In Vietnam gaan welvaartsgroei en streng ecologisch beleid hand in hand

Groen Vietnam

Vietnam neemt als het om duurzaamheid gaat een bijzondere positie in. Op het platteland zie je hoe varkensboeren hun stal schoon houden met biogasinstallaties.

Foto Annemarie Kas

Het biogas bevalt hem geweldig. De Vietnamese boer Tran Van Con laat zien hoe hij zijn stal schoon spuit. De ontlasting van zijn varkens gaat dáár een geultje in en komt dan onder de vloer in een tank terecht. Uit die mest komt gas vrij, dat met een slang zó van de stal naar het fornuis in de keuken loopt.

In het dorpje Co Giang, een uurtje rijden van de Vietnamese hoofdstad Hanoi, heeft bijna iedereen zo’n biogasinstallatie voor zijn varkens. Boer Tran Van verbouwde zijn stal drie jaar geleden. Hij had gehoord dat hij er subsidie voor kon krijgen, via de luidsprekers in het dorp waardoor alle nieuwtjes worden omgeroepen. „Maar de meeste mensen hier hebben hun stal zelfs zonder subsidie verbouwd. Biogas is zo handig.”

Een heel dorp dat biogas gebruikt om mee te koken, zoiets betekent goed nieuws voor het klimaat. De gezinnen verbranden geen hout meer om hun eten klaar te maken. Biogas is beter voor hun gezondheid en het scheelt CO2-uitstoot plus uitstoot van methaan, een gas dat nog krachtiger is dan CO2. En dát is weer onderdeel van een groter verhaal, want uit recent onderzoek is gebleken dat Vietnam als het om duurzaamheid gaat een bijzondere positie inneemt.

Het biogas bevalt de Vietnamese boer Tran Van Con geweldig.

Foto Annemarie Kas

Het vaktijdschrift Nature Sustainabilitypubliceerde begin dit jaar een onderzoek naar de vraag hoeveel landen het lukt een goede kwaliteit van leven te bieden en tegelijk binnen de eigen ecologische grenzen te blijven. Het antwoord deprimeerde de onderzoekers: dit lukt geen enkel land. Vietnam komt het dichtste bij. Het voldoet aan zes van de elf criteria voor een goede levensstandaard en overschrijdt maar één ecologische grens.

Lees ook: Klimaatdeal leunt zwaar op inzet van biomassa

De onderzoekers analyseerden data van 150 landen, maar over Vietnam kregen ze de meeste vragen, vertelt Andrew Fanning. Hij is één van de onderzoekers en werkt aan de universiteit van Leeds. „Veel mensen reageerden sceptisch. Ze zeiden: heb je de luchtvervuiling in Hanoi of Ho Chi Minh wel eens gezien?” Fanning legt uit dat ze in hun onderzoek alle vervuiling per hoofd van de bevolking hebben berekend. „Vietnam heeft een paar grote vieze steden, maar een groot deel van de bevolking woont op het platteland, daar is de schade minder groot.”

Nog een belangrijke reden waarom Vietnam in het onderzoek een relatief kleine ecologische voetafdruk heeft, verklaart Andrew Fanning: ze hebben naar de consumptie van landen gekeken en niet naar hun feitelijke uitstoot van schadelijke stoffen. Landen als Nederland en Denemarken importeren goederen die veel energie kosten om te produceren, legt hij uit. „Dus normaal gesproken presteren ze op klimaatgebied aardig binnen hun eigen grenzen. Maar als je, zoals wij hebben gedaan, de voetafdruk van de import meetelt, verandert dat en overschrijden ze hun limieten wél.”

Omgekeerd heeft Vietnam veel fabrieken waar kleding en elektronica gemaakt worden en is het grootste deel ervan voor de export bedoeld. De klimaatschade van die industrie telt in dit onderzoek niet mee bij de data van Vietnam en dus presteert het land relatief beter. Alleen de CO2-uitstoot is te groot om duurzaam te zijn, maar dat criterium wordt dan ook door de meeste landen overschreden.

Heeft Vietnam ook iets van de uitzonderingspositie aan zichzelf te danken? Wat duurzaamheid betreft valt dit tegen. De centraal geleide, communistische regering heeft op papier zeker mooie duurzaamheidsplannen, vertelt Nguy Thi Khanh, zij is directeur van non-profitorganisatie GreenID. Alleen in de uitvoering loopt het mis.

