De oppositie moet op zoek naar nieuwe pijnpunten

Vier heikele punten uit het belastingplan Nu de dividendbelasting blijft, verschuift het verzet tegen het kabinet naar andere terreinen, blijkt deze week in de Kamer. De btw-verhoging bijvoorbeeld.

Het kabinet wil het btw-tarief voor primaire levensbehoeften, zoals boodschappen of de kapper, verhogen van 6 naar 9 procent. Foto ANP

Moeten we het niet eens over de btw hebben, vroeg de oppositie afgelopen maandag aan staatssecretaris Menno Snel (Financiën, D66). Zo zei Tweede Kamerlid Renske Leijten (SP): „Misschien hadden we het uitgebreider over de btw kunnen hebben als u de afschaffing van de dividendbelasting eerder had laten gaan.”

Het was bijna een retorisch verwijt op de eerste dag van de parlementaire behandeling van het Belastingplan voor 2019. Nu dat plan ontdaan is van het meest omstreden onderdeel – het kabinet trok de afschaffing van de dividendbelasting in – blijft er nog genoeg over om op te schieten. Vrijdag is het aan de staatssecretaris om in de Tweede Kamer op de vele vragen antwoord te geven.

Het gaat om een omvangrijk pakket met veel ingrijpende maatregelen. Maar rondom de btw-verhoging, de beperking van de hypotheekrenteaftrek en de verlaging van de korting op de energieheffing heeft de oppositie minder maatschappelijke ophef kunnen organiseren dan bij het omstreden dividendplan voor multinationals.

Het Belastingplan – de verzamelnaam van zeven wetsvoorstellen – regelt de inkomstenkant van de begroting: volgend jaar ruim 190 miljard. Het omvat ruim zestig fiscale veranderingen die het kabinet op 1 januari wil laten ingaan. Het moet dus vóór die datum worden aangenomen in zowel de Tweede als de Eerste Kamer.

Wat zijn ná de dividendbelasting, de meeste opvallende, of bekritiseerde punten?

  1. Verhoging van het btw-tarief

    De dag na de presentatie van het regeerakkoord, op 10 oktober 2017, begonnen vier oppositiepartijen en enkele maatschappelijke organisaties, waaronder vakbonden, een digitale handtekeningenactie om de voorgenomen btw-verhoging aan te vallen. Al snel verdween dit thema van het toneel en werd de afschaffing van de dividendbelasting het grote strijdpunt. De website geenbtwverhoging.nl is inmiddels uit de lucht.

    Tegenstanders van de verhoging van deze indirecte belasting stellen de gevolgen ervan dramatisch voor. De regering „verhoogt de btw met de helft”, foeterde PVV-leider Geert Wilders bij een verkiezingsdebat in maart. In de praktijk valt dat reuze mee. Het gaat alleen om het lage btw-tarief, dat van 6 naar 9 procent gaat. Dat treft weliswaar primaire levensbehoeften als boodschappen, openbaar vervoer en de kapper, maar het gaat per saldo om ongeveer 10 procent van de totale btw-opbrengsten, volgend jaar geraamd op een kleine 60 miljard euro. Daarnaast is de verhoging met 3 procentpunt eerder een kwestie van dubbeltjes dan van euro’s. Een willekeurige kassabon van zaterdagse boodschappen bij Albert Heijn leert dat wat nu 28 euro kost, straks 80 cent duurder is. En een treinkaartje tweede klasse van Den Haag Centraal naar Amsterdam wordt 33 cent duurder.

    Lees ook: Door de verhoging van het btw-tarief zullen consumenten minder groente en fruit eten. Maar is dat wel zo?
  2. Vereenvoudiging van de inkomstenbelasting

    Een van de principes van het fiscale beleid van Rutte III is het verlagen van de belasting op arbeid – waardoor (extra) werken beter wordt beloond. Andere belastingen, op consumptie en vervuiling bijvoorbeeld, worden verhoogd. En aftrekposten, zoals die op hypotheekrente, worden beperkt.

    Het leidde in het regeerakkoord tot invoering van wat het kabinet de ‘sociale vlaktaks’ noemt. Een vereenvoudigd systeem van inkomstenbelasting, met twee in plaats van vier schijven, en lagere tarieven. Het lage tarief, voor inkomens tot 68.507 euro per jaar, gaat in fasen naar 37,05 procent. Het hoge tarief daalt van de huidige 51,95 procent tot 49,50 procent.

    Volgens Kamerlid Edgar Mulder (PVV) is er „niets vlaks aan” het nieuwe stelsel, en „is het zeker niet sociaal”. Effectief komt er inderdaad nog een derde schijf, van 19,05 procent, voor ouderen met AOW. En volgens de PVV, en ook linkse oppositiepartijen, rekent het kabinet zich rijk met beoogde koopkrachteffecten. „Pas vanaf een ton of meer wordt het een beetje feest”, aldus Mulder.

  3. Verlaging van de vennootschapsbelasting

    De 1,9 miljard euro die het kabinet ‘bespaart’ door de dividendbelasting overeind te houden, wordt voor driekwart aangewend voor één doel: een forse verlaging van de vennootschapsbelasting. Nu nog betalen bedrijven 25 procent belasting over winsten boven de 200.000 euro. Daaronder geldt een tarief van 20 procent. In het regeerakkoord was al afgesproken flink in die tarieven te snijden, maar dankzij het ‘dividendextraatje’ gaan ze nóg harder omlaag: naar respectievelijk 20,5 en 15 procent.

    De linkse oppositie gebruikt die keuze nu als een stok om mee te slaan. Het geld gaat immers níét naar onderwijs of zorg. Het kabinet doet mee aan een race to the bottom op belastingvlak waarvan bedrijven de winnaar zijn. Consequent spreekt men daarom van ‘winstbelasting’ in plaats van vennootschapsbelasting, om maar te benadrukken dat het kabinet er bewust de kas van bedrijven mee spekt.

  4. Versobering van de subsidie voor expats

    Onder de noemer A deal is a deal lanceerde United Expats for the Netherlands al een tranentrekkende socialemediacampagne. „Wij vertrouwden jou. Wij vertrouwden jouw belofte aan ons”, zo richten expats zich via de camera tot premier Rutte.

    Expats hoeven de eerste acht jaar in Nederland over 30 procent van hun inkomen geen belasting te betalen. Dit voorjaar kondigde het kabinet aan die termijn vanaf 2019 in één klap – zonder overgangsregeling – te verkorten naar vijf jaar.

    Na een crowdfundingsactie die 50.000 euro opleverde, nam United Expats advocaat Tom Barkhuysen van het kantoor Stibbe in de arm. Hij schreef een vernietigende juridische analyse over het ontbreken van een overgangsregeling: in strijd met het zorgvuldigheids-, evenredigheids- én rechtszekerheidsbeginsel. Ook de Raad van State was kritisch.

    Het kabinet luisterde, een beetje. Met geld dat vrijkwam na het dividendbelastingdebacle wordt de regeling in 2019 en 2020 overeind gehouden. „Maar nu vallen volgens onze schatting nog steeds zo’n 50.000 van de 74.000 expats buiten de boot”, zegt United Expat-woordvoerder Jessica Piotrowski.

    Ze wijst op een nieuwe analyse van Barkhuysen waaruit blijkt dat het kabinet zich met de aanpassing verder in de juridische nesten werkt omdat nóg een rechtsbeginsel is geschonden: het gelijkheidsbeginsel. Het geeft expats in rechtszaken tegen de staat straks een extra verweer.

Lees ook: Onrust onder expats om portemonnee
    • Camil Driessen
    • Philip de Witt Wijnen