Recensie

Madam Koo fleemt, fluistert, sist en zingt jazzy

Kameropera Madam Koo brengt in slimme regie zware thema’s als wantrouwen en angst op een lichtvoetige, bevreemdende manier in beeld.

Robert Benschop Photography

Mr. Oak is uitvinder – de grootste uitvinder van het universum, volgens buurmeisje Miku. Hij bouwt een enorme trap, die hem naar een ‘vrije horizon’ moet brengen, een plek waar nog niemand is. Zijn bovenbuurvrouw is de neurotische Madam Koo, die samenleeft met haar poes Pitsi en in haar appartement een precair ‘evenwicht’ bewaart. Beide eenzaten komen nauwelijks buiten en staan wantrouwend tegenover elkaar en tegenover de wereld. Meisje Miku, een nieuwsgierige spring-in-’t-veld, pendelt op en neer en brengt de boel onbedoeld aan het wankelen.

Componiste Meriç Artaç en regisseuse Ingrid Askvik maakten voor productiehuis de Diamantfabriek twee jaar geleden samen al een kleine talentvoorstelling. Hun artistieke chemie is onmiskenbaar: Madam Koo is een voldragen kameropera die de zware problematiek – wantrouwen, angst, schuld – op een lichtvoetige, aangenaam bevreemdende manier voor het voetlicht brengt. Het verhaal is in zekere zin bijzaak, maar heeft genoeg onuitgesproken diepte om te blijven boeien. Wat wij zien zijn geloofwaardig getraumatiseerde, lichtelijk gestoorde types – mét allerlei herkenbare trekken.

Artaç (1990) componeerde veelzijdige muziek voor het vijfkoppige AKOM ensemble (fluit, klarinet, altviool, cello en slagwerk), van mysterieus klankschalengesuis tot pakkende grooves en zwoele sfeermuziek. Vooral de drie personages heeft Artaç (die zelf het libretto schreef) scherp getroffen, spreektalig en hakkelend; en de cast is uitstekend. De energieke Miku (Maartje Goes) declameert in korte, staccato zinnetjes, de getroebleerde Mr. Oak (bariton Mattijs van de Woerd) grossiert in lyrische vergezichten.

Virtuoos belcanto

Madam Koo kreeg de meest expressieve en diverse muziek, waarvoor mezzo Ekaterina Levental haar hele aanzienlijke arsenaal aan uitdrukkingsmogelijkheden moet aanspreken: ze fleemt, fluistert, sist en stottert, maar kan ook jazzy klinken of, wanneer ze uit haar raam de Beethovenstraat begroet en voor de buitenwacht een beminnelijk gezicht opzet, virtuoos belcanto zingen.

Het AKOM ensemble speelt goed en vervult bovendien een theatrale functie. Sowieso verkennen de makers graag de grenzen van het toneel, op een geestige, niet-pretentieuze manier. De appartementen van Madam Koo en Mr. Oak zijn naast elkaar gelegen speelvlakken – maar als Koo iets in de prullenbak gooit valt het bij Oak uit de lucht. Ook is er een leuke bijrol van Eva van der Post als zaalwacht. De slimme regie stuwt de voorstelling met veel gevoel voor ritme naar een knetterende apotheose.

    • Joep Stapel