Albumoverzicht: Tamino klinkt rokerig en broeierig, de geboorte van een flamenco-popster

Recensies Wat moet je luisteren? De muziekrecensenten bespreken de albums die deze week verschijnen.

  • ●●●●

    Rosalía: El Mal Querer

    RosalíaPop: Met een buitengewoon indrukwekkend album katapulteert de Spaanse zangeres Rosalía zichzelf richting popsterrendom in een onwaarschijnlijk genre: flamenco. De 26-jarige Catalaanse geeft de muziekstijl een popbehandeling met autotune, diepe beats, goed geproduceerde video’s en een algehele frisheid die contrasteert met de traditie. Tegelijk behoudt ze elementen als de karakteristieke palmas (handklap), en vooral haar melismes, de klaaglijke, Arabisch aandoende toonvariaties in één lettergreep. Het effect: een flamenco-popster.

    In Spanje bereikte ze het sterrendom vorig jaar al na haar debuut, waarbij de onvermijdelijke controverse rond clips en het gebruik van flamenco-erfgoed ongetwijfeld hielpen. El Mal Querer is nog veel meer gericht op de internationale playlists en met succes. Ze wordt juichend besproken in de Amerikaanse popbladen en is genomineerd voor vijf Latin Grammy’s, waaronder album van het jaar en song van het jaar, die volgende week worden uitgereikt. Ze trok de aandacht van onder anderen Pharell Williams en Dua Lipa.

    Zowel in klank als presentatie heeft Rosalía’s tweede album wel iets van de Frans-Cubaanse tweeling Ibeyi: jonge zelfbewuste en getalenteerde vrouwen die vanuit traditionele muziek de crossover naar het grote publiek maken. Openingstrack ‘Malemente’ nestelt zich radiovriendelijk maar vol suspense in het oor, terwijl ‘Pienso En Tu Mirá’ en ‘De Aquí No Sales’ meer gericht lijken op de dansvloer, inclusief ronkende motoren en slippende racebanden. Op het album liggen de kale beats op de achtergrond en staat haar stem centraal. Terecht, want de poppresentatie is pure bonus, niet om een tekort te verhullen. Rosalía heeft een stem die vraagt om veel meer dan de dertig minuten van het album. Leendert van der Valk

  • ●●●●

    Tamino: Amir

    TaminoPop: De Belgische zanger Tamino doorliep met zevenmijlslaarzen zijn carrière – van Amsterdams conservatorium tot internationale bijval – nog voordat hij een debuutalbum had gemaakt. Op basis van zes liedjes en vooral zijn hypnotiserende optredens, werd Tamino het afgelopen jaar zo populair dat hij speelde op grote popfestivals en waardering kreeg, ook uit Engeland en Turkije.

    Op het nu verschenen Amir (‘Prins’) blijkt Tamino twaalf nummers lang te verlokken. De kern van de attractie is zijn stem: diep, maar niet doorleefd. De afgeronde stem lijkt zwaar door een bulk aan emoties. Dat gewicht maakt hem ook langzamer; Tamino neemt de tijd om van noot naar noot te laveren. Soms schudt de stem zijn ballast af en schakelt naar elegante hoogten. Maar ook daar behoudt hij zijn languissante traagheid.

    De in Antwerpen geboren Tamino Fouad (22) heeft een Belgische moeder, een Egyptische vader en een Egyptische grootvader – Moharam Fouad – die ook zanger was. Arabische invloeden stromen ook door Tamino’s muzikale stijl: in de hoge uitwijdingen in zijn zang, de voorliefde voor kwartnoten. Maar Tamino was ook gewoon een Belgische schooljongen die in een punkband speelde. Voor zijn liedjes koos hij nu sobere instrumentaties met soms elektronische beats (in ‘Chambers’), Arabisch trillende strijkers (‘So It Goes’) of een beweeglijke baspartij van Colin Greenwood (van Radiohead), in ‘Indigo Night’.

    Tamino frappeert met de rokerigheid van zijn voordracht en de broeierige sfeer in muziek en tekst. Ze lijken te refereren aan iets illegaals: clandestiene nachtclubs, en een voorkeur voor donkere heimelijkheid. Dat maakt zijn muziek nostalgisch, alsof Tamino leeft in een tijd waarin je je nog onbespied kon wanen.

