meer omdat ze het heden soms enigszins relativeren. Zo’n oude vindplaats kan bijvoorbeeld aantonen dat Nederlanders al heel lang een bepaalde mening zijn toegedaan.

Zo vinden veel mensen dat de politie zich zou moeten toeleggen op het vangen van boeven. Dat uiten we in een heel specifieke context, namelijk als we zelf door de politie worden aangehouden of bekeurd voor iets dat we onbenullig vinden. Zoals fietsen zonder licht. Het is dus een uitdrukking die tegen een specifieke groep wordt gebruikt: officiële ordehandhavers.

Bij mijn weten is de meest gangbare vorm: ga boeven vangen. Maar op internet kwam ik diverse variaties tegen, zoals: ga eens, ga toch, ga gewoon, ga in plaats van mij lastig te vallen ... boeven vangen. De uitdrukking wordt geregeld verlengd, bijvoorbeeld zo: Man, ga alsjeblieft boeven vangen, daar betaal ik belasting voor!

Hoewel ga boeven vangen niet in onze woordenboeken staat, is het een alom gebruikte uitdrukking. Sinds wanneer permitteren wij het ons om de politie zo te bejegenen?

Het Parket bij de Hoge Raad bracht in 2013 een advies uit over een strafzaak waarin de uitdrukking ga boeven vangen voorkomt, geuit „tegen een ambtenaar gedurende of terzake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening”. Lees: een agent die een brommerrijder bekeurde.

Het tijdschrift Onze Taal vermeldde de uitdrukking in 2007, in een themanummer over de taal van de politie. Er wordt een agent opgevoerd die zegt: „‘Ga boeven vangen’, ‘Hebben jullie niks beters te doen?’, dat horen we vaak. Als we verbaliseren, krijgen we vooral commentaar van omstanders.”

Battus vermeldde de uitdrukking in 2002 in Opperlans in de vorm ‘Kolerelijer, galieferboefefange’; en Het Parool tekende de zegswijze in 1972 op uit de mond van een Amsterdamse inspecteur.

Daarmee zou de zoektocht voltooid kunnen zijn, want het is niet onlogisch om te denken dat ga boeven vangen aan het eind van de jaren zestig is ontstaan, toen de gezagsverhoudingen drastisch veranderden.

Maar je kunt natuurlijk ook gaan zoeken naar ga dieven vangen. Daarover schreef Evert Werkman in 1966 in zijn boek Leer ze mij kennen... de Amsterdammers: „Een agent die zijn bonboekje trekt is een dienstklopper en iemand die er op uit is promotie te maken. De kreet ‘Ga liever dieven vangen!’ heeft dan ook al jarenlang een vaste plaats in de Amsterdamse lijst van staande uitdrukkingen.”

In plaats van al jarenlang had hier eigenlijk moeten staan: al eeuwenlang. Dat weten we dankzij Bredero, die in 1615 in Moortje beschrijft hoe enkele gerechtsdienaren met grof geweld (slaan en schoppen) enkele visvrouwen verwijderen die een straat blokkeren. Er staat: „Wie mienese nou wel datse binne?/ Se souwe de dieve vangen, en laete de schaemel-luy een duytje winnen.”

Se souwe de dieve vangen (ze zouden dieven moeten gaan vangen) is stellig een voorloper van ga boeven vangen. Het is hier minder direct geadresseerd, maar de boodschap is hetzelfde.

Ik dank deze vroegste vindplaats overigens aan de acteur Jules Croiset, die een tijdje terug bij de presentatie van de biografie van Bredero deze marktscène op een meesterlijke manier voordroeg.

schrijft elke week over taal. Twitter: @ewoudsanders
    • Ewoud Sanders