Recensie

‘The Other Side of the Wind’: over een filmlegende in een vreemde wereld

Tragikomedie Vijftig jaar na de opnamen is ‘The Other Side of the Wind’ van Orson Welles eindelijk afgemaakt en nu te zien op Netflix. Een overvolle, frustrerende, vernieuwende en ontroerende film.

Foto José María Castellví/Netflix

Bijna zestig jaar nadat hij voor het eerst in het openbaar over het idee had gesproken, bijna vijftig jaar na de opnamen en 33 jaar na zijn dood, gaat nu eindelijk The Other Side of the Wind van Orson Welles in première. De film, gedraaid in de eerste helft van de jaren zeventig, is een autobiografisch getint verhaal over een oudere, legendarische filmregisseur in Hollywood (gespeeld door John Huston).

Jake Hannaford, de filmmaker in de film, is een man die vanwege zijn legendarische verleden op handen wordt gedragen door de jonge generatie regisseurs en critici. Hij werkt aan een experimentele film – ook getiteld The Other Side of the Wind – in de hippe stijl van Antonioni, die hem weer aansluiting moet laten vinden bij de moderne tijd. Maar hij heeft de grootst mogelijke moeite om die nieuwe film gefinancierd te krijgen.

Zijn jonge bewonderaar, Brooks Otterlake, gespeeld door regisseur Peter Bogdanovich, heeft ondertussen zijn plan laten varen om een boek te schrijven over zijn held, omdat zijn eigen carrière na zijn debuutfilm een enorme vlucht nam.

Welles is niet zelf in de film te zien – zijn stem is wel even te horen, als interviewer buiten beeld. Maar de overeenkomsten met Welles’ eigen positie als filmmaker begin jaren zeventig liggen voor het oprapen.

Hannaford is zo beroemd dat hij voortdurend wordt gefilmd. De film van Welles bestaat uit een collage van uiteenlopend filmmateriaal, dat wordt geschoten tijdens een feest voor de zeventigste verjaardag van de grote regisseur: zowel in kleur als zwart-wit.

Dat is het voornaamste vormexperiment dat Welles met de film wilde aangaan. Ook zijn er lange fragmenten te zien uit de experimentele film die Hannaford wil draaien. De hoofdrolspelers daarvan zijn Robert Randoom, een charismatische Jim Morrison-achtige verschijning, en Welles’ beeldschone vriendin Oja Kodar, die voornamelijk naakt in beeld verschijnt.

Welles draaide zijn film op het moment dat de chaotische veranderingen van de jaren zestig Hollywood hadden bereikt. Mannen zoals Welles en ook John Huston waren plotseling dinosaurussen. Welles laat zijn mannen op leeftijd voortdurend reactionair uit de hoek komen, met gekruid, politiek incorrect taalgebruik.

Met zijn film wilde Welles naar eigen zeggen de aanval openen op de mythe van de macho-man, „de man met zoveel borsthaar dat je zijn gezicht niet meer kunt zien”. Met The Other Side of the Wind onderzocht Welles – met een actueel begrip – zijn eigen ‘giftige mannelijkheid’.

De film lijkt op het eerste gezicht vooral de chaos van Welles’ toenmalige bestaan te reflecteren. Maar de film is toch veel meer dan dat. De film nadert steeds meer de centrale verhouding van de film, tussen Hannaford en Otterlake; de oude en de jonge kunstenaar, vader en zoon, meester en slaaf („Kun je je een intiemere verhouding voorstellen dan die tussen meester en slaaf?”, laat Welles iemand zich afvragen.) Welles gaat de homoseksuele onderstroom van hun ingewikkelde mannenvriendschap ook niet uit de weg. Ondanks alle kluchtige nonsens krijgt de film gaandeweg onvermoede tragische waardigheid.

The Other Side van the Wind is nu voltooid door volgelingen en vrienden van Welles – voorop Bogdanovich. Ondanks zijn weergaloze egocentrisme had Welles met zijn charisma een groot vermogen om mensen aan zich te binden, zelfs nog na zijn dood. Dat is ook te zien in de documentaire They’ll Love Me When I’m Dead van Morgan Neville, die gaat over het maken van de film en die nu ook te zien is op Netflix.

De vraag of The Other Side of the Wind ook de film is die Welles zelf zou hebben afgeleverd, blijft onbeantwoordbaar. Welles had de gewoonte zijn films tijdens de montage compleet te herzien. Uiteindelijk zat de eindversie alleen in zijn eigen hoofd. Maar dat deze frustrerende, overvolle, zwenkende en ontroerende film er nu toch nog is gekomen, is op zich reden genoeg voor vreugde. Hulde aan Netflix dat de benodigde 6 miljoen dollar beschikbaar stelde om de film te voltooien.

    • Peter de Bruijn