    Dat een enkel nummer minder uitzonderlijk uitpakt (‘Verses’) is geen bezwaar: Tamino heeft de stem, gedachtenwereld en muzikale vaardigheid om de popwereld op een aangename manier te verduisteren.Hester Carvalho

  • ●●●●●

    Robyn: Honey

    RobynPop: Laat je niet misleiden door de openingsklanken van het eerste nummer op Honey, ‘Missing’. De generieke riedel van glazige keyboardklanken blijkt geen voorbode van de stijl die de Zweedse Robyn ons na acht jaar afwezigheid voorschotelt. Robyn wil zowel dansen als haar liefdesleven evalueren. De beschouwelijke momenten zijn het waardevolst: ‘Baby Forgive Me’ is een omfloerst nummer, met doffe onderzeegeluiden en unheimische samenzang met een robotstem, die haar lijkt te belagen. ‘Send To Robyn Immediately’ vindt het midden tussen dansen en denken met gedempte beats en af en toe een opvlammende keyboardsample. Sommige nummers zijn te schril, maar de single ‘Honey’ laat horen dat Robyns hoge koerende stem is opgewassen tegen oprukkende beats en synthesizerpartijen. Haar stem is snedig en opzwepend, haar muziek poppy en tegelijk diepzinnig, zoals Madonna in haar beste dansvloerhits. Hester Carvalho

  • ●●●●

    Mattheis: Thin Sections

    MattheisElectronica: Oemoemenoe is de naam van de rugbyclub in Middelburg, maar daar moet je je niet door laten afleiden bij het beluisteren van Thin Sections, het prachtige album van Mattheis dat de serie ‘Oemoemenoe’ voor zittend luisteren van het Nous’klaer-label inwijdt. De Rotterdammer maakte een selectie van minimalistische synthesizermijmeringen, simpel en ingetogen. De synthesizererupties komen en gaan als het Zeeuws getij, met niet veel meer dan langgerekte tonen die toenemen in intensiteit. Er is een flauwe echo van een beat op ‘Epidote’, op ‘Ragunda’ hoor je knetterend getik. Het repetitieve karakter doet denken aan Terry Riley, zijn synth klinkt soms Keltisch als die van James Holden (‘Staffa’), soms als een uitbarsting van Kaitlyn Aurelia Smith (‘Ragunda’). Thin Sections is meeslepend en meditatief, en de boog is perfect: na afloop overheerst een weldadig gevoel van kalmte. Concert: 1 november, Paradiso, Amsterdam en 3 november TakeRoot Festival, Oosterpoort, Groningen. Rolinde Hoorntje

  • ●●●●

    Shunske Sato, Zefira Valova, Il Pomo d’Oro: Bach, Violin Concertos

    Shunske Sato, Zefira Valova, Il Pomo d’OroKlassiek: Violist Shunske Sato volgde onlangs met succes Jos van Veldhoven op als leider van de Nederlandse Bachvereniging. Dat het ook klikt met barokensemble Il Pomo d’Oro laat hij horen op zijn nieuwste album. Op de tracklist de ‘Vioolconcerten’ van Bach. Geijkt repertoire zoals dat heet, maar Sato strijkt de noten fris uit de snaren: historisch geïnformeerd, maar nooit dogmatisch. Vrijmoedig, maar nergens geforceerd. De eerste solo-inzet in het Vioolconcert in E-groot is exemplarisch: mooi hoe Sato de eerste tel test op zijn maximale rekbaarheid, zonder de muziek uit haar verband te rukken. Ook in het Dubbelconcert zijn de fraseringen van elastiek. Samen met violiste Zefira Valova laat Sato het Largo blozen in een gloedvolle strijkersklank. Il Pomo d’Oro voorziet in bruisend ensemblespel, gevat in een stevige basklank. Joep Christenhusz

  • ●●●●

    Action Bronson: White Bronco

    Action BronsonHiphop: White Bronco, het nieuwe album van Action Bronson, doet denken aan een western. Met een smak gaan de klapdeuren van de saloon open en tegen het felle licht zie je geen gespierde cowboy met een hoed en twee holsters, maar een kale man met een grote baard en een microfoon. Een ander verschil: White Bronco speelt zich af in het grauwe Flushing, in New York. Bronson grijpt je met zijn luchtige rapstijl bij je lurven en sleurt je mee terug in de tijd. Dat zijn team producers bestaat uit meesters (o.a. Knxwledge, Party Supplies) die weten hoe ze gitaarpartijen uit prog-rock, blues en soul moeten verknippen tot gruizige hiphopbeats, werkt daar fijn aan mee. Het levert een authentiek album op waarmee Bronson de huidige hiphoptrends compleet in de wind slaat. Een moderne western maar dan wel in de betonnen jungle, met bovenop het bokkende paard een zware ruiter met zware rapskills. Bowie van Loon