Ziekte, schade en een verf zonder chroom

Chroom-6 De Tweede Kamer buigt zich deze week over het schandaal rond chroom-6, de verf die werknemers van Defensie ziek maakte. Dit zijn de belangrijkste kwesties.

Schilderwerkzaamheden aan een F-16 in Woensdrecht. Foto Sjoerd Hilckmann/MCD

Hartverscheurend zijn de verhalen die oud-werknemers van Defensie vertellen in het zaaltje in het gebouw van de Tweede Kamer. Over hoe ze jarenlang militair materieel onderhielden zonder te weten dat ze werden vergiftigd door chroom-6 in de verf. En over hoe ziek ze uiteindelijk werden en nu zwaar gehandicapt door het leven gaan. „Ik had zo graag met mijn kleinzoon willen voetballen, maar dat gaat echt niet”, vertelt een van hen.

Eén verhaal maakt bijzonder veel indruk, dat van een vrouw die haar man heeft verloren aan kanker – waarschijnlijk veroorzaakt door chroom-6. Bij de aanvraag van een schadevergoeding door Defensie kreeg ze te horen: „De handtekening van uw man ontbreekt.” Kamerleden komen er meermalen „diep geraakt” op terug. André Bosman (VVD) spreekt generaal-majoor Nico van der Zee erop aan: „Dat kan toch niet de bedoeling zijn van de wet?” Van der Zee antwoordt: „Natuurlijk raakt mij dit heel erg. Maar als ambtenaar voer ik de wet uit. Ik maak de wetten niet.”

In het chroom-6-schandaal ligt de bal nu inderdaad bij de politiek. Woensdag praat de Kamer met staatssecretaris Barbara Visser (Defensie, VVD) over de manier waarop de kwestie wordt afgehandeld. Daarbij wordt onder meer gesproken over de schaderegeling voor slachtoffers en nabestaanden en over de tien rapporten die het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) maakte over chroom-6 en de ziekten van (oud-) werknemers van Defensie.

Lees hoe staatssecretaris Visser in juni reageerde op het onderzoek van het RIVM

Ter voorbereiding hield de Kamer vorige week een hoorzitting met betrokkenen en hoofdrolspelers. Daarbij passeerden tal van kwesties, waarbij de Kamer nadrukkelijk zocht naar manieren om nog wat bouten en moeren aan te draaien. Zo ondervroeg Hanke Bruins Slot (CDA) de militaire leidinggevenden over de manier waarop ze nu wel een veilige werkomgeving voor het personeel denken te garanderen. Hieronder de belangrijkste van die kwesties.

  1. Chroomvrije verf

    De Belgen doen het beter, de Noren trouwens ook: die smeren anders dan de Nederlanders geen chroom-6-verf meer op hun militaire vliegtuigen. Dat was kort gezegd de boodschap van een uitzending van Nieuwsuur enkele weken geleden.

    Kolonel Peter Butz kon bij de hoorzitting zijn ergernis daarover niet verbergen. De ‘programmamanager Bedrijfsveiligheid Defensie’ is naar zijn zeggen al járen bezig met het vervangen van chroom-6-verf door alternatieven: „Inmiddels zijn 41 Nederlandse F-16-toestellen geschilderd met chroomvrije verf.” Nederland heeft 61 F-16’s. Naar verluidt zullen binnen afzienbare tijd 48 toestellen een chroomvrije verflaag hebben. Van de overige vliegtuigen wordt een deel binnenkort verkocht en vervangen door de F-35-toestellen.

    Dus Nederland doet het net zo goed als België? Die vraag is niet zo makkelijk te beantwoorden, doordat de informatie hierover beperkt is – zoals vaker bij militair materieel. Maar het volgende is er wel over te zeggen.

    Verf op militaire vliegtuigen moet aan zeer hoge eisen voldoen, hoger dan voor burgervliegtuigen. De snelheden zijn hoger en de manoeuvres grilliger, met als gevolg enorme krachten die werken op de vliegtuighuid en daarmee op de anticorrosielaag. Een microscopisch klein scheurtje in de verf kan fatale corrosie veroorzaken. Terwijl de verf op burgervliegtuigen elke vijf tot tien jaar wordt vervangen, moet die op militaire toestellen vaak meer dan twintig jaar meegaan.

    Verf met chroom-6 is ongelooflijk roestwerend en is ook nog ‘zelfhelend’: bij beschadigingen vormt het een roestwerend laagje op het kale metaal. Tot op heden is er geen verf die in alle opzichten net zo goed presteert als chroom-6-verf. Dat zegt Defensie en de wetenschappelijke literatuur over mogelijke chroomvervangers bevestigt dit. Hoe kunnen vliegtuigen dan inmiddels toch chroomvrij zijn? Omdat ze dat maar deels zijn, in Nederland en waarschijnlijk ook in België.

