Opinie

Open access? Hoog tijd dat de wetenschap de rijen sluit

Open access Wetenschappers moeten een front vormen tegen de uitgeverijen zodat open access er nu echt komt, schrijft . Veel bezwaren op de weg daarheen zijn al weggenomen.

Illustratie Hajo

In zijn column En dan nu de nadelen van Open Access-tijdschriften (Wetenschap, 27/10) schrijft Martijn Katan in NRC over de valkuilen op de weg naar ‘open access’, waarbij de resultaten van wetenschappelijk onderzoek vrij toegankelijk worden voor iedereen. De bezwaren die Katan noemt zijn echter al voor een groot deel weggenomen door de onderzoeksfinanciers die werken aan de transitie naar open access.

Allereerst: de overstap naar open access is noodzakelijk. De gedachte erachter is dat onderzoeksresultaten die tot stand komen met publieke middelen ook toegankelijk zijn voor iedereen zonder daarvoor extra te betalen.

Het is een diepe schande dat bij een ebola-uitbraak in Afrika de Verenigde Naties een verzoek moeten doen aan de wetenschappelijke tijdschriften om de relevante recente publicaties gratis beschikbaar te stellen, zodat lokale artsen hier kennis van kunnen nemen. Het is dus wel degelijk een groot voordeel als artsen, leraren en mkb’ers kennis kunnen nemen van nieuwe wetenschappelijke inzichten. En dan heb ik het nog niet eens over de voordelen voor patiënten of leerlingen.

Lees ook: Waarom uitgevers miljarden omzetten met wetenschappelijk werk

Katan verwacht dat „binnen vijf jaar wetenschappers de publicatiekosten zelf moeten optrommelen”. Hiervan zouden met name jonge wetenschappers de dupe zijn, omdat zij niet over het budget beschikken om deze kosten op zich te nemen.

Dat is een terecht punt van zorg, vindt ook de internationale coalitie achter het zogenoemde ‘Plan S’. Dit project beoogt om tegen 2020 over te stappen naar open access en is in september ondertekend door de onderzoeksfondsen van elf Europese landen, waaronder de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO). Plan S stelt expliciet dat de extra kosten niet voor de wetenschappers moeten komen. Het uitgangspunt is juist dat onderzoeksfinanciers en universiteiten deze op zich nemen, ook op de lange termijn.

Rooftijdschriften

Vervolgens noemt Katan het probleem van de ‘rooftijdschriften’: tijdschriften die tegen betaling en zonder kwaliteitscontrole van alles publiceren. Uiteraard willen we daar niets van weten. Om die reden hebben de onderzoeksfinanciers in Plan S aangekondigd kwaliteitseisen te zullen stellen aan de open access-tijdschriften waarin gepubliceerd mag worden. Er bestaat al een Directory of Open Access Journals (DOAJ), die het begin zou kunnen zijn van een dergelijke lijst.

Column Rosanne Hertzberger: De echte roof in de wetenschap

Om daarin opgenomen te worden moeten tijdschriften voldoen aan een aantal criteria. Een van de belangrijkste criteria is dat zij beschikken over transparante procedures voor kwaliteitscontrole (peer review). Rooftijdschriften zullen we hiermee niet uitbannen, maar de kans dat onderzoekers de vergissing begaan hier te publiceren wordt aanmerkelijk kleiner. Daarnaast is het ook aan wetenschappers met een gevestigde reputatie om jongere onderzoekers duidelijk te maken dat ze hun carrière niet dienen door te publiceren in een discutabel tijdschrift, of door toe te treden tot de editorial board van zo’n tijdschrift.

Artikelen weigeren

In het verlengde hiervan ziet Katan een ander nadeel, namelijk dat serieuze en integere tijdschriften in de knel komen als we overstappen naar open access. De reden zou zijn dat ze in hun eigen inkomsten zouden snijden door artikelen te weigeren. Hun inkomsten zijn immers afhankelijk van het aantal publicaties. Als voorbeeld noemt Katan Nutrients – Open Access Journal of Human Nutrition, waar de redactie recent opstapte vanwege onenigheid over het publicatiebeleid.

Zonder in te gaan op dit specifieke geval, denk ik in het algemeen dat ieder open access-tijdschrift een strategische afweging moet maken. Die is: kiezen we voor exclusiviteit en publiceren wij alleen de vijf of tien procent artikelen die de top uitmaken? Of gooien wij het net wat breder uit en bieden we ook ruimte voor de jonge onderzoeker wiens eerste artikel misschien niet meteen tot de top behoort, maar wel belangwekkende resultaten bevat? Beide zijn verdedigbare posities. Mijns inziens is dit ook een heel andere discussie dan wanneer de wetenschappelijke kwaliteit van de publicaties zelf ter discussie staat, zoals dat het geval is bij rooftijdschriften.

Column Jeroen Geurts: Weg met die hekjes

Onderzoeksfinanciers en universiteiten hebben jarenlang getracht de prijzen van uitgevers omlaag te brengen. Dat dit niet gelukt is, heeft er vooral mee te maken dat in verschillende landen verschillende partijen – soms universiteiten, soms overheden – aan tafel zitten met de uitgevers. Tegelijkertijd gaven de uitgevers geen inzicht in de contracten die ze met andere partijen afsloten.

Meer dan ooit is het nu tijd dat dit front gesloten wordt en dat we de excessieve winsten van de uitgevers gebruiken ten behoeve van de wetenschap. Extra geld dat de wetenschap ook hard nodig heeft.