Opinie

    • Marcel van Roosmalen

Bloemkool uitverkocht

Ik had op zolder gelegen, in mijn oude jongenskamer. Er hangt daar een kalender uit 2002 en de gordijnrail is naar beneden gekomen dus vanuit het opklapbed kon ik de sterren zien. Slapen kon ik daar niet. Lezen ging ook niet, hoe wanhopig ik het ook probeerde, maar Rauter, Himmlers vuist in Nederland van Theo Gerritse is echt te dik voor in bed.

„Rauter, Rauter…”, zei mijn moeder ’s ochtends, „van welk programma was die ook alweer?”

„Van de SS, mama”, zei ik. „Het is een boek over de oorlog.”

De toestand was: mijn vader was zes jaar dood, ze ging er een plantje opzetten en ik zou meegaan, tenminste dat was een dag eerder nog het idee.

Ze scharrelde rond de ontbijttafel.

„Je moet bloemkool meenemen, die was gisteren uitverkocht. In heel Velp was geen bloemkool meer te krijgen, begrijp jij dat? En verse worst van die andere slager, want mijn slager is ermee gestopt. Ik heb er vorige maand nog twee slavinken gekocht, die heb ik ingevroren.”

„Dat kunnen we toch meenemen op de terugweg”, zei ik. „Als we bij papa zijn geweest.”

Ze had een zwerende teen en de onhebbelijke gewoonte om haar kwalen te laten zien. Ze stroopte haar broekspijp omhoog en trok aan haar sok.

‘Ik geloof het wel, ik hoef het niet te zien”, zei ik, maar toen lag haar voet al op tafel.

„Kijk, rood”, zei ze, „ik durf er niet op te drukken. De pedicure is te grondig geweest, dan groeit de nagel erin. De mevrouw van de trombosedienst was er gisteren pas om half twaalf, ik zat om negen uur al klaar, ze zei ook dat de dokter er maar naar moest kijken. Daar ga ik dus morgen naartoe. Naar de nieuwe dokter.”

Ze herhaalde: „Naar de nieuwe dokter”, met de nadruk op ‘nieu-we’.

Ik: „Dus we gaan niet naar het graf?”

Zij: „Pas als ik naar de nieu-we dokter ben geweest, maar dan ben jij al weg.”

Ik: „En bevalt de nieu-we dokter?”

Zij: „Hij is erg jong.”

Een paar uur later stond ik met een doorzichtig plastic tasje met een bloemkool en verse worst in de hand bij het graf van mijn vader.

De letters van zijn naam werden groen.

Mijn telefoon ging.

„Verse worst”, zei mijn moeder, „vergeet de verse worst niet.”

Marcel van Roosmalen schrijft op deze plek een wisselcolumn met Ellen Deckwitz.

    • Marcel van Roosmalen