    De bescherming van de vliegtuighuid is opgebouwd uit drie lagen. Voor de hechting wordt de kale aluminium huid eerst chemisch behandeld met een vloeistof, die wel als hechtprimer wordt aangeduid. Daaroverheen komen dan de primer en de topcoating. Die twee bovenste lagen kunnen worden aangebracht met chroomvrije verven en dat is wat er gebeurt op de Nederlandse F-16’s en in België mogelijk op andere toesteltypen. Wie van beide landen de lijsten met gebruikte verfsoorten naast elkaar legt, ziet dan ook veel overeenkomsten in merk en type.

    In de praktijk betekent dat dat veel chroomvrije verf kan worden gebruikt, omdat bij onderhoud in de militaire werkplaatsen veelal alleen de bovenste lagen worden bijgewerkt. De volledige vervanging van de antiroestbescherming wordt zowel in Nederland als België uitbesteed. De Belgen weten niet in hoeverre daarbij chroomvrije verven worden gebruikt. De hechtprimer van Nederlandse toestellen bevat chroom-6.

    Op werkplaatsen in Nederland wordt chroom-6-houdende hechtprimer ook wel gebruikt bij de reparatie van kleine maar diepe beschadigingen, waarbij het metaal op een klein stukje kaal is geworden. Voor dat soort werk hebben de Belgen een hechtprimer die alleen het ongevaarlijke chroom-3 bevat. „Maar chroom-3 willen we eigenlijk ook niet, omdat onder bepaalde omstandigheden chroom-3 kan veranderen in chroom-6”, zegt vliegtuigverfexpert Ludmila ’t Hoen van NLR.

    NLR, het Nederlandse Lucht- en Ruimtevaartcentrum, werkt al twintig jaar met verffabrikanten aan de ontwikkeling van chroom-6-vrije verven. Sinds 1,5 jaar is ook een chroomvrije hechtprimer in zicht gekomen. „We hebben daarbij een zeer veelbelovende technologie ontwikkeld, die gelijkwaardig is aan chroom-6 verf – en op punten zelfs beter”, zegt ’t Hoen. De technologie is nu nog geheim.

    De chroom-6-vervanger kan alleen nog niet worden gebruikt omdat die niet is gecertificeerd door de toezichthouder, de Militaire Luchtvaart Autoriteit (MLA). „We hebben in Nederland al sinds 1997 de MLA die om veiligheidsredenen al het materieel certificeert. De Belgen hebben pas sinds kort zo’n toezichthouder”, zei Butz. Hij liet doorschemeren dat Nederlandse zorgvuldigheid de reden is van de trage toelating van chroom-6-vrije verven. Mogelijk speelt ook een rol dat de fabrikant veel moeite moet doen voor uiteindelijk een beperkte opbrengst.

  2. Auto-immuunziekten

    Longkanker, neuskanker, perforatie van het neusschot, contacteczeem en longfibrose behoren volgens het RIVM tot de ziekten die veroorzaakt kunnen zijn door chroom-6. Maar over aandoeningen van het afweersysteem, zoals reuma en psoriasis, zegt het RIVM dat nog „onvoldoende duidelijk” is of die (mede) veroorzaakt kunnen worden door chroom-6.

    Toch is internist-immunoloog Jan Willem Cohen Tervaert, hoogleraar in Canada, ervan overtuigd dat chroom-6 een belangrijke rol kan spelen bij het ontstaan van zogeheten auto-immuunziekten. Via een videoverbinding vertelde hij de Kamerleden dat van de bijna twintig ex-Defensie-werknemers die hij had behandeld, meer dan de helft een auto-immuunziekte ontwikkelde: „Chroom-6 is niet de oorzaak, maar kan bij mensen met aanleg de trigger zijn die de ontwikkeling van de ziekte in gang zet.”

    Lees hier hoe jonge mannen die met chroom-6 werkten, opvallend vaak reuma of psoriasis kregen

    Keihard wetenschappelijk bewijs kan alleen worden geleverd door de groep ex-werknemers te vergelijken met de rest van de bevolking. Helaas is dergelijk epidemiologisch onderzoek in dit geval onmogelijk, doordat onbekend is hoeveel mensen op de NAVO-locaties van Defensie hebben gewerkt. „Kan er ander onderzoek worden gedaan om toch, iets minder hard, wetenschappelijk bewijs te leveren”, vroeg Kamerlid Isabelle Diks (GroenLinks). Zeker, zei Cohen Tervaert, bijvoorbeeld door alle ex-werknemers gestandaardiseerd medisch te onderzoeken: „Dan krijg je wel hooguit bewijs op c-niveau, terwijl het RIVM uitgaat van bewijs op b- of a-niveau.”

