Empathische fotografie van Martine Franck bij Cartier-Bresson

Fondation Henri Cartier-Bresson De eerste expositie in de verhuisde Fondation Henri Cartier-Bresson in Parijs is gewijd aan de Belgische Magnum-fotografe Martine Franck.

Foto van Martine Franck uit 1980, in India, de stad Puri in de staat Orissa. © FRANCK MARTINE / MAGNUM PHOTOS

Grote fotografen houden er meestal niet van zelf gefotografeerd te worden. Henri Cartier-Bresson (1908-2004) was geen uitzondering. Om bij zijn werk als anoniem straatfotograaf niet herkend te worden, sloeg hij ook vrijwel alle tv-uitnodigingen af. Maar op het eerste retrospectief van de Belgische Magnum-fotograaf Martine Franck (1938-2012), in de vernieuwde Fondation Henri Cartier-Bresson in Parijs, is de naamgever van de stichting die zijn nalatenschap beheert opeens overal in beeld.

Aan het begin van de tentoonstelling komt hij al even voorbij in een serie met meer en minder bekende oude mensen. We zien de dan 85-jarige gelauwerde fotograaf, die op dat moment nog vrijwel alleen tekent en schildert, studeren op een schilderij van Goya in het Prado in Madrid. Even verderop is hij te zien op een indringend portret uit 1992 in zijn appartement in Parijs. Hij tekent een zelfportret met behulp van een spiegel. We zien zijn achterhoofd en zijn gezicht in de spiegel en op het papier.

Het zelfportret, maar ook de foto, waren een cadeautje voor Martine Franck, de vrouw met wie hij in 1970 trouwde en tot aan zijn overlijden in 2004 samenbleef. „Ze vroeg voor haar verjaardag het recht om hem te fotograferen”, zegt Agnès Sire van de Fondation Henri Cartier-Bresson.

Sociaal bewogen fotografe

Straatfoto van Martine Franck in Ierland in Ballymun, een voorstad van Dublin, 1993© FRANCK MARTINE / MAGNUM PHOTOS

Terwijl Franck op het hoogtepunt van haar carrière was, fotografeerde Cartier-Bresson zelf nauwelijks meer. „Ze hadden elkaar leren kennen toen hij met tekenen was begonnen”, zegt Sire. „Hij ging nog wel met een camera op pad, maar hij zei dat hij haar werk beter vond.”

Dat werk is in de eerste plaats sociaal bewogen en invoelend. Franck was actief betrokken bij feministische groepen en fotografeerde hun acties. In Parijs maakte ze in opdracht een reeks mooie kunstenaarsportretten. Op reis door het Verenigd Koninkrijk en Ierland, maar bijvoorbeeld ook in Tibet, legde ze zich tot in de jaren negentig toe op documentaire fotografie en landschappen. Altijd zwart-wit en minimaal van compositie, wat zelfs de meest recente beelden een ontregelend soort tijdloosheid geeft.

Als vrouw uit een net kunstverzamelaarsmilieu was Franck „niet geschikt voor het trottoir”, zou Cartier-Bresson haar hebben gezegd. Maar de zeldzame momenten dat ze wel de straat op ging, logenstrafte ze zijn oordeel. Een stakende werknemer van Renault in mei 1968, een oud dametje dat er het hare van denkt en een jong meisje dat rouwt om het overlijden van De Gaulle, zijn bij manifestaties alledrie met dezelfde empathie vastgelegd. De beelden hangen nu naast elkaar. „Ik hou van mensen. Ik ben niet erg afkeurend”, zei ze eens over zichzelf in een interview.

Franck, die aan de wieg stond van de Fondation, heeft voor haar overlijden nog intensief met Sire aan deze tentoonstelling gewerkt.

Nieuwe plek: in de Marais

Het is de eerste op een nieuwe plek. Na vijftien jaar op een kruip-door-sluip-door-locatie in Montparnasse, heeft de stichting nu beschikking over een statiger en beter bereikbaar pand in de Marais. Alle archieven, van Cartier-Bresson én van Franck, zijn voor onderzoekers nu op één plaats te raadplegen, er is een zaaltje voor evenementen en scholieren kunnen makkelijker worden ontvangen, vertelt directeur François Hebel voor een diawand met intieme portretten die Cartier-Bresson en Franck van elkaar maakten. Guy Tillim en Wright Morris staan voor volgend jaar op het programma. Maar het was „passend” om met Franck de nieuwe fondation te openen, zegt Hebel.

De Martine Franck-expo is te zien tot en met 10 februari. Inl: henricartierbresson.org
    • Peter Vermaas