‘Elke schets was een hoosbui in het hoofd van Welles’

Orson Welles als tekenaar In een nieuwe documentaire legt Mark Cousins de nadruk op de visuele verbeelding van Orson Welles. „Het besef dat hij ook nog een uitstekend tekenaar was, wordt bijna te veel.”

Ook nog een begaafd tekenaar: Orson Welles als Othello (1952).

Een liefdesbrief aan het verkeerde adres. Toen in mei in Cannes The Eyes of Orson Welles van de Ierse filmkenner Mark Cousins (53) in première ging, had dat onderdeel moeten zijn van een Orson Welles-extravaganza. Maar Welles’ onvoltooide film The Other Side of the Wind trok na ruzie tussen Netflix en Cannes door naar het filmfestival van Venetië, en Cousins’ documentaire bleef wat verweesd achter.

Zonde, want The Eyes of Orson Welles, straks te zien op het IDFA, is Cousins in topvorm. De stijl is vertrouwd van zijn 15-delige The Story of Film: An Odyssey (2011): Cousins die in zijn zangerige Ierse tongval hardop nadenkt bij reisbeelden en filmfragmenten. Een dromerige stijl die soms irriteert, maar bij dit verfrissende portet van Orson Welles goed uitpakt. Vooral omdat Cousins echt iets nieuws beweert, gebaseerd op de mappen schetsen en schilderijen van Orson Welles waarmee hij een jaar „samenwoonde” in zijn appartement. Daarmee maakt hij aannemelijk dat rasverteller Orson Welles eigenlijk een schilder was. Of beter: een schetsartiest, bevestigt Cousins in een telefonisch interview.

Orson Welles vertelde vaak dat hij liever schilder was geweest, dat theater, radio en film hem minder boeiden. Zijn biograaf Simon Callow wuift dat weg als koketterie en besteedt er hooguit drie zinnen aan.

„Simon Callow wist toen gewoon nog niet dat Orson Welles zo’n enorm aantal tekeningen en schilderijen heeft gemaakt. Nu wel, en dat ga je ook lezen in het laatste deel van zijn biografie. Orsons tekeningen lagen decennia ongezien opgeslagen in New York State en bij de universiteit van Michigan. En wat het ook is: Orson Welles veranderde de cinema, de radio en het theater. Hij is een gigant in zoveel kunstvormen dat de realisatie dat hij ook nog een uitstekend tekenaar was bijna te veel wordt.”

Welles geldt als de grote verteller sinds hij in 1938 Amerika de stuipen op het lijf joeg met een hoorspel, The War of the Worlds. U zegt: hij dacht primair visueel.

„Die tekeningen geven echt nieuw inzicht. Ze vertellen hoe Orsons brein werkte, dat zijn films begonnen met beelden, niet met plot. Ik heb dat inzicht te danken aan zijn dochter Beatrice, die ik jaren geleden ontmoette op Michael Moores filmfestival in Michigan. Ik heb een tatoeage van Orson Welles op mijn arm, weet u. Zijn handtekening. Dat vond ik nogal gênant, maar na een paar martini’s liet ik hem toch aan haar zien. Ik vertelde haar dat ik als kind al een enorm fan was van Orson, maar dat een documentaire nooit in me opkwam omdat er al zoveel films over hem zijn, zoveel planken vol boeken. Toen zei Beatrice: weet je dat mijn vader een tweede leven had, als tekenaar en schilder? Is dat geen onderwerp voor jou?”

U stelt dat Orson Welles continu decors, scènes en films bedacht, maar snel afgeleid raakte.

„Hij was extreem ongeduldig en snel verveeld: de persoonlijkheid van een schetsartiest. Vergelijk hem met Leonardo da Vinci, die ook vrij weinig afmaakte maar een enorm volume aan schetsen naliet. Als je schetst, is dat een onweersbui in je hoofd, een euforie die verslavend is. Ik denk dat Orson daarom zo rusteloos dwaalde tussen theater, radio, film, politieke campagnes.”