Weinig bewustwording

Zo heeft Vietnam sinds 2012 een officiële strategie voor groene energie, die de uitstoot van broeikasgassen zou tegengaan en wind- en zonne-energie moet bevorderen. Alleen komt de ‘traditionele’ energiesector daar tussendoor met plannen voor 26 nieuwe kolencentrales in de jaren na 2020. „De belangen in die sector zijn groot en veel mensen werken er al jaren. Voor beleidsmakers is het moeilijk iets aan die praktijk te veranderen”, zegt Nguy Thi. En de energievraag groeit volgens voorspellingen nog hard in Vietnam, dus er valt goed geld aan te verdienen.

Ook aan bewustwording gebeurt nog weinig. Voor de varkenshouders in het dorp van boer Tran Van Con speelt klimaatverandering bijvoorbeeld amper mee in hun overwegingen op biogas over te stappen.

Buurvrouw Duong Thi Keo heeft haar biogasinstallatie een jaar. Ze weet dat het beter is voor het milieu. Het fijnst vindt ze dat de straten in het dorp nu schoner zijn, omdat alle mest onder de grond verdwijnt. „En de stank van de beesten is zoveel minder. Als ik had geweten hoe prettig het is, was ik er jaren eerder aan begonnen.”

Foto Annemarie Kas

‘Gezond eigenbelang’

De varkensboeren kiezen uit „gezond eigenbelang” voor biogas, zegt ook Bastiaan Teune van de Nederlandse ontwikkelingsorganisatie SNV die het Vietnamese biogasprogramma begeleidt. Als aanwijzing noemt hij het tegenvallende aantal nieuwe installaties van de laatste jaren.

De prijs voor varkens was de laatste tijd laag, buurland China is gestopt met het importeren van Vietnamese varkens. Dus voor boeren was het niet aantrekkelijk veel varkens te houden, laat staan geld uit te geven aan de verbouwing van hun stal. Teune: „Jammer, want het potentieel van biogas is hier enorm.” Vietnam heeft rond de 4 miljoen varkenshouders en volgens Teune hebben zo’n 350.000 van hen nu een biogasinstallatie. Nog 3,5 miljoen boeren te gaan dus.

Wat de levensstandaard van de bevolking betreft, is makkelijker te begrijpen dat Vietnam het goed doet in het Britse onderzoek. In een paar decennia heeft Vietnam zich van arm land ontwikkeld tot ‘middeninkomensland’. En de communistische regering heeft, volgens een recent rapport van de Wereldbank, basale voorzieningen zoals onderwijs en toegang tot schoon water en elektriciteit flink verbeterd. En die voorzieningen zijn ook „redelijk verdeeld” over het land. In minder centraal geleide landen ontbreekt het daar vaak aan.

Waarschijnlijk doet Vietnam het in werkelijkheid zelfs nog een stapje beter dan de zes ‘vinkjes’ die het scoorde voor kwaliteit van leven. Wat onderwijs betreft hadden de onderzoekers niet de juiste internationale data beschikbaar voor Vietnam, dat hokje bleef leeg. Terwijl uit andere internationale data blijkt dat het onderwijs ook is verbeterd.

De stallen van Tran Van Con.

Foto Annemarie KasFoto Annemarie Kas

Brommertjes

Toch heeft een land als Vietnam het probleem dat als de economie doorgroeit, waar alles op wijst, de ecologische voetafdruk bijna automatisch ook toeneemt. „Daarom is het beter als landen niet meer op economische groei inzetten, maar alleen de basale behoeften van hun land verbeteren, met oog voor duurzaamheid”, zegt Fanning.

Voor Vietnam lijkt zo’n radicale beleidswijziging nog ver weg. De grote steden hebben wel plannen om vervuiling tegen te gaan. Zo is de lokale overheid in hoofdstad Hanoi van plan om de miljoenen brommertjes waar het verkeer elke dag mee vastloopt, geleidelijk aan te verbieden. In 2030 moeten ze helemaal uit het straatbeeld verdwenen zijn. Maar volgens onderzoek van GreenID zijn het niet die brommers die de grootste vervuiling leveren; het zijn de twintig kolencentrales in de buurt van Hanoi die de meeste luchtvervuiling veroorzaken.

    • Annemarie Kas