Orson Welles: genie in snippers

Portret Een van de late filmprojecten van Orson Welles, ‘The Other Side of the Wind’, is eindelijk voltooid. Wie was de regisseur van ‘Citizen Kane’ en waarom hebben we het nog steeds over hem?

Wat zou Orson Welles allemaal te zeggen hebben gehad over onze tijd? Een populist in het Witte Huis, de opmars van fake news, de duizelingwekkende gevolgen van nieuwe, digitale technologie – dat zijn thema’s en onderwerpen die hij als geen ander zou hebben kunnen vangen in zijn werk.

Welles (1915-1985) is eigenlijk ook nog steeds een waardevol commentator op de huidige wereld. Een bekende definitie van een klassieker luidt immers: nieuws dat nieuws blijft. Een echte klassieker is zo diepgravend, veelzijdig en complex dat elke latere periode er weer andere, nieuwe aspecten uit naar boven kan halen. De films van Welles behoren tot die schaarse categorie klassiekers die altijd nieuws blijven.

En dan gaat het niet alleen om Citizen Kane, de legendarische film waarmee de toen 25-jarige wonderboy in 1941 debuteerde en die al meer dan een halve eeuw bovenaan alle lijstjes staat van beste film aller tijden. Welles’ wervelende, complexe portret van de mediabaron Charles Foster Kane was geïnspireerd op de indertijd oppermachtige krantenmagnaat William Randolph Hearst. De film is onder veel meer een kritiek op de heerschappij van de media en van beelden. Ook met Trump en fake news zou Welles vermoedelijk wel raad hebben geweten.

Citizen Kane begint met de dood van Kane, in een snel gemonteerd item in een bioscoopjournaal dat langs de hoogtepunten van zijn leven scheert. Maar vervolgens laat Welles zien wat achter dat eerste, simplistische beeld schuilgaat: de complexiteit van een heel leven en van een karakter dat steeds op een andere manier wordt belicht door uiteenlopende ooggetuigen. Het beeld van Kane valt zo uiteen in een waaier van fragmenten. De echte Kane blijkt een fantoom te zijn, een lege huls. „Citizen Kane is een labyrint zonder middelpunt”, schreef de Argentijnse auteur Jorge Luis Borges, die zelf het een en ander wist van het bouwen van oneindige doolhoven in zijn verhalen.

Citizen Kane is een unicum dat een unicum is gebleven. Welles was eind jaren dertig uitgegroeid tot een internationale beroemdheid dankzij het schandaal rond zijn sensationele radio-uitzending The War of the Worlds. Daarmee liet hij duizenden Amerikanen geloven dat de marsmannetjes waren geland. Daarna kreeg de jonge schrijver, theatermaker en radio-persoonlijkheid min of meer carte blanche van filmstudio RKO en kon hij Citizen Kane maken. De film is in veel opzichten typerend voor Welles’ barokke, hyperintelligente verbeeldingskracht. Zijn obsessie met de grandeur en tragiek van grote mannen die een imperium bouwen en dat vervolgens weer zien verkruimelen, bleef hem zijn leven lang achtervolgen. Dat is een mythe die Welles tot op zekere hoogte zelf heeft geleefd. Maar Citizen Kane is ook een anomalie in zijn oeuvre, want dit is de enige film die Welles kon maken met de middelen van een grote studio, zonder bemoeienissen met het eindresultaat. Dat geluk zou hij daarna niet meer mogen smaken.

Geen enkele andere Hollywoodfilm van Welles – het drama The Magnificent Ambersons noch excentrieke, fantastische thrillers zoals The Lady of Shanghai en Touch of Evil – bereikte daarna nog de bioscoop zonder inmenging van de studio. Die vrijheid had Welles wel in zijn Europese films, zoals zijn Shakespeare-verfilming Othello, Kafka-verfilming The Trial en zijn virtuoze pseudo-documentaire F is for Fake. Maar bij die projecten moest Welles meestal genoegen nemen met karige budgetten, grotendeels afkomstig uit zijn eigen zak. Al zijn films ontstonden min of meer improviserend, maar lijken misschien daardoor juist zoveel leven in zich te hebben.

Welles’ artistieke ambities botsten keer op keer met Hollywood als geldmachine. Maar dat is niet het hele verhaal. Welles had ook de grootst mogelijk moeite met het voltooien van films, zo verliefd was hij op het maken zelf – vooral het monteren – en zo angstig was hij voor de onvermijdelijke leegte na het einde van een project. Hij liep soms te vroeg weg bij een film, andere keren ging hij juist veel te lang door met schaven. Maar hij slaagde er alleen bij hoge uitzondering in om op het juiste moment te stoppen.

Zijn onvermogen, en ook zijn onwil, om een rechte lijn te volgen, was niet alleen een tekortkoming. Juist omdat zoveel van zijn films niet zijn voltooid, of niet zijn uitgebracht zoals Welles ooit voor ogen stond, blijven er ook de eindeloze mogelijkheden aan kleven van wat had kunnen zijn. In films van Welles schijnen altijd de films door die hij ook had willen en kunnen maken. Die rijkdom van het onvoltooide spreekt soms meer tot de verbeelding dan werk dat helemaal klaar en af is.

Multi-mediaal kunstenaar

Met dank aan Netflix is nu een van Welles’ vele onvoltooide films uit de jaren zeventig – het autobiografische portret van een filmregisseur The Other Side of the Wind – voltooid en uitgebracht. Volgens zijn bewonderaars was Welles zijn tijd vooruit. Zijn schitterende, opwindende Shakespeare-films zijn vaak bekritiseerd omdat Welles te veel zou zijn afgeweken van de bron. Maar Welles redeneerde dat hij met zijn Macbeth, Othello en Chimes at Midnight in de eerste plaats een film moest maken: weliswaar gebaseerd op Shakespeare, maar geen verfilmd toneelstuk. Datzelfde geldt voor zijn magistrale interpretatie van Kafka’s Het proces. Inmiddels is dat geen controversieel inzicht meer; de literaire adaptaties van Welles worden eindelijk op waarde geschat.

De hele Welles zat al in Citizen Kane. Maar er is nog zo veel meer dan dat ene meesterwerk. Welles was een multi-mediaal kunstenaar nog voordat dat begrip bestond. Hij woekerde met zijn talent, maar in alles wat hij deed is een glimp van zijn vele gaven te zien. Hij schreef niet alleen filmgeschiedenis, maar ook theatergeschiedenis met zijn Mercury Players – onder meer met een volledige met zwarte acteurs bezette Macbeth.

In de hoogtijdagen van radio bracht hij hoorspelen gebaseerd op Joseph Conrad en Charles Dickens, maar hij schakelde even gemakkelijk over op thrillers en griezelverhalen. Welles was een groot verhalenverteller, die vanaf de jaren zeventig een flink deel van zijn inkomen bijeen scharrelde in talkshows. Met zijn honoraria als acteur in andermans films subsidieerde hij zijn eigen filmprojecten. Voor zijn eigen genoegen nam hij scènes en monologen op, die na zijn dood langzaam maar zeker de openbaarheid bereiken.

Al dat uiteenlopende materiaal – vaak onvolmaakt, onaf en met de nodige rafelranden – is tegenwoordig terug te vinden op YouTube. Dat platform lijkt haast gemaakt te zijn voor Welles: een spiegelpaleis waarin elke spiegel weer een andere spiegel weerkaatst en waar je nooit op uitgekeken kunt raken.

    • Peter de Bruijn