Opinie

    • Maxim Februari

Welke deugden willen we eigenlijk?

Het komt allemaal door de deugd. Dat denk ik tenminste. De nadruk op deugdzaamheid brengt andere morele overwegingen in het nauw. Het zou mooi zijn als iedereen iets minder deugdzaam werd, dat zou ruimte scheppen voor principes. Voor iets goeds.

‘De deugd hangt boven de markt’, zei een journalist die me in 2005 belde om gezellig wat over de samenleving te praten. En dat was ook zo, realiseerde ik me meteen, de deugd hing boven de markt, iedereen had het er opeens over. Mensen voelden zich al gauw bekocht als je er niet over begon en dus begaf ook ik me met enige tegenzin op het pad van de deugd.

De populariteit ervan was begrijpelijk, want deugdenethiek richt zich meer dan andere ethische systemen op identiteit en karakter. Die andere systemen kijken naar wat we doen, hoe we handelen, de deugdenethiek kijkt naar wie we zijn. En dat paste, want aan het begin van deze eeuw gingen mensen op zoek naar wie ze waren, naar een identiteit, een nieuwe formulering van het zelf.

De uitwassen van die identiteitscultus kennen we intussen wel, ze worden overal uit volle borst besproken. Maar het kan geen kwaad ook eens te kijken naar de deugdenbenadering die met die identiteitscultus samenhangt, de gedachte dat moraal draait om persoonlijke voortreffelijkheid of verwerpelijkheid. Net zo min als de identiteitenbenadering lijkt de deugdenbenadering bij te dragen aan sprankelend politiek debat.

Politiek debat bestaat bij gratie van het conflict. Omdat het niet vanzelfsprekend is welke kant we collectief op moeten, ontstaan onenigheid en strijd. We bakkeleien over morele principes, over rechtvaardige verdeling van welvaart, over de invulling van ‘het goede leven’, en we worden gedwongen politieke keuzes te maken. Maar zulke politieke onderhandelingen komen in de praktijk acuut tot stilstand zodra het conflict draait om de deugd. Jij deugt wel, al ziet de ander dat niet. De ander deugt niet, en zou dat wel moeten doen. Daarover is niet veel discussie mogelijk en nauwelijks uitwisseling van argumenten.

De aandacht verschuift dus van het handelen naar de handelende mens. Van maatschappelijke inrichting naar persoonlijke inborst. En diezelfde verschuiving zie je terug in de hoge vlucht die de mensverbetering neemt. Moderne controlesystemen richten zich niet alleen op het handelen, maar vooral ook op de handelende persoon. In Hangzhou in Oost-China, om het daar maar eens over te hebben, gebruikt een school camera’s en software om de gezichtsuitdrukking van leerlingen te analyseren – en zo ‘te bepalen of ze genieten van de lessen’ en of ze wel opletten.

Zolang je uitgaat van een deugdenbenadering, is daar niets mis mee. Het is nogal wiedes dat je ijver en enthousiasme verlangt op school. Daarover kunt je het moeilijk oneens worden en het zou raar zijn om voor luiheid te pleiten. Je kunt het natuurlijk opnemen voor de vrijheid van leerlingen; hun recht om af te dwalen en ook eens niet te genieten. Maar met een beroep op vrijheid heb je al een stap buiten de deugdenethiek gezet.

Het lijkt, kortom, alsof je met een beroep op de deugd iedere politieke discussie meteen doodslaat. En dat gebeurt in feite ook vaak. Over mensverbetering is nauwelijks politiek gekrakeel. Want wie wil nu niet dat mensen ijverig en barmhartig zijn, moedig en voorzichtig? Als er dwang nodig is om ze zo deugdzaam te krijgen, dan moet dat maar.

Gelukkig is er toch vruchtbare, politieke ruzie mogelijk over de deugd. Laat ik daar eens toe verleiden, voordat ik u op het pad van de zonde breng. Zo’n ruzie kan namelijk gaan om de rangorde van de deugden: willen we liever dat iemand moed toont dan voorzichtigheid? Moet eerlijkheid triomferen boven barmhartigheid? Als je beseft dat je politieke tegenstander wel degelijk deugden bezit, alleen in een andere volgorde dan jij, wordt gesteggel daarover weer mogelijk.

Ook over pakketten voor mensverbetering kan dan worden gediscussieerd. Het valt aan te nemen dat culturen net zo goed als individuele burgers onderling verschillen in de rangorde die ze prefereren; dat ze gematigdheid verkiezen boven liefde bijvoorbeeld, of hoop boven verstandigheid. China, om daar maar eens te blijven, heeft dit jaar gezichtsherkenningstechnologie gestuurd naar Zimbabwe, in ruil voor een databestand met alle Zimbabwaanse gezichten. Gebruikt Zimbabwe die techniek straks ook op school, dan voedt het de kinderen met de Chinese moraal op. Ik kan me voorstellen dat Zimbabwe dat op den duur graag zou veranderen.

Nog liever zou je politiek gekrakeel willen over mens- en deugdverbetering überhaupt. Wordt de wereld geregeerd door te morrelen aan wie we zijn? Wie willen we dan worden? Om uiteindelijk wat te doen?

Maxim Februari is jurist en schrijver, www.maximfebruari.nl.
    • Maxim Februari