    Toch ziet het RIVM misschien een sluiproute voor het verkrijgen van hard bewijs, zei Ronald van der Graaf, chroom-6-coördinator bij het RIVM: „Van andere militaire locaties waar materieel is onderhouden, weten we wel hoeveel mensen er hebben gewerkt. Misschien kunnen we met hen bevolkingsonderzoek doen dat ook bruikbaar is voor deze werknemers.” Het RIVM is bezig te kijken of dit kan, onder meer door uit te zoeken in hoeverre werkzaamheden en mensen te vergelijken zijn. Welk niveau van bewijs voldoet voor het kunnen indienen van een schadeclaim is uiteindelijk een politieke keuze.

  3. Schadeclaims

    (Oud-)werknemers met gezondheidsklachten die waarschijnlijk het gevolg zijn van het werken met chroom-6 kunnen het ministerie van Defensie aansprakelijk stellen. De militaire vakbonden hebben daarover een akkoord gesloten met Defensie, terwijl ze met een schuin oog keken naar regelingen voor asbestslachtoffers. „Maar het verband tussen chroom-6 en allerlei ziekten is helaas minder duidelijk dan dat tussen asbest en een specifieke longkanker”, zei voorzitter Anne-Marie Snels van de Algemene Federatie van Militair en Burger Personeel.

    Een (oud-)werknemer kan een procedure beginnen als een arts gezondheidsproblemen heeft vastgesteld die „met een zekere mate van waarschijnlijkheid” door chroom-6 zijn veroorzaakt. De werknemer moet met chroom-6 hebben gewerkt en de bescherming moet onvoldoende zijn geweest. Bij het aantonen daarvan geldt de omkeerregel: de werkgever moet aantonen voldoende te hebben gedaan.

    Desondanks loopt het tot op heden niet erg vlot met de schade-uitkeringen. De uitgekeerde bedragen zijn niet erg hoog en de procedures duren lang. Bovendien moet elke werknemer individueel een procedure beginnen. Een enorme klus, zeggen oud-werknemers.

    Het is volgens Snels te vroeg om te zeggen dat de uitkeringen laag uitvallen. „De vaststelling van gederfde inkomsten kost tijd, maar als het zover is, worden mogelijk tonnen uitgekeerd.” Toen Kamerleden vroegen of de regeling niet ruimhartiger kan worden, zei Snels: „Ik heb er moeite mee om te vragen om meer geld, terwijl ik mijn handtekening onder dit akkoord heb gezet. Maar het staat de Kamer natuurlijk vrij om zelf een voorstel te doen.”

  4. Tanden

    Geduldig, ontspannen en vriendelijk reageerde Van der Graaf op alle kritiek op de RIVM-rapporten, ook toen een oud-werknemer poneerde dat die maar „de prullenbak in” moesten. Maar één kwestie bleek hem duidelijk te irriteren, die van de tanden.

    Verschillende media, waaronder NRC, berichtten eerder dat (oud-)Defensie-medewerkers opvallend vaak last hadden van uitvallende tanden door chroom-6: maar liefst 20 van de 220 medewerkers die een enquête naar gezondheidsklachten hadden ingevuld. Onderzoeken in onder meer India zouden wijzen op een verband tussen chroom-6 en een slecht gebit.

    Lees over de problemen van werknemers met hun gebit

    Het RIVM noemt dit verband echter „niet waarschijnlijk” en zegt dat het lastig is om de kwaliteit van het beperkte aantal internationale studies vast te stellen. Bovendien ontbreken simpelweg gegevens om een goede vergelijking te kunnen maken tussen de oud-werknemers en de rest van de bevolking. Desondanks willen enkele Kamerleden weten of er niet toch een verband is, omdat uit een studie zou blijken dat zo’n 5 procent van de chroom-6-werkers zware tanderosie had.

    „Die studie is in 1972 gedaan in Brazilië, maar het is onduidelijk wat die 5 procent precies zegt”, antwoordt Van der Graaf. Hij refereert aan een enquête die ooit is gedaan in Den Bosch. „Daaruit bleek dat van de 45- tot 74-jarigen 4 tot 12 procent beschadigde tot zwaar beschadigde gebitten had.” Waarom is die enquête niet genoemd? „Omdat de kwaliteit van deze studie niet hoog genoeg is om in onze rapporten op te nemen.”

    • Karel Berkhout