Wij ervaren schetsen als inferieur, als een voorstudie voor het echte werk. Komt Orson Welles’ moeite om films af te maken deels voort uit het gevoel dat het kunstwerk de droom in zekere zin vermoordt?

„Ik vermoed dat Orson Welles uw hiërarchie van schets en schilderij bourgeois zou vinden. Hij was een artistieke rebel, een punker. Maar ‘the finished artwork kills the dream’, dat klopt tot op zekere hoogte. Alfred Hitchcock maakte graag scripts en storyboards, maar had een hekel aan opnames. Daar wordt de fantasie concreet, met alle concessies van dien. Film maken is een proces, daarin vindt niet iedereen bevrediging.”

Het cliché van Orson Welles draait om onvervulde belofte. Het wonderkind dat zijn talent onderbenut liet door zijn wispelturige en compromisloze karakter.

„Ik geloof daar niets van, en evenmin dat Orson Welles een zelfsaboteur was die zijn eigen reputatie op freudiaanse wijze verwoestte. Of dat hij een luilak was die voor elk bacchanaal met wijn, champagne, oesters en zeven gegrilde kippen zijn werk direct opzij zette. Hij was een ongelofelijk harde werker die met alle macht probeerde films van de grond te krijgen.”

Orson Welles is bij u kwetsbaar, bijna een knuffelbeer.

„Dat woord zal ik nooit gebruiken! Hij heeft het hart gebroken van enorm veel vrouwen, medewerkers en vrienden, dat is geen geheim. U kent het verhaal: rijkeluiszoontje, wonderkind, afschuwelijk verwend. Eerlijk gezegd: na #MeToo was ik best bang dat er verhalen zouden opduiken over seksueel misbruik. Daar zijn gelukkig zelfs geen geruchten over.”

Orson Welles speelde graag mannen die boven de wet staan. Hij filmde ze heroïsch, met een laag camerastandpunt. Identificeerde hij zich met die koningen, tycoons en dictators?

„Herinnert u zich Susan Sontags artikel over ‘fascinerend fascisme’? Orson groeide op in de jaren dertig, tijdens de opkomst van Mussolini en Hitler, en was zelf al heel jong een machthebber met een entourage. Natuurlijk was hij gefascineerd door de extravagantie, de larger than life-stijl van de fascistische dictators die hij politiek zo fel bestreed. Macht was niet een thema dat hij koos, het thema koos hem.”

Een andere eye opener - voor mij - is uw bewering dat Welles Shakespeares Falstaff wilde zijn, maar koning Henry V was.

„Orson zag zichzelf als de populaire gangmaker. Ik geef een feest, betaal de drank en iedereen aanbidt me! De jonge Charles Foster Kane in Citizen Kane. Of Falstaff. Maar eigenlijk was hij dus Henry V. Een feestbeest die zo snel hij koning is zijn oude milieu radicaal de rug toekeert. ‘I know thee not, old man’, zegt hij dan tegen zijn oude vriend Falstaff. Verwoestend.

„Orson Welles deed dat heel vaak. Niet als bewust verraad, hij trok gewoon door naar een volgend podium, circus, milieu of feest en vergat ze. Hij gebruikte mensen als raketbrandstof voor zijn creativiteit zonder echt te begrijpen hoe belangrijk hij voor ze was, dat ze hem aanbaden. Vrouwen vielen bij bosjes voor deze exuberante gigant, mannen dachten een zielsverwant te hebben. Een vuurtoren, noemde iemand hem. Schijnt zijn licht op je, dan ben je als gehypnotiseerd. Maar daarna wordt het akelig donker.”

Een egocentrische, grote baby?

„Nou, Orson voelde zich wel erg schuldig, zijn archief puilt uit van de excuusbrieven: mea culpa, ik besefte indertijd niet … Maar die kwamen altijd te laat. Hij ervoer het leven als een roes. Hij was verslaafd aan alcohol, aan adrenaline, aan het nieuwe. Verslaafden zijn wreed, ze dumpen geliefden zonder dat te beseffen.”

The Eyes of Orson Welles van Mark Cousins is vanaf donderdag 15 november te zien op het documentairefestival IDFA in Amsterdam.
    • Coen van